Migranten ondernemen steeds minder in traditionele sectoren

Datum: 8 mei 2015

Inleiding: Uit een onderzoek naar migrantenondernemerschap in Antwerpen concluderen wetenschappers van UAntwerpen onder meer dat er grote verschillen zijn in de manier waarop de eerste en de tweede generatie migranten aan ondernemen doet.

Voor het Steunpunt Inburgering en Integratie deden Dries Lens en dr. Joris Michielsen, beiden verbonden aan het Centrum voor Migratie- en Interculturele Studies (UAntwerpen), onderzoek naar het migrantenondernemerschap in Antwerpen. De wetenschappers voerden een verkennende kwantitatieve analyse naar profiel en succes uit, aan de hand van 166 interviews met ondernemers uit de Maghreb, het Midden-Oosten en andere niet-EU-landen.

“Als mensen aan ondernemende migranten denken, maken ze vaak de associatie met traditionele, laaggeschoolde en arbeidsintensieve arbeid”, zegt Dries Lens. “In de perceptie steunen die ondernemers vaak op onbetaalde familiearbeid om het hoofd boven water te kunnen houden. Maar die visie stemt steeds minder overeen met de realiteit. Migranten van de tweede generatie geven hun ondernemerschap op een heel andere manier vorm.”

Dat blijkt onder meer uit de sectoren waarin de migrantenondernemers actief zijn. De eerste generatie, geboren in het buitenland, concentreerde zich vooral op traditionele sectoren zoals de handel (44%) en horeca en catering (20%). Bij de tweede generatie lopen die cijfers duidelijk terug: handel (32%) en horeca en catering (4%). Zij zijn vaker vertegenwoordigd in vrije beroepen en diensten aan bedrijven.

Bovendien hebben migranten uit de tweede generatie in vergelijking met hun ouders vaker meer dan één bedrijf (42% tegenover 21%). Nog een vaststelling: daar waar 47% van de migrantenondernemers vroeger geen werknemers had, is dat getal vandaag gezakt naar 28%.

(In)formeel netwerken

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel migrantenondernemers steunen op informele netwerken om financiering te vinden, toegang tot informatie te krijgen en personeel aan te werven. Lens: “De tweede generatie is al meer ingebed in formele netwerken, zoals Unizo, Voka, BETIAD, het bedrijvenloket of Microstart, maar ook voor hen blijven de informele netwerken belangrijk. Op de successchaal scoren ondernemers die meer actief zijn in de formele netwerken, duidelijk beter.

De herkomst van de ondernemers speelt ook een rol bij het inschatten van het eigen succes. “Ondernemers uit andere niet-EU-landen vinden zichzelf minder succesvol dan ondernemers uit de Maghreb en het Midden-Oosten”, legt Joris Michielsen uit. “Meer dan de andere herkomstgroepen starten zij bedrijven in de handel en maken ze gebruik van informele rekrutering, wat vermoedelijk een verklaring biedt voor dat verschil.”

Aanbevelingen

Lens en Michielsen doen ook een aantal aanbevelingen voor het beleid. “Er bestaan heel wat initiatieven die ondernemers begeleiden en ondersteuning bieden. Een evaluatie van de mate waarin dergelijke initiatieven migrantenondernemers bereiken, kan erg nuttig zijn. Ook dient te worden nagegaan of de dienstverlening voldoende op maat is. Met de migratie en de demografische ontwikkelingen in het achterhoofd is het voor het beleid immers cruciaal om voortgang te geven aan initiatieven die migrantenondernemers in Vlaanderen ondersteunen en begeleiden. Zij zijn de werkgevers van de toekomst.”