Ecological Psychologies as Philosophies of Perception. On Explaining how we Perceive what we can Do

Date: 26 June 2018

Venue: Nottebohmzaal - Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience - Hendrik Conscienceplein 4 - 2000 Antwerpen

Organization / co-organization: Faculty of Arts

PhD candidate: Jan Van Eemeren

Principal investigator: prof. dr. Erik Myin

Short description: PhD defence Jan Van Eemeren - Faculty of Arts - Department of Philosophy



Ecological Psychologies as Philosophies of Perception. On Explaining how we Perceive what we can Do

In Ecological Psychologies as Philosophies of Perception two perspectives on the concept of perception are discussed. The naturalistic perspective, which aims to conceive perception in such a way that it is amenable to naturalistic, scientific explanation is analysed. It is contrasted with the epistemological perspective that constrains the concept of perception such that it might support empiricism, the idea that all knowledge ultimately originates in perception.

These two perspectives play defining roles in Ecological Psychology, the approach to the psychology of perception founded by American psychologist James J. Gibson. Three Ecological Psychologies are distinguished. First, there are the works of Gibson himself. Second, there is the branch of Ecological Psychology led by Michael Turvey and Robert Shaw, which is referred to as “Neogibsonian”. And third, there is a modest but growing branch of research that takes its inspiration from Gibson, but rejects aspects of Neogibsonian orthodoxy. These rejections are fuelled by diverging assumptions about naturalism and epistemology, and the roles they play for the concept of perception.

The philosophy of Willard V. Quine is used as an analytic tool to assess the concepts of knowledge that shape the epistemological perspectives in the three ecological approaches, as well as to assess their naturalistic credentials. It is argued that the epistemological perspective in the Neogibsonian branch is coloured by a concept of knowledge that comprises the idea of “certainty”. The decisiveness with which this view is advanced by the Neogibsonians entails a demotion of the naturalistic perspective. The third, heterodox branch of ecological research—we focus on the work of Alan Costall, Rob Withagen and Anthony Chemero—attributes more weight to the naturalistic perspective, including considerations from evolutionary biology, and it minimises the role of traditional epistemological concerns. This dissertation aims to contribute to the philosophical support for this “evolutionary-ecological” approach.

 

Ecologische Psychologie als Filosofie van Waarnemen bespreekt twee perspectieven op het begrip “waarnemen”. Het natuurwetenschappelijke perspectief dat tracht waarnemen te definiëren zodat het op een naturalistische, wetenschappelijke wijze kan worden bestudeerd en verklaard, wordt geanalyseerd. Daarnaast neemt het het kentheoretische perspectief onder de loep. Dat perspectief bakent het begrip van waarnemen af zodat het de stelling van het empirisme − dat alle kennis zijn oorsprong vindt in waarnemen − kan ondersteunen.

Deze twee perspectieven spelen een bepalende rol in de Ecologische Psychologie, een benadering binnen de waarnemingspsychologie, in het leven geroepen door de Amerikaanse psycholoog James J. Gibson. Drie vormen van Ecologische psychologie onderscheiden zich. Ten eerste, de werken van Gibson zelf. Ten tweede, de tak binnen de Ecologische Psychologie, aangevoerd door Michael Turvey en Robert Shaw, die als “Neogibsoniaans” wordt aangeduid. En ten derde is er een bescheiden maar groeiende tak van onderzoek naar waarnemen, die haar inspiratie ontleend aan Gibson maar bepaalde aspecten van de orthodoxe Neogibsonianen verwerpt. Deze afwijzingen vinden hun grond in onenigheid over de aanspraken die het naturalistische en het kentheoretische perspectief kunnen en mogen maken op het begrip van waarnemen.

De filosofie van Willard V. Quine wordt ingezet als een analytisch instrument om te verduidelijken hoe “kennis” wordt begrepen in de kentheoretische perspectieven van de drie ecologische benaderingen, en tevens om hun naturalistische geloofsbrieven te evalueren. Het resultaat van deze analyses is dat het begrip van kennis dat het Neogibsoniaanse denken kleurt, wordt bepaald door de notie van “zekerheid”. Uit de vasthoudendheid waarmee het deze gedachte verdedigt, volgt dat de Neogibsoniaanse benadering op gespannen voet staat met het naturalistische perspectief op waarnemen. De derde, heterodoxe strekking binnen het ecologische veld − belichaamd door onder meer Alan Costall, Rob Withagen en Anthony Chemero − hecht meer belang naturalistische overwegingen, met name aan argumenten uit de evolutionaire biologie. Mede daarom beperken zij de rol van het klassieke kentheoretische perspectief in hun begripsvorming van waarnemen. Dit proefschrift heeft als doel deze evolutionair-ecologische benadering wijsgerig te schragen.



Contact email: Jan.VanEemeren@uantwerpen.be

Link: https://www.uantwerpen.be/nl/personeel/jan-vaneemeren/