Thuis in Brugge. Materiële cultuur en wooncultuur in een stad in verval, 1438–1600

Datum: 30 oktober 2017

Locatie: Stadscampus - Hof Van Liere - Willem Elsschotzaal - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen (route: UAntwerpen, Stadscampus)

Tijdstip: 15 - 17.30 uur

Organisatie / co-organisatie: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

Promovendus: Julie De Groot

Promotor: Prof. dr. Blondé Bruno, dr. Wilson Katherine Anne

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Julie De Groot - Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Departement Geschiedenis



Abstract

Dit proefschrift bestudeert de manier waarop stedelingen in de late vijftiende- en zestiende eeuw een thuis creëerden in één van de rijkste steden van de Nederlanden die doorheen de periode geconfronteerd werd met politieke uitdagingen en een economisch verval. Binnen de onderzoekstraditie naar de beleving en creatie van een stedelijke wooncultuur, bestaat er reeds lang een enorme interesse in de inrichting van de weelderige Renaissance palazzi en case van het Italiaanse stedelijk patriciaat en in de constructie van vernacular houses in laatmiddeleeuws Engeland. Een gelijkaardige onderzoeksbelangstelling voor de Zuidelijke Nederlanden staat nog maar voorzichtig in de kinderschoenen.

Niet alleen is de aandacht hier vooral uitgegaan naar woningen in andere periodes, maar binnen het veld van de stadshistoriografie bleef de focus ook te vaak liggen op de sociale productie en de politieke beleving van de publieke ruimte. Er werd immers vanuit gegaan dat de sociale identiteit van stedelingen voornamelijk vorm kreeg en gerepresenteerd werd op de pleinen en in de straten van de stad. Vertrekkend vanuit boedelinventarissen als hoofdbron, wil dit boek de focus verleggen van de publieke ruimte naar de persoonlijke leefruimte van voornamelijk de stedelijke middengroepen bestaande uit ambachtslieden en winkeliers enerzijds, en de stedelijke mercantiele bovenlaag anderzijds. 

In het eerste deel van het boek ligt de focus op de organisatie van de woonruimte en op de functionele invulling van de woonvertrekken. Het vertrekt vanuit de vaststelling dat er weldegelijk een fysieke (en mentale) grens was tussen werken en wonen en dat deze bezigheden niet noodzakelijk in elkaar overliepen. Sommige alledaagse activiteiten zoals bidden, slapen en eten waren duidelijk voorbehouden voor de leefruimte en hadden geen plaats in de commerciële ruimte vooraan of achteraan het huis. Daarnaast werd duidelijk dat het Brugse huis naar gebruik ook erg kon verschillen met de huizen die reeds bestudeerd werden in Firenze, Rome of Antwerpen. Het Brugse contoor bijvoorbeeld, was niet de ruimte waar de heer des huizes de mantel van humanistisch geleerde aantrok, maar het representeerde veeleer het commerciële, mercantiele karakter van de eigenaar en van de stad. In vele opzichten waren de grenzen tussen ruimtes bovendien niet alleen fysiek van aard, maar hadden ze ook een uitgesproken sociaal karakter. In de huizen van de meer welgestelde stedelijke bovenlaag was zowel de eetkamer als later de salette een ruimte bedoeld om bepaalde gasten in te ontvangen op welbepaalde momenten. Het waren ruimtes waarin het scala aan activiteiten met andere woorden steeds meer beperkt werd. Ook de slaapkamer werd een exclusieve ruimte waarin alleen de heer en dame des huizes hun hoofd te rusten konden leggen of verstrooiing konden vinden, maar waar evenzeer ook gasten ontvangen werden. 

Het tweede deel van het boek betoogt dat de sociale polarisatie die in Brugge in de zestiende eeuw tot stand kwam, niet alleen merkbaar was in de organisatie van de ruimte, maar ook in de aankleding ervan. Terwijl de stedelijke bovenlaag (en dan vooral de leden van de Spaanse natie) nog min of meer in staat was om de modes in luxegoederen te volgen (zoals het bezit van genretaferelen, portretten, spiegels, wandtapijten, individuele stoelen bekleed met leder of stof), moesten minder welgestelde lieden het stellen met goedkopere substituten of minder kwalitatieve producten. Niettemin is gebleken dat deze (semi)luxegoederen vaak op een geheel eigen manier gebruikt werden. Zo fungeerden schilderijen vooral binnen de sfeer van de persoonlijke devotie en werd tapisserie ook gebruikt voor alledaagse gebruiksvoorwerpen.



Contact e-mail: julie.degroot@uantwerpen.be

Link: https://www.uantwerpen.be/nl/personeel/julie-degroot/