Sexy Detection?! Monitoring of sexual harassment among adolescents on social networking sites in an effective and desirable way

Datum: 12 juni 2017

Locatie: UAntwerpen, Stadscampus, Kapel van de Grauwzusters - Lange St-Annastraat 7 - 2000 Antwerpen (route: UAntwerpen, Stadscampus)

Tijdstip: 17 uur

Promovendus: Kathleen Van Royen

Promotor: Prof. dr. Karolien Poels, prof. dr. Heidi Vandebosch

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Kathleen Van Royen - Faculteit Sociale Wetenschappen, Departement Communicatiewetenschappen



Abstract

Seksueel grensoverschrijdend gedrag, en in het bijzonder gender-denigrerend gedrag, maakt deel uit van de dagelijkse interacties onder jongeren op sociale netwerksites (SNS) en kan tot negatieve gezondheidseffecten leiden. In haar doctoraat onderzocht Kathleen Van Royen dit gedrag onder Vlaamse jongeren (12 tot 18 jaar), en de rol die SNS providers kunnen spelen in de aanpak hiervan. Providers hebben een sociale verantwoordelijkheid om proactief de online veiligheid van hun jonge gebruikers te verzekeren en beschikken bovendien over technische middelen om dit probleem aan te pakken.

Uit een bevraging bij 1015 jongeren, blijkt dat bijna één derde (29.8 %) van de jongeren, te maken kreeg met een vorm van ongewenst seksueel getint of gender-denigrerend gedrag op SNS. Onder 476 ondervraagde tienermeisjes werd bijna één vijfde (18.7%) 'hoer' of 'slet' genoemd op SNS. In meer dan de helft van de gevallen (55.9%) ging het niet over een éénmalig incident. Veel van deze meisjes hadden de indruk dat dit soort taalgebruik de standaard was op SNS.  Het lijkt ‘als normaal’ te worden beschouwd om iemand hoer te noemen. Bovendien is er duidelijk nog sprake van een dubbele standaard: meisjes worden sneller veroordeeld voor seksuele activiteiten dan jongens. Het is dan ook belangrijk om meer gelijke gender-normen te promoten onder jongeren.                                             

Uit de eerste bevraging blijkt eveneens dat jongeren die het incident rapporteerden aan de Sociale Netwerksite vaak geen antwoord of hulp kregen (in 46% van de meldingen gebeurde niets). SNS providers zouden meer inspanningen kunnen doen om sneller te reageren, schadelijke inhoud te verwijderen en zo de publieke zichtbaarheid in te perken. Bovendien is het belangrijk dat slachtoffers emotionele ondersteuning krijgen. Providers kunnen hen bijvoorbeeld de weg wijzen naar professionele hulpkanalen. Het zou ook goed zijn jongeren zelf meer controle te geven zodat ze bijvoorbeeld tijdig de inhoud rond henzelf kunnen verwijderen.

Doorheen het doctoraat werd geluisterd naar de stem van jongeren. Resultaten van focus groepen met 66 jongeren geven aan dat ze meer acties van SNS providers verwachten (zowel naar slachtoffers als naar daders toe). Erg belangrijk daarbij, is dat ze niet hun autonomie of vrijheid verliezen. Dit kan bijvoorbeeld door het monitoren van enkel die situaties waarin ze zelf een gebrek aan controle ervaren of door het bepalen van prioriteiten voor de automatische detectie. Jongeren vonden het ook belangrijk dat er preventief iets wordt gedetecteerd zodat bepaalde zaken kunnen voorkomen worden nog voor ze schade hebben aangericht zoals bijvoorbeeld het tegenhouden van naaktfoto’s, het waarschuwen van daders bij grensoverschrijdend gedrag en het voorzien van acties naar de daders toe om toekomstig gedrag te voorkomen.

Daarom werd in een experimentele studie een 'pop-up' boodschap of cue onderzocht die verschijnt nog voor jongeren hun schadelijke boodschappen uploaden en hen aanspoort om twee keer na te denken. Deze berichten verwijzen bijvoorbeeld naar de mogelijke impact van de boodschap op het slachtoffer of de zichtbaarheid van de boodschap voor een groot publiek (bv. vrienden, ouders, …). In haar doctoraat toonde Van Royen aan deze 'reflectieve cues' inderdaad werken. Wel moet de technologie om grensoverschrijdend gedrag  te detecteren nog verder ontwikkeld worden. ‘Vals positieven’ (wanneer het systeem iets onterecht aanduidt als grensoverschrijdend) zorgen immers voor frustratie bij jongeren. Bovendien mogen de reflectieve cues ook niet te vaak getoond worden, anders zorgen ze voor irritatie.



Contact e-mail: kathleen.vanroyen@uantwerpen.be

Link: https://www.uantwerpen.be/en/rg/mios/