Preferential votes. Explaining individual electoral success in intra-party competition

Datum: 1 september 2017

Locatie: Stadscampus, Promotiezaal, Klooster van de Grauwzusters - Lange St-Annastraat 7 - 2000 Antwerpen (route: UAntwerpen, Stadscampus)

Tijdstip: 14 uur

Promovendus: Patrick van Erkel

Promotor: Prof. dr. Peter Van Aelst, prof. dr. Peter Thijssen

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Patrick van Erkel - Faculteit Sociale Wetenschappen, Departement Politieke Wetenschappen



Abstract

n België kunnen kiezers niet alleen stemmen voor een politieke partij, maar hebben ze ook de optie om te stemmen op een of meerdere kandidaten binnen die partij, een zogeheten voorkeurstem. Deze voorkeurstemmen zijn belangrijk omdat zij van invloed zijn op de verdeling van zetels binnen de partij en omdat zij een concrete indicator zijn voor de populariteit van kandidaten. Kandidaten die meer voorkeurstemmen behalen, hebben een grotere kans op een politieke functie en een betere lijstplaats tijdens de eerstvolgende verkiezingen. Het doel van deze dissertatie is om te verklaren waarom sommige kandidaten meer voorkeurstemmen behalen, en dus individueel meer electoraal succes hebben, dan andere kandidaten. Wat schuilt er achter deze verschillen?

De dissertatie laat zien dat het individuele electorale succes in de intra-partij competitie het resultaat is van een interactie van vier typen factoren: partij-gerelateerde karakteristieken, individu-gesitueerde karakteristieken, media factoren en campagne factoren. Betreffende partij-gerelateerde karakteristieken is het niet alleen de partij waar een kandidaat toebehoort dat beïnvloedt hoeveel stemmen een kandidaat potentieel kan aantrekken, maar is er vooral ook een sterk effect van de lijstpositie op electoraal succes. Kandidaten op hogere plaatsen op de kieslijst scoren beter dan de laaggeplaatste kandidaten, zelfs wanneer we controleren voor alternatieve verklaringen. Individu-gesitueerde karakteristieken zijn ook belangrijk om de verschillen in electoraal succes tussen kandidaten te verklaren. Vooral sociaal-demografische karakteristieken zijn hier van invloed en de dissertatie laat zien dat kandidaten van ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen en kandidaten met een etnische minderheidsachtergrond, electoraal succesvoller zijn. De verklaring hiervoor is dat ondervertegenwoordigde groepen hun stem meer baseren op gelijkenissen met de kandidaat. Zo zijn vrouwen vaker geneigd om hun stem te geven aan kandidaten van hetzelfde geslacht dan mannen. Ook politieke ervaring doet er toe. Hierbij zien we vooral dat parlementariërs meer voorkeurstemmen ontvangen. Tenslotte laat de dissertatie zien dat voorkeurstemmen ook het resultaat zijn van media-aandacht en campagnestrategieën. Kandidaten die meer in de media verschijnen en een meer gepersonaliseerde campagne voeren, ontvangen meestal meer stemmen.

De dissertatie laat ook zien dat niet alle effecten gelijk zijn voor alle kandidaten. Voor media-aandacht bijvoorbeeld vinden we dat voor topkandidaten vooral aandacht in de lange campagne van invloed is, aangezien hier het spelbord wordt klaargezet, terwijl voor gewone kandidaten aandacht vlak voor de verkiezingen meer van belang is. Ook worden verschillen tussen kandidaten gevonden voor een gepersonaliseerde campagnestijl. De strategie van kandidaten om op henzelf te focussen in plaats van de partij werkt voor topkandidaten, maar niet voor gewone kandidaten. In de praktijk creëert dit een Mattheus-effect waarbij de strategie om gepersonaliseerde stemmen te winnen het minste effect heeft voor die kandidaten die er het meest van zouden kunnen profiteren.

We kunnen concluderen dat kandidaten een invloed kunnen hebben op hun eigen electorale succes, maar dat deze invloed begrenst is. De grenzen worden gesteld door de politieke partijen. Vooral via het opstellen van de kieslijsten hebben partijen een grote invloed op het succes van hun kandidaten. Echter, binnen deze begrenzingen hebben kandidaten ruimte om hun succes te beïnvloeden. Hoewel laaggeplaatsten kandidaten niet kunnen concurreren met de topposities, kunnen ze relatief goed scoren in vergelijking tot de andere laaggeplaatste kandidaten. Factoren zoals sociaal-demografische karakteristieken, de lokale stem en politieke ervaring kunnen ervoor zorgen dat kandidaten relatief goed scoren ten opzichte van hun positie. Kandidaten op de topposities zijn dan weer voornamelijk in competitie met de andere topkandidaten. Hoewel deze kandidaten eigenlijk altijd een groter percentage stemmen behalen dan de laaggeplaatste kandidaten, kunnen ze toch ‘teleurstellen’ door niet goed te scoren ten opzichte van hun lijstpositie. Deze bevindingen impliceren dat ook in de, door velen uitgeroepen, tijd van personalisering politieke partijen niet overbodig zullen worden en een grote rol zullen blijven spelen, in ieder geval in de nabije toekomst. Politieke partijen hebben nog steeds een grote vinger in de pap als het aankomt op welke kandidaten de meeste voorkeurstemmen ontvangen. 



Contact e-mail: patrick.vanerkel@uantwerpen.be

Link: https://www.uantwerpen.be/en/rg/m2p/