Waarom lobbyen niet altijd een obscure activiteit is

Datum: 21 november 2018

Inleiding: Iskander De Bruycker (UAntwerpen) ging na of media-aandacht lobbygroepen helpt in het bereiken van hun doel.

Brussel telt ongeveer 15 000 lobbyorganisaties, die meer dan 30 000 lobbyisten in dienst hebben. Allemaal proberen ze dag in, dag uit de beleidsbeslissingen van de EU te beïnvloeden. Lobbyen in Brussel wordt vaak beschouwd als een obscure activiteit, grotendeels onttrokken aan de ogen van het brede publiek. Toch zoeken sommige lobbyisten juist bewust de aandacht van de massamedia op om een bepaalde strijd op beleidsvlak te winnen. In een recent onderzoek gepubliceerd in Political Communication concludeert dr. Iskander De Bruycker (Universiteit Antwerpen) dat EU-lobbyisten baat hebben bij media-aandacht om hun beleidsdoelstellingen te bereiken, maar alleen als ze erin slagen hun standpunt te formuleren als een zaak van algemeen belang.

Op 1 mei 2016 verscheen een statement van Greenpeace in De Standaard over de onderhandelingen omtrent het vrije handelsverdrag tussen de EU en de VS (TTIP). De milieuorganisatie stelde dat TTIP zal zorgen voor “een gigantische verschuiving van de macht van burgers naar grote bedrijven. Verder zei Greenpeace dat de EU en de VS “de belangen van multinationals boven de bescherming van mens en milieu lijken te stellen.” Vertegenwoordigers van BusinessEurope en de Amerikaanse kamer van Koophandel stelden daarentegen op 13 Februari 2014 nog in The Financial Times dat TTIP “de welvaart van het merendeel van de bevolking zal vergroten”. Deze citaten illustreren hoe lobbygroepen zich beroepen op het algemeen belang in hun communicatie via nieuwsmedia. Burgeractiegroepen, zoals Greenpeace, maar ook lobbyorganisaties van grote bedrijven, zoals BusinessEurope en de Amerikaanse Kamer van Koophandel, halen in de media regelmatig het algemeen belang aan om hun positie te versterken. De Bruycker: “Lobbygroepen kunnen zich bij debatten in de massamedia niet beperken tot argumenten die alleen hun eigen belang dienen. Zij moeten de nadruk leggen op maatschappelijke noden en belangen om hun beleidsdoelstellingen te rechtvaardigen.”

In zijn recente studie heeft dr. De Bruycker 125 verschillende EU-wetgevingszaken vergeleken om na te gaan of media-aandacht lobbygroepen al dan niet helpt om hun beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. Het onderzoek is gebaseerd op meer dan 200 interviews met woordvoerders van lobbygroepen en de Europese Commissie. Concreet bestrijkt de analyse meer dan 3500 citaten en parafraseringen van politici en lobbygroepen in zes verschillende nieuwsmedia in Europa (The Financial Times, Frankfurter Allgemeine Zeitung, Agence Europe, European Voice, EurActiv en Le Monde). Uit dit onderzoek blijkt dat succesvolle lobbygroepen hun doelstellingen in de media in lijn weten te brengen met het algemeen belang. De Bruycker: “Ongeveer 19% van de lobbygroepen in het onderzoek wist de eigen doelstellingen in de media te verbinden met de belangen van de Europese burger. Uit de gegevens blijkt dat lobbyisten succesvoller zijn naarmate ze vaker contact opnemen met journalisten en het algemeen belang weten te betrekken in de berichtgeving over hun standpunt.”

Politieke invloed meetbaar maken: de heilige graal

Wat dit onderzoek uniek maakt, is dat er twee verschillende maatstaven worden gehanteerd voor succesvol lobbywerk: interviews met lobbyisten enerzijds, en interviews met woordvoerders van de Europese Commissie anderzijds. Beide maatstaven schragen de bevindingen van het onderzoek. De Bruycker: “Beleidsdeskundigen en academici stuiten op vele hindernissen wanneer ze tot een betrouwbare inschatting van politieke invloed proberen te komen. Politieke invloed meetbaar maken, dat is de heilige graal. Door verschillende maatstaven te combineren, kunnen we tot betrouwbare bevindingen komen. Verschillende complementaire maatstaven combineren moet de nieuwe gouden standaard worden in het onderzoek naar politieke invloed. Zulke maatstaven zouden bijvoorbeeld kunnen vastleggen hoe invloedrijk lobbyisten zichzelf achten, maar ook hoe invloedrijk ze door anderen worden gezien.”

De bevindingen van dit onderzoek helpen om te beoordelen hoe kwetsbaar de EU is voor niet-democratische vormen van politieke invloed en hoe de bedrijfswereld invloed uitoefent op de politiek. Volgens dr. De Bruycker wijzen de bevindingen op een mogelijk achterpoortje in de democratische besluitvorming in de EU: “Lobbyisten kunnen hun eigenbelang en hun invloed op het EU-beleid verhullen door zich valselijk te profileren als de stem van het volk. Meer onderzoek is nodig om na te gaan of lobbyisten die beweren het algemeen belang te verdedigen ook daadwerkelijk de standpunten van het brede publiek voorstaan. Tegelijkertijd moeten journalisten, burgers en politici waakzaam zijn als lobbyisten in hun communicatie pretenderen dat ze het publiek belang dienen.”

 

Over de auteur: Iskander De Bruycker is postdoctoraal onderzoeker en docent aan de Universiteit Antwerpen. Voordien was hij verbonden aan het European University Institute in Firenze, de universiteit van Aarhus en de universiteit van Amsterdam. Tot het onderzoeksdomein van Iskander behoren EU politiek, politieke communicatie en belangengroepenpolitiek. Iskander doceert vakken over Europese integratie, EU politiek, belangengroepen en onderzoekstechnieken.

www.iskanderdebruycker.com



Link: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/10584609.2018.1493007