De plaats van religie in het politieke denken van Alexis de Tocqueville. Tussen persoonlijke overtuiging en publiek beleid

Date: 3 July 2017

Venue: UAntwerpen - Campus Drie Eiken - Promotiezaal - Aula Fernand Nédée (Q) - Universiteitsbaan - 2610 Antwerpen (Wilrijk) (route: UAntwerpen, Campus Drie Eiken)

Time: 3:00 PM - 5:30 PM

PhD candidate: Luk Sanders

Principal investigator: Prof. dr. Walter Van Herck (Universiteit Antwerpen) & prof. dr. Carl Ceulemans (Koninklijke Militaire School)

Short description: Doctoraatsverdediging Luk Sanders - Faculteit Letteren en Wijsbegeerte UAntwerpen en Koninklijke Militaire School Brussel



Abstract

Nadat de Franse Revolutie radicaal had afgerekend met de ontsporingen van koning, adel en clerus was het land ontregeld. Het was Tocquevilles grote betrachting om zijn gedesoriënteerde, postrevolutionaire land om te buigen tot een harmonieuze samenleving.

Het antiklerikalisme en het ongeloof van vele Fransen in zijn tijd beschouwde hij enigszins als een foute remedie ten gevolge van een foute diagnose. Vóór de revolutie had de Franse kerk zich ontwikkeld tot een politieke instelling eerder dan een zuiver religieuze. Tocqueville meende daarom dat Frankrijk geen nood had aan minder kerk, maar meer kerk, zij het in de ware betekenis van het woord, dus als zuiver religieuze instelling.

Hij verdedigde hartstochtelijk de weinig vanzelfsprekende stelling dat een democratie nood heeft aan religie. Hij meende immers dat als in een samenleving veel burgers oprecht in God geloven en als bovendien kerk en staat van elkaar zijn gescheiden, het geloof van die burgers een gunstige invloed heeft op de moraal van die samenleving. In een democratie zou die invloed extra van belang zijn, omdat burgers op die manier minder geneigd zijn om hun democratische vrijheden – waar ze wel degelijk recht op hebben – te gebruiken op manieren die de democratie onstabiel maken.

Dit is meteen een heel algemeen antwoord op de vraag naar de plaats van religie in het politieke denken van Alexis de Tocqueville. Het doel van dit proefschrift is om dit verder te preciseren aan de hand van vier onderzoeksvragen.

Tocquevilles vurige pleidooi voor het belang van religie in een democratie (i.c. in het toenmalige Frankrijk) is weinig vanzelfsprekend op het Europese continent en met behulp van een biografische studie zal vooreerst een antwoord worden gezocht op de vraag op welke modellen hij zich daarvoor had gebaseerd.

Het feit dat Tocqueville zijn geloof op zestienjarige leeftijd grotendeels is verloren, maakt het extra vreemd dat hij zo gebeten was door de gedachte dat niet alleen zijn land, maar ook elke democratie veel nood heeft aan religie. Vandaar dat de tweede onderzoeksvraag luidt of Tocqueville een overdreven belang hechtte aan religie in zijn denken over de democratie.

Zowel Claude Lefort als Marcel Gauchet meenden dat Tocqueville, met zijn pleidooi voor religie, er blijk van gaf dat hij onvoldoende oog had voor de rol van verdeling van de macht in een democratische samenleving. In een derde tijd zal nagegaan worden of dit argument terecht was.

Tot slot zal nog een heel ander thema worden aangesneden. Uit heel Tocquevilles oeuvre blijkt (veelal impliciet) dat hij met zijn pleidooi voor een prominente rol van religie in een democratie vooral de christelijke religie voor ogen had. Niettemin heeft Tocqueville ook gedacht en geschreven over niet-christelijke religies, alleen zijn zijn standpunten daaromtrent veel minder bekend en werd er weinig over gepubliceerd. In het laatste deel zal daarom onderzocht worden welke plaats Tocqueville zag weggelegd voor enkele niet-christelijke religies.



Contact email: luk.sanders@etf.edu

Url: http://www.rma.ac.be/nl/index.html