Stress in captive Anolis carolinensis lizards

Datum: 18 maart 2019

Inleiding: Doctoraatsverdediging Glenn Borgmans (Faculteit Wetenschappen, Departement Biologie).

Het hoofddoel van deze doctoraatsthesis was om wetenschappelijke methodes te onderzoeken voor de ontwikkeling van dierenwelzijnsrichtlijnen voor reptielen in gevangenschap. Ik gebruikte de Roodkeelanolis (Anolis carolinensis) om het effect van langdurige gevangenschap en specifieke stressoren (aanbieding/afwezigheid van verrijking, verhoogde manipulatie frequentie en verschillen in kooigrootte) op zowel mannetjes als vrouwtjes te onderzoeken. Het effect van dominantie in een groep met meerdere mannetjes werd onderzocht en vervolgens werd zowel de aanwezigheid van persoonlijkheden als het effect van persoonlijkheden op de voorspelbaarheid van dominantie bestudeerd.

Mijn resultaten toonden geen negatieve effecten aan van vier maanden gevangenschap op mannetjes A. carolinensis hagedissen. Gelijkaardige resultaten werden gevonden voor vrouwtjes voor alle metingen buiten lichaamsgewicht en staartdikte. Voor deze metingen toonden mijn resultaten een negatief effect aan van vier maanden gevangenschap op vrouwtjes.

Een verhoging of verlaging van de structurele complexiteit van de kooi, herhaalde manipulaties en verschillen in kooidimensies (gaande van 0.05m³ tot 0.2m³) hadden geen effect op lichaamsgewicht, staartdikte, heterofiel/lymfocyt ratio’s (H/L ratio’s), helderheid, lichaamskleur, gedrag en het niveau van fecale corticosteron metabolieten (FCM). Mijn dieren scoorden wel heel hoog voor verschillende stress indicatoren in de drie weken durende periode voorafgaande aan de deze experimenten. Dit resultaat suggereert dat ze aanzienlijke stress hadden beleefd tijdens het gevangen nemen, transport en tijdelijke huisvestiging in de dierenwinkel.

Het onderzoek naar dominantie en persoonlijkheden toonde aan dat dominante mannetjes in een groep met meerdere mannetjes een hogere prioriteit hadden tot prooidieren en potentiele partners, maar een hogere kans op predatie hadden. Er werd geen bevestiging gevonden dat dominante mannetjes een hogere kans op verwondingen hadden als gevolg van agressieve interacties of dat dominant zijn een hogere energetische kost met zich mee brengt. Verder werd er bewijs gevonden voor de aanwezigheid van een gedrags-syndroom. Dit gedrags-syndroom toonde een sterke negatieve correlatie tussen socialiteit en exploratief gedrag. Individuen die minder sociaal waren, waren meer exploratief. Tenslotte werd er gevonden dat zowel tolerantie voor soortgenoten en socialiteit, dominantie konden voorspellen en dus dat hagedissen die minder tolerant naar soortgenoten, minder sociaal en meer exploratief waren, een hogere kans hadden om dominant te worden.



Link: https://www.uantwerpen.be/wetenschappen