Veelzijdige Parlementariërs - Wie of wat vertegenwoordigen Europarlementariërs?

Datum: 17 december 2018

Locatie: Stadscampus, Hof van Liere, F. de Tassiszaal - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen (route: UAntwerpen, Stadscampus)

Tijdstip: 16 uur

Organisatie / co-organisatie: Faculteit Sociale Wetenschappen

Promovendus: Inger Baller

Promotor: prof. dr. Peter Bursens en prof. dr. Jan Beyers

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Inger Baller - Departement Politieke Wetenschappen



Abstract

‘Wie of wat vertegenwoordigen Europarlementariërs?’ Het Verdrag betreffende de Europese Unie is hier helder over: “De burgers worden op het niveau van de Unie rechtstreeks vertegenwoordigd in het Europees Parlement.” Terwijl vertegenwoordiging op elk politiek niveau een complex fenomeen is, geeft de meerlagige structuur van het Europees systeem nog meer mogelijkheden en impulsen om af te wijken van het Verdrag.

Europarlementariërs (MEP’s) zijn, onder andere, geboren en opgegroeid in een lidstaat, gegroepeerd in Europese partijgroepen, geaffilieerd aan nationale politieke partijen, worden benaderd door lobbyisten en werken relatief onder de radar doordat burgers maar beperkt aandacht aan Europese politiek besteden. Hierdoor hebben MEP’s de vrijheid en prikkels gehad om wie of wat ze vertegenwoordigen te verbreden. Doordat de machten van het EP uitgebreid zijn, is de rol van MEP’s in het Europees systeem belangrijker geworden. Daarom was het doel van dit doctoraat om te exploreren en te verklaren wie en wat Europarlementariërs vertegenwoordigen in hun wetgevend gedrag.

Het startpunt van dit doctoraat is dat een volksvertegenwoordiger de belangen en visies van meer dan één achterban kan verdedigen. Wie en/of wat iemand vertegenwoordigt staat in de literatuur bekend als de ‘focus van vertegenwoordiging’. Theoretisch start dit doctoraat vanuit de ‘functionalistische’ benadering van legislatieve rollen. Binnen deze benadering is de ‘focus van vertegenwoordiging’ een van de constituerende delen van de rol van een parlementariër. Tegelijkertijd gebruik ik ‘Congress’-theorieën over parlementaire organisatie, strategische motivaties van volksvertegenwoordigers, institutioneel geïnduceerde prikkels, theorieën over parlementaire socialisatie en de kenmerken van de (parlementaire) context om te verklaren met wie Europarlementariërs samenwerken en te verklaren wie en wat Europarlementariërs vertegenwoordigen.

MEP’s hebben verschillende activiteiten ter beschikking die zij kunnen gebruiken voor vertegenwoordiging. MEP’s kunnen bijvoorbeeld parlementaire vragen stellen, speechen en bijeenkomsten organiseren. Wetgevende amendementen hebben echter een veel grotere impact op de output van de Europese Unie. Aangezien in de plenaire vergadering activiteiten beperkt zijn door strengere regels en procedures, is hier de nadruk gelegd op amendementen in parlementaire commissies. Twee kenmerken van amendementen waren bijzonder belangrijk in dit doctoraat. Aan de ene kant de MEP’s die als (co-)auteurs de amendementen schreven: de makers van de vertegenwoordigende claim. Aan de andere kant de inhoud van de amendementen en rechtvaardigingsargumenten.

In het eerste deel van het doctoraat verken ik het gebruik en de kenmerken van amendementen in parlementaire commissies. Door middel van webscraping verzamelde ik meer dan 200.000 amendementen ingediend tijdens de zevende legislatuur (2009-2014). De analyse van wie amendeert laat zien dat vooral commissieleden en plaatsvervangers amenderen, ongeacht of ze (schaduw)rapporteur zijn of niet. Gemiddeld genomen participeert maar een klein aantal niet-leden. Dit ligt in lijn met de ‘informationele’ theorie van parlementaire organisatie, aangezien dit laat zien dat er arbeidsverdeling is tussen gespecialiseerde MEP’s.

Netwerkanalyse van samenwerking in amendeergedrag laat zien dat tot dezelfde EP partijgroep behoren, dezelfde lidstaat vertegenwoordigen en geaffilieerd zijn aan dezelfde parlementaire commissie bijdraagt aan de kans dat MEP’s samenwerken. Dit betekent dat MEP’s niet simpelweg samenwerken op basis van nationaliteit of ideologie, maar dat gedeelde specialisatie, elkaar ontmoeten en/of reageren op hetzelfde wetsvoorstel gedrag vormgeven. Verdere analyse laat zien dat het belang van elke overeenkomst verschilt over de commissies heen, maar dat dit niet verklaard kan worden door kenmerken van de commissies.

In het tweede deel van dit doctoraat stond vertegenwoordigend gedrag in de inhoud van amendementen centraal. Om ‘wie en wat’ vertegenwoordigd wordt te vangen in één maat ontwikkelde ik het concept van de ‘distributie van foci’. Door middel van beschrijvende statistiek onderbouwde ik deze nieuwe manier van beschrijven van vertegenwoordigend gedrag stap-voor-stap. Hierin nam ik zeven verschillende ‘foci’ mee. Ten eerste waren dit drie ‘geografische’ kieskringen (subnationaal, nationaal en gehele EU). Ten tweede nam ik een maatschappelijke focus (burgers in het algemeen en subgroepen zoals vrouwen, minderheden en ouderen) en specifieke focus (georganiseerde economische belangen, bedrijven, belangengroepen) mee. Verder bestaan er nog ‘ongebonden belangen’ waarvan niemand kan oordelen of ze goed verdedigd zijn of niet. Dit zijn bijvoorbeeld idealen zoals rechtvaardigheid en eerlijkheid (idealistische focus) of administratieve normen zoals rechtszekerheid en efficiënte wetgeving (administratieve focus).

De resultaten laten zien dat MEP’s consistent deze administratieve en idealistische foci meer centraal plaatsen dan geografische foci. Dit zet volksvertegenwoordiging in het EP in een nieuw daglicht. Om dit te kaderen zijn oude verklaringen opnieuw getest. Net als in het verleden leveren deze geen eenduidige resultaten op. Echter, door te kijken naar de ‘distributie van foci’ en ervan uit te gaan dat MEP’s van rol kunnen wisselen afhankelijk van het beleidsveld en hun formele machtspositie, vonden we dat wie en wat vertegenwoordigd is gerelateerd is aan kenmerken van de context.

Reflecterend komt een beeld naar voren van flexibele Europarlementariërs. In het algemeen balanceren ze hun tijd tussen verschillende taken en wordt er vanuit verschillende hoeken druk op hen uitgeoefend. Het belang van lidmaatschap van parlementaire commissies en kenmerken van de context in het verklaren van vertegenwoordigend en amendeergedrag laat zien dat MEP’s zichzelf in situaties manoeuvreren die bij hun profiel passen of zich aanpassen aan de omstandigheden waarin ze zich bevinden. Daarom is het belangrijk om mee te nemen wat Europarlementariërs zijn wanneer je wilt begrijpen hoe ze hun rol opnemen: veelzijdige parlementariërs.



Contact e-mail: inger.baller@uantwerpen.be

Link: https://www.uantwerpen.be/en/staff/inger-baller/