Waarom de Zonnebloemen van Vincent van Gogh verwelken

Datum: 22 oktober 2015

Inleiding: De beroemde Zonnebloemen van Vincent van Gogh veranderen langzaamaan van kleur, en dat komt door de mix van pigmenten die de Nederlandse grootmeester in dit schilderij gebruikte.

zonnebloemen, van goghSunflowers, 1889, Vincent van Gogh (1853-1890).
Credit: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Foundation)


Daar is bewijs voor geleverd door een groep wetenschappers van het Italiaanse Instituut voor Moleculaire Wetenschap en Technologie (CNR-ISTM) in Perugia, de universiteit van Perugia en de Universiteit Antwerpen, onder leiding van Letizia Monico.

 

De groep heeft de versie van de Zonnebloemen in het Van Gogh Museum in Amsterdam onderworpen aan gedetailleerd spectroscopisch onderzoek, waarbij minuscule verfdeeltjes afkomstig uit het schilderij bestraald werden met röntgenstralen uit de PETRA III-lichtbron van DESY. De resultaten worden beschreven in het vaktijdschrift Angewandte Chemie International Edition. In het onderzoek worden ook delen van het schilderij aangeduid waar men extra zou moeten opletten voor eventuele veranderingen.

Vincent van Gogh (1853-1890) staat bekend voor zijn gebruik van felle geeltinten. De Nederlandse schilder gebruikte chroomgeel, een groep verbindingen van lood, chroom en zuurstof. “Er zijn verschillende schakeringen van het pigment, en niet alle verbindingen zijn fotochemisch stabiel in de tijd”, licht Monico toe.

“Lichter chroomgeel is vermengd met zwavel, en is onderhevig aan chemisch verval bij blootstelling aan licht, waardoor het pigment donkerder wordt.” Lichtvast chroomgeel heeft de chemische formule PbCrO4, terwijl het lichtgevoelige chroomgeel de formule PbCr1-xSxO4 heeft (waarbij x groter dan 0,4 is).

De wetenschappers onderzochten een schilderij uit de serie Zonnebloemen uit 1889 om te achterhalen of van Gogh er verschillende soorten chroomgeel in heeft gebruikt. Hij maakte meerdere versies van het schilderij, die nu o.a. tentoongesteld worden in de National Gallery in Londen, in het Seji Togo Memorial Sompo Japan Nipponkoa Museum of Art in Tokio, en in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Twee kleine verfstalen, elk met een doorsnede van minder dan 1 millimeter, werden afgenomen van het schilderij in Amsterdam en onderzocht met de röntgenstralenbron PETRA III van DESY te Hamburg.

“Uit onze analyse blijkt dat de oranjegele tinten hoofdzakelijk bestaan uit lichtvast chroomgeel, en dat het lichtgevoelige chroomgeel vooral te vinden is in de lichtgele delen”, meldt medeauteur Gerald Falkenberg, die de leiding heeft over straallijn P06 van DESY, waar de röntgendiffractiemetingen werden uitgevoerd.

In de Europese faciliteit voor synchrotronstraling (ESRF) in Grenoble onderzocht het team de chemische samenstelling van de stalen. Lichtgevoelig chroomgeel wordt donkerder naarmate het chroom wordt gereduceerd van de hoogste oxidatietrap CrVI naar CrIII, en de wetenschappers konden aan het verfoppervlak inderdaad een relatieve verhouding van 35 procent CrIII vaststellen.

“Er is een kleurverandering opgetreden in de Zonnebloemen als gevolg van de reductie van chroomgeel, tenminste op de twee plaatsen waar de verfstalen werden afgenomen”, besluit Monico. Dit wijst erop dat de Zonnebloemen er oorspronkelijk wellicht anders uitzagen dan hoe wij ze vandaag zien.

De wetenschappers gebruikten een mobiele scanner om te bepalen welke delen van het schilderij vooral onderhevig zouden kunnen zijn aan veranderingen, waar extra aandacht dus geboden is. “Chroomgele pigmenten werden frequent gebruikt door schilders in de late 19e eeuw, dus heeft deze studie ruimere gevolgen voor kleuranalyses van andere kunstwerken”, benadrukt medeauteur Koen Janssens (UAntwerpen).