Persoonlijkheid van vogels is gevoelig aan context

Datum: 17 maart 2017

Inleiding: Lisa Arvidsson (UAntwerpen) toont met haar onderzoek aan dat labo-onderzoek naar de persoonlijkheid van vogels niet zomaar kan geëxtrapoleerd worden naar een andere omgeving.

Meer en meer onderzoek wijst erop dat de ‘persoonlijkheid’ van dieren belangrijk is voor de manier waarop ze zich verplaatsen, voor hun reactie op veranderingen in hun leefmilieu en voor de hoeveelheid nakomelingen. De meest gebruikte definitie voor dierenpersoonlijkheid luidt als volgt: “individuele verschillen in gedrag die consistent zijn in de tijd en onder verschillende omstandigheden”. Persoonlijkheid wordt meestal bepaald door artificiële testen onder gecontroleerde omstandigheden.

Maar er resten ook nog een heleboel vragen omtrent dierenpersoonlijkheid. Wat meten we juist? Waar moeten we de metingen uitvoeren? Een laboratorium-omgeving verschilt grondig van de natuurlijke condities. We kunnen niet zomaar aannemen dat de interpretaties die gemaakt worden in het laboratorium, bruikbaar zijn onder natuurlijker omstandigheden.

In haar nieuwste artikel onderzocht Lisa Arvidsson (Global Change Ecology Centre, Onderzoeksgroep Evolutionaire Ecologie) samen met collega’s één van de meest bestudeerde persoonlijkheids-eigenschappen: exploratiegedrag. Lisa: “We werkten met koolmezen (Parus major). Bij koolmezen wordt exploratiedrang vaak gemeten in een kleine kamer met daarin 5 kunstmatige bomen. Het aantal verplaatsingen en vluchten binnen een tijdsschaal van twee minuten wordt dan opgeteld. Deze score wordt beschouwd als indicatief voor de verkenningsdrang. Maar critici wijzen er vaak op dat eigenlijk enkel de activiteit wordt gemeten, en niet de verkenning. De kamer is niet echt complex: de vogel kan de kamer in zijn volledigheid zien in één oogopslag.”

Lisa en haar collega’s veranderden daarom de traditionele meetomgeving. Ze bouwden een grotere en more complexe testsite, die ze de “Arena” doopten. De arena bestaat uit 8 kamers, met elkaar verbonden door gangen. In de arena maten ze op een gelijkaardige manier het aantal verplaatsingen als in de traditionele experimenten. Maar ze registreerden ook hoeveel kamers een koolmees bezocht.


De metingen naar persoonlijkeid van vogels verschilden sterk tussen een traditioneel experiment (boven), met één kamer en 5 bomen, en een meer complex experiment in de “arena” (onder).

 

Lisa: “We hoopten dat we een verband zouden vinden tussen het gedrag van individuele vogels in het traditionele experiment en in de arena. Het werd snel duidelijk dat zowel het aantal bezochte kamers, als het aantal vluchten en springende verplaatsingen consistent waren in de arena voor verschillende individuen. Dit toont aan dat deze metingen welk degelijk iets vertellen over de koolmees als individu. Maar tot onze grote verrassing was er geen enkel verband tussen gedrag in de traditionele kamer en gedrag in de arena. Dit toont duidelijk aan dat het bijzonder moeilijk is om een simpele lab-meting omtrent persoonlijkheid te extrapoleren naar een meer complexe situatie.”

De resultaten werden gepubliceerd in Animal Behaviour.


Film van een vogel tijdens het experiment in de arena. De vogel komt in beeld rond minuut 1:32.