Waarom wordt intens geel een 'boring' beige?

Datum: 2 juli 2015

Inleiding: De intense gele kleur in topwerken van onder anderen Matisse, Ensor en Van Gogh evolueert door de jaren heen naar een onaantrekkelijk grijs of beige. Samen met collega's zocht prof. Koen Janssens (UAntwerpen) uit wat er aan de hand is met de schilderijen.

Een internationaal en multidisciplinair team van Amerikaanse en Europese wetenschappers bestudeerde schilderijen van verschillende bekende kunstenaars zoals Henri Matisse, James Ensor en Vincent Van Gogh om beter de verkleuring en het uiteenvallen van het intense gekleurde pigment cadmiumgeel  te begrijpen. In het tijdvak 1885-1930 werd het dikwijls door de (post)impressionisten en vroeg-moderne schilders gebruikt.

“De verfstof verliest soms zijn intense gele kleur waardoor het een onaantrekkelijke grijze of beige uitzicht krijgt”, vertelt prof. Koen Janssens (Departement Chemie, UAntwerpen). “In de ergste gevallen komt het los van het canvas. Het is heel belangrijk om in detail de trage chemische processen die onder of aan het oppervlak van schilderijen plaatsgrijpen, te begrijpen. Door inwerking van licht en water treedt er immers een oxidatie op. Ook kennis over de wijze waarop de pigmenten industrieel werden bereid is van groot belang. Dit soort informatie is van vitaal belang om de toekomst van meesterwerken uit deze periode te kunnen veiligstellen, onder meer door een vroege detectie van toekomstige schade te kunnen vaststellen.”

In schilderijen zoals ‘Le Bonheur de Vivre’ van Henri Mattise of ‘Bloemen in Blauwe Vaas’ van Vincent Van Gogh heeft verkleuring van het cadmiumgeel geleid tot een belangrijk verschil in het algemeen uitzicht en de kleurbalans van de schilderijen. Dit is zeker het geval voor het werk ‘Le Bonheur de Vivre’ van Henri Matisse, dat deel uitmaakt van de collectie van The Barnes Foundation (Philadelphia, VS). Janssens: “Een belangrijk deel van het heldergele (koren)veld waartegen de centrale figuren zich aftekenen, is tot een onaantrekkelijk vaalbeige verkleurd. Oorspronkelijk frisse citroenen vertonen nu een onnatuurlijk grijs-oranje uiterlijk.” Eenzelfde verkleuring is te zien in Van Goghs ‘Bloemen in Blauwe Vaas’ uit de collectie van het Kröller-Müller Museum (Otterlo, NL).

Het onderzoeksteam gebruikte een combinatie van zeer gevoelige analysemethoden om minuscule verffragmentjes, afkomstig van schilderijen van Matisse, Ensor en Van Gogh te onderzoeken. Hoewel kleiner dan een kubieke millimeter, zijn deze toch nog opgebouwd uit verschillende laagjes materialen, waaronder het cadmiumgeel. Hiervoor werden microscopisch kleine, maar zeer intense bundels X-straling en infraroodstraling gebruikt. Zo kon het onderscheid worden gemaakt tussen de materialen die oorspronkelijk werden gebruikt door de kunstenaars en de materialen die gedurende de afgelopen 100 jaar door chemische reacties juist onder of op het schilderijoppervlak gevormd werden.

Henri Matisse

“Le Bonheur de Vivre”/”The Joy of Life”, Henri Matisse, 1905-1096, The Barnes Foundation (Philadelphia, VS)

Nadat het origineel heldergele pigment, cadmiumsulfide, oxideert onder invloed van licht en water,   wordt soms het kleurloze cadmiumsulfaat gevormd dat gemakkelijk oplost in water. Deze stof werd ook aan het oppervlak van James Ensors schilderij ‘Stilleven met rode kool’ (Kröller-Müller Museum) gevonden.

Een andere mogelijkheid is dat het beige mineraal otaviet (cadmiumcarbonaat) wordt gevormd, na reactie met afbraakproducten van de olie in de verf. Op deze wijze is de beige verkleuring in ‘Le Bonheur de Vivre’ tot stand gekomen. De onaantrekkelijke grijs-oranje kleur van de citroenen wordt mede veroorzaakt omdat tevens een grijs mineraal anglesiet (loodspaat) wordt gevormd.

In een tweede werk van Matisse,  getiteld ‘Bloemstuk’ (dat ook deel uitmaakt van de Barnes Foundation) leverde analyse van de cadmiumgele verf op dat Matisse vermoedelijk incorrect samengestelde verf gebruikte. De verf bevatte namelijk nog ongereageerde residues van de chemicaliën waarmee het cadmiumgeel wordt gemaakt. Na degradatie van het instabiele gele pigment bleef dan beige-gekleurde otaviet over. De onderzoekers vermoeden dan ook Van Gogh van dit wat minderwaardige type verf gebruik maakte.

“Als chemicus vind ik het zeer opmerkelijk dat bij verschillende kunstenaars en in schilderijen die op totaal verschillende plekken in de wereld zijn bewaard geweest, er toch heel gelijkaardige reacties hebben plaatsgevonden. Dit laat ons toe om met grotere zekerheid te voorspellen wat er met deze werken zal gebeuren in de komende decennia,” zegt Janssens.

Henri Matisse

“De resultaten van deze studie tonen aan hoe belangrijk het is om goed de chemische processen te begrijpen die gedurende de afgelopen 100 jaar zijn doorgegaan en nog steeds verder gaan in de verf,” vertelt dr. Jennifer Mass, Senior scientist in het wetenschappelijk laboratorium van het Winterthur Museum in Delaware VS. “Door de resultaten van de schilderijen van Matisse te combineren met die van werken van Ensor en Van Gogh komen we tot een actieplan dat musea zal toelaten op betere wijze voor deze werken te zorgen. Bovendien is het mogelijk om bij benadering tot een reconstructie te komen van de oorspronkelijke staat van het werk.”

Verder is het duidelijk dat een aantal belangrijke aspecten van het fenomeen nog verder moeten uitgediept worden. Een daarvan is het ontwikkelen van een procedure voor risicoanalyse voor schilderijen waarvan men vermoedt dat er zich problemen stellen. Soms zijn ze zelfs met het blote oog zichtbaar. Deze werken kunnen dan in specifieke omstandigheden in musea aan het publiek worden getoond, zodat de chemische degradatieprocessen ofwel gestopt worden ofwel veel trager dan voorheen gebeuren.



Url: http://link.springer.com/article/10.1007%2Fs00339-015-9239-4