"Besnijdenis gebeurt vaker door gezondheidswerkers"

Date: 5 February 2020

Introduction: Ook vandaag nog worden vele meisjes en vrouwen slachtoffer van vrouwelijke genitale verminking.

Ook vandaag nog worden vele meisjes en vrouwen slachtoffer van vrouwelijke genitale verminking. “We stellen vast dat de praktijk in Kenia meer en meer wordt uitgevoerd door medische professionals”, zegt Nina Van Eekert, doctoraatsstudente op UAntwerpen en medeoprichtster van Collectief Positief. “Op die manier kan bijvoorbeeld een vrouwenbesnijdenis meer in het geheim worden uitgevoerd.”

Volgens cijfers van Unicef is vrouwelijke genitale verminking (VGV) nog steeds een wijdverspreid probleem: wereldwijd zouden ongeveer 200 miljoen meisjes en vrouwen er slachtoffer van zijn. In sommige landen daalt het aantal slachtoffers wel, maar de strijd is nog lang niet gestreden. Op donderdag 6 februari is het International Day of Zero Tolerance for FGM/C (female genital mutilation/cutting), het ideale moment om de thematiek opnieuw onder de aandacht te brengen.

Bespreekbaar maken

“VGV is een gevoelige problematiek waar niet voldoende aandacht aan besteed wordt”, vertelt Nina Van Eekert, doctoraatsstudente op de Universiteit Antwerpen en een van de oprichters van Collectief Positief. “Met het collectief willen we VGV bespreekbaar maken en ook echt actie ondernemen om er iets aan te veranderen.”

Samen met haar collega’s van Collectief Positief (Eli Driessens, Jolien & Margo Lauwers en Louise Vrints) organiseerde Van Eekert maandag 3 februari reeds een debatavond over het onderwerp. Daar werden ook de werken van elf Antwerpse kunstenaars voorgesteld. De artiesten gingen allemaal aan de slag met het thema genitale verminking. Hun werken worden in maart tentoongesteld op de Universiteit Antwerpen, en ook verkocht ten voordele van Akina Ties, een Keniaans project dat crisisopvang voor kwetsbare kinderen aanbiedt.

Meer in het geheim

Dat er nog heel veel moet gebeuren, stelde Van Eekert onder meer vast in Kenia. Recent trok ze in het kader van haar doctoraatsonderzoek naar het Afrikaanse land. “De medicalisering van vrouwenbesnijdenis staat centraal in mijn onderzoek. Vanouds zijn het vaak traditionele besnijdsters die een besnijdenis uitvoeren, maar tegenwoordig gebeurt dat steeds vaker door getrainde professionals uit de medische sector.”

Een verontrustende trend, aldus Van Eekert. “Die medicalisering in het Keniaanse Kisii lijkt een manier te zijn om de praktijk meer in het geheim te kunnen uitvoeren. Als een besnijdenis professioneler gebeurt, helen de meisjes sneller, waardoor hun afwezigheid tijdens een mogelijke herstelperiode niet opvalt. De kans dat iemand klacht indient bij de politie – VGV is in Kenia immers bij wet verboden – wordt zo veel kleiner."