'Ik schrijf een eigen Claus-taal'. Het Vlaams van Hugo Claus stilistisch verkend

Datum: 25 januari 2019

Locatie: UAntwerpen - Stadscampus - Promotiezaal 'Grauwzusters' - Lange Sint-Annatraat 7 - 2000 Antwerpen (route: UAntwerpen, Stadscampus)

Tijdstip: 15 - 17.30 uur

Organisatie / co-organisatie: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

Promovendus: Wendy Lemmens

Promotor: Prof. dr. Kevin Absillis

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Wendy Lemmens - Departement Letterkunde



Abstract

Taal en taalnormen zijn in Vlaanderen altijd onderwerp van discussie geweest. Sinds het ontstaan van België woedde (en woedt) er een bijwijlen felle discussie over de mate waarin het Nederlands in Vlaanderen zich diende te richten naar het taalgebruik in Nederland. Uiteindelijk werd eind negentiende eeuw besloten het ABN uit Nederland als officiële norm in te voeren in Vlaanderen. Keer op keer werd de Vlaming op het hart gedrukt dat een vlekkeloze beheersing van het ABN zou leiden tot een hoge mate van beschaving. Vlaamse literatoren vervulden hierin een niet te onderschatten voorbeeldfunctie. Dit legde een grote druk op hun schouders, temeer omdat de eerste schrijvers aanvankelijk nog nauwelijks met het ABN uit de voeten konden. Al snel ontstond een literatuurkritiek die in de praktijk vaak neerkwam op een strenge taalkritiek. Fouten tegen het Nederlands werden gretig aangehaald om aan te tonen dat het Nederlands van de Vlaming nog lang niet op peil was. De sociale druk om zuiver Nederlands te spreken en schrijven nam hand over hand toe en leidde vlak na de Tweede Wereldoorlog zelfs tot een zogenaamde ‘hyperstandaardisering’.

Juist in deze periode van standaardiseringsdruk debuteerde de negentienjarige, uit West-Vlaanderen afkomstige Hugo Claus. Geheel conform de geldende taalnormen was Claus’ debuutroman De Metsiers (1951) in een algemeen, haast ‘boekig’ Nederlands gesteld. Gedurende zijn literaire loopbaan begon dit Nederlands echter steeds meer als een keurslijf aan te voelen. In de aanloop naar zijn vierde roman De verwondering (1962) begon Claus te beseffen dat hij een eigen, typisch Vlaamse ‘stem’ nodig had om tot een geslaagde analyse van Vlaanderen te komen. Hij begon te experimenteren met invloeden uit zijn eigen West-Vlaamse moedertaal en spreektalige registers die hij overal om zich heen hoorde. Dit mondde uit in een intrigerende zoektocht naar zijn eigen benoemde ‘Claus-taal’; zijn linguïstische ‘graal’ om een talige ruimte te scheppen waarin hij de Vlaamse identiteit in optima forma kon analyseren en problematiseren door de hybriditeit van ‘het Vlaams’ te benutten. Aan de hand van methoden uit de stilistiek en inzichten uit de sociolinguïstiek wordt in dit proefschrift onderzocht hoe Claus deze talige ruimte precies schiep, en welke literaire, sociaal en (taal)politieke effecten hij daarmee beoogde in zijn literaire universum.



Contact e-mail: Wendy.Lemmens@uantwerpen.be

Link: http://uantwerpen.academia.edu/WendyLemmens