Objectieve parameters in revalidatie van vermoeide patiƫnten

Datum: 6 december 2017

Locatie: Campus Drie Eiken, Building Q, Promotiezaal - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk (route: UAntwerpen, Campus Drie Eiken)

Tijdstip: 16 uur

Promovendus: Jan Eyskens

Promotor: Prof. dr. G. Moorkens, prof. dr. J. Nijs (VUB)

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Jan Eyskens - Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen



Abstract

Patiënten met klachten van aanhoudende vermoeidheid presenteren zich in de praktijk van de eerstelijns kinesitherapeuten. De etiologie van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) is nog steeds onbekend. Dit proefschrift richt zich op het vinden van low-tech parameters die kunnen helpen bij de beoordeling tijdens de intake en bij de follow-up van patiënten met CVS die voldoen aan Fukuda’s criteria.

Een eerste onderzoeksvraag luidde: “Hebben patiënten met CVS een beperkt vermogen om zich staande opgericht te houden tegen de zwaartekracht in?”. Een door Shipp et al. gevalideerde test, (Timed Loaded Standing, TLS) die de gecombineerde romp-arm uithouding meet vanuit stand, werd hiervoor gebruikt. Bij patiënten met CVS blijkt dat deze uithouding van kortere duur is als ze wordt vergeleken met een gezonde controle populatie, eveneens korter dan bij 25 jaar oudere osteoporose patiënten en korter dan in een niet-geïndustrialiseerde populatie.

Een tweede onderzoeksvraag volgde: “Is er een verschil in automatisme van het gaan als we patiënten met CVS vergelijken met een gezonde controle populatie?”. De klassieke test van Lundin-Olsson, “Gaan stopt tijdens het spreken” (Stops Walking While Talking), werd aangepast tot de “Stopt de patiënt die wandelt met gesloten ogen als hij/zij een bijkomende rekentaak krijgt?” (Stops Walking with Eyes Closed with secondary Cognitive Task, SWECCT). Bij het starten van het gaan keken 23,5% van de patiënten met CVS naar de grond in vergelijking met slechts 2,6% van de gezonde controles. Na zeven meter gaan werd aan de proefpersonen gevraagd om de ogen te sluiten, en na nog eens zeven meter werd een rekentaak gegeven (“Hoeveel is 100 - 7?”). Van de patiënten met CVS stopten 55,9% met gaan, vergeleken met slechts 5,3% van de gezonde controles.

Daarop volgde een derde onderzoeksvraag: “Is er bij patiënten met CVS een relatie tussen het romp-arm uithoudingsvermogen cq. het geautomatiseerd zijn van het gaan en zelf gerapporteerde mate van vermoeidheid, vitaliteit en fysiek functioneren?”. Alleen het romp-arm uithoudingsvermogen bleek statistisch significant gerelateerd aan de sub-schaal ‘fysiek functioneren’ van de ‘SF-36 vragenlijst’.

Algemene conclusie: het romp-arm uithoudingsvermogen blijkt gereduceerd bij vrouwelijke CVS-patiënten en de mate van dit vermogen blijkt gerelateerd te zijn aan de sub-schaal ‘lichamelijk functioneren’ van de SF-36 vragenlijst .

Dit inzicht kan worden gebruikt voor de beoordeling van vrouwelijke patiënten met CVS en toegepast om de resultaten van een revalidatieprogramma te beoordelen. Deze studie kent beperkingen. Om de stabiliteit van deze bevindingen te onderzoeken is longitudinale opvolging nodig.



Inkomprijs: gratis

Link: https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/geneeskunde-gezondheidswetenschappen/