Matti Buyle is doctor in de toegepaste ingenieurswetenschappen

Datum: 5 juli 2018

Inleiding: Sinds 25 mei heeft de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen er een doctor bij.

Matti Buyle verdedigde op 25 mei zijn doctoraatsthesis aan de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen (Universiteit Antwerpen) met professor Amaryllis Audenaert als promotor. De doctoraatsthesis is getiteld ‘Towards a structured consequential modelling approach for the construction sector: the Belgian case’.

De bouwsector heeft een substantieel aandeel in het totale wereldwijde verbruik van energie en grondstoffen. In het streven naar een duurzamere samenleving, mag dat niet over het hoofd gezien worden. In de afgelopen decennia verschoof de focus in onderzoek en beleid van het verminderen van het energieverbruik naar een meer alomvattende aanpak die rekening houdt met de volledige levenscyclus van een gebouw, bijvoorbeeld aan de hand van een levenscyclusanalyse (LCA).

Er bestaat een algemeen theoretisch kader voor het uitvoeren van een LCA-studie, maar per studie moeten er nog steeds aannames en methodologische keuzes gemaakt worden. In dit onderzoek ligt de nadruk op consequential LCA, een benadering die tracht om de milieueffecten in te schatten als gevolg van een beslissing. Bijvoorbeeld de keuze voor een houtskelet i.p.v. een traditionele gemetste structuur. Hoewel de relevantie van consequential LCA over het algemeen erkend wordt, werd dit tot op heden amper op een systematische en consistente manier uitgevoerd binnen het bouwgerelateerde onderzoek.

In deze context is het doel van deze thesis om te evalueren hoe consequential LCA gebruikt kan worden bij het verbeteren van het ecologisch profiel van de bouwsector, van bouwmaterialen tot en met integrale gebouwen. Met andere woorden, hoe kan consequential LCA op een systematische en transparante manier worden toegepast op verschillende producten en productiesystemen die relevant zijn voor de bouwsector?

Voortbouwend op het theoretisch kader van Weidema et al. werd er een praktische methode ontwikkeld die tracht de omzetting van theorie naar praktijk te vereenvoudigen en die tegelijkertijd specifiek, gedetailleerd en algemeen toepasbaar is. Het centrale concept van deze methode is het identificeren van producenten die beïnvloed kunnen worden door een veranderende vraag voor een zeker product. Deze producenten worden ook wel de marginal suppliers genoemd. De methode beschrijft een procedure om geografische marktgrenzen en de producenten die het meest gevoelig zijn voor een dergelijke veranderende vraag te identificeren op basis van hun productietrends. Bovendien kunnen er verschillende ontwikkelingsperspectieven in rekening gebracht worden, gebaseerd op trends uit het verleden of verwachte ontwikkelingen.

Ten slotte werd de ontwikkelde methode toegepast en getest op drie casussen. In het eerste geval wordt de Belgische elektriciteitsnetmix geanalyseerd. De mogelijkheden van de methode werden verkend en gebruikt bij de verdere optimalisatie ervan. De tweede casus richt zich op de validatie van de methode zelf en het kwantificeren van de effecten van verschillende modelleringskeuzes. Dit gebeurde op basis van zes bouwproducten, verdeeld op de Belgische markt. In de laatste cases worden de milieuprestaties van ontwerpen van demonteerbare en herbruikbare binnenwanden beoordeeld en vergeleken met conventionele ontwerpen.

Deze thesis toont aan dat het niet alleen relevant is om een consequential model te integreren in LCA om acties te evalueren ter verbetering van het ecologisch profiel van woningen, maar dat het ook praktisch haalbaar is om dit op een consistente en gestructureerde manier te doen. Specifieke modelleringskeuzes kunnen het resultaat van een LCA-studie in grote mate beïnvloeden, maar door expliciet rekening te houden met deze modelonzekerheid, kunnen robuustere resultaten worden verkregen om zo gefundeerde beslissingen te kunnen nemen.



Link: https://www.uantwerpen.be/nl/personeel/matthias-buyle/