Vroege opsporing van de ziekte van Alzheimer: focus op het verbeteren van de neuropsychologische screening

Datum: 7 september 2018

Locatie: UAntwerpen, Campus Drie Eiken, Gebouw O, Auditorium O3 - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk (Antwerpen) (route: UAntwerpen, Campus Drie Eiken)

Tijdstip: 17 - 19 uur

Promovendus: Ellen De Roeck

Promotor: Sebastiaan Engelborghs, Peter Paul De Deyn, Eva Dierckx

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Ellen De Roeck - Departement Biomedische Wetenschappen



Abstract

In het kader van vroege detectie van de ziekte van Alzheimer (AD) vormen neuropsychologische screeninginstrumenten een belangrijk onderwerp om te bestuderen. Ze zijn niet-invasief, worden frequent gebruikt in de klinische praktijk en zijn essentieel voor het identificeren van de eerste klinische fases en voor de opvolging van de laatste fase (dementie) van AD. Het doel van dit proefschrift is het verbeteren van de neuropsychologische screeninginstrumenten doorheen het AD continuüm.

In het eerste deel, getiteld cognitieve kwetsbaarheid, gingen we op zoek naar hoe subjectieve cognitieve kwetsbaarheid (SCD) opgespoord kan worden bij thuiswonende ouderen. Hiervoor maakten we gebruik van een relatief nieuw concept, namelijk cognitieve kwetsbaarheid. We hebben vier zelf-rapportage vragen, die cognitieve kwetsbaarheid vertegenwoordigen, toegevoegd aan de Comprehensive Frailty Assessment Instrument (CFAI) en aldus de CFAI-plus gecreëerd. De CFAI-plus is een eenvoudig af te nemen instrument, dat gebruikt kan worden voor screeningprogramma’s, voor de opsporing van multidimensionale kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen.

In het tweede deel, met de titel cognitieve screeninginstrumenten, leggen we de focus op hoe we MCI ten gevolge van AD kunnen detecteren. Een literatuurstudie leert ons dat hoewel er een groot aantal (n=50) screeninginstrumenten beschikbaar is, geen van de instrumenten de ideale psychometrische kwaliteiten voor het opsporen van MCI ten gevolge van AD. Hoewel de MoCA veelbelovend uit de literatuurstudie komt, merken we op dat de specificiteit van de MoCA te laag is.

Daarom hebben we in de tweede studie besloten om de MoCA aan te passen. De aangepaste MoCA heeft een goede specificiteit en is in staat om te voorspellen of MCI patiënten binnen één jaar een dementie gaan ontwikkelen. We kunnen daarom besluiten dat de aangepaste MoCA gebruikt kan worden voor de detectie van MCI en MCI ten gevolge van AD. In het laatste deel over neuro psychiatrische symptomen, hebben we de rol van depressieve symptomen en apathie bij de conversie van MCI naar dementia bestudeerd. In een eerste studie toonden we aan dat depressieve symptomen, niet konden voorspelen voor conversie van MCI naar (AD) dementie na 1.5 , 4 en 10 jaar.

Met een tweede studie vonden we dat apathie, conversie van MCI naar (AD) dementie kon voorspellen na 1 jaar.  Onze resultaten suggereren dat apathie en depressieve symptomen op verschillende momenten voorkomen binnen het AD continuüm. De verschillende studies in deze PhD thesis benadrukken de bruikbaarheid en het belang van neuropsychologische screeningsinstrumenten voor de detectie van AD.



Link: https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/faculteit-fbd/onderzoek/doctoraatsverdedigen/