Chattaal is sterk regionaal en Engels gekleurd

Datum: 21 mei 2014

Inleiding: Nieuwe communicatietechnologie├źn, zoals chat en sms, worden wel vaker met de vinger gewezen als een oorzaak van de zogenaamde 'taalverloedering'. Toch werd nog nooit op grote schaal onderzocht hoe de chattaal van Vlaamse tieners er nu precies uitziet.

Benny De Decker (Universiteit Antwerpen, Departement Taalkunde) waagde zich aan zo’n onderzoek, en kwam tot verrassende conclusies.

Voor zijn doctoraat bestudeerde De Decker spontane en informele chatconversaties van bijna 28 000 Vlaamse jongeren tussen 13 en 20 jaar oud, tussen 2007 en 2013 geproduceerd op MSN (intussen opgegaan in Skype), Facebook Chat en de sociaalnetwerksite Netlog. De Decker: “Uit de analyses blijkt dat de stereotiepe kenmerken van internettaal in chatgesprekken van Vlaamse tieners meestal niet erg frequent zijn. Zo komt Leetspeak, waarbij cijfers de plaats van lettertekens innemen (zoals in w8 of suc6), in niet meer dan 1 op 2000 woorden voor. Andere spellingswijzigingen, zoals het vervangen van ks door x of van ij door y, passen chatters doorgaans slechts toe op een beperkt aantal woorden: niks, wij en zijn worden soms nix, wy en zyn, maar dat gebeurt zeker niet systematisch.”

Creatief taalgebruik
“Opvallend is dat het gebruik van dergelijke chatspeakvormen duidelijk afneemt met de leeftijd. Jongere tieners manipuleren hun spelling vaker dan oudere”, vervolgt De Decker. “Enkel het gebruik van afkortingen (zoals mss en idd) en acroniemen (zoals lol en wtf) blijft min of meer constant. Dat kan erop wijzen dat deze functioneler zijn en daardoor vaste waarden geworden zijn in chattaal, terwijl andere spellingsmanipulaties, zoals Leetspeak, eerder het resultaat van louter speelse taalcreativiteit zijn.”

Uit het onderzoek blijkt verder dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, echte spel- en tikfouten relatief zeldzaam zijn. “Gemiddeld wordt in een chatgesprek slechts één woord op vijftig onbewust foutief gespeld of getypt. Daar staat wel tegenover dat Vlaamse tieners voor zowat een kwart van de woorden bewust van de standaardspelling afwijken, met de bedoeling spreektaal of regionaal taalgebruik in een geschreven vorm om te zetten.”

Vlaamse tussentaal
Vlaamse tieners blijken in hun chattaal ook voortdurend verschillende variëteiten van het Nederlands door elkaar te gebruiken: voornamelijk Standaardnederlands en tussentaal (zoals de informele en spontane spreektaal van heel wat Vlamingen wordt genoemd), en in mindere mate dialect. Dé Vlaamse tussentaal in chatgesprekken bestaat echter niet. “Spontaan en informeel online taalgebruik verschilt nog sterk per regio, en zelfs per individuele chatter. Slechts een handvol zogenaamd typische kenmerken worden door tieners uit heel Vlaanderen frequent gebruikt: gij, ge en u(w) in de plaats van jij en je, het weglaten van de eind-t in woordjes als dat, wat en niet, de vorming van het verkleinwoord op -ke (boekske in plaats van boekje) en de toevoeging van een redundant dat na onderschikkende voegwoorden, zoals in de zin ‘Ik weet wie dat er komt’.” Die kenmerken vormen volgens De Decker de homogene kern van Vlaamse tussentaal, maar verder is die variëteit dus (nog?) erg heterogeen: elke regio heeft zijn eigen tussentaal.

Engels? Da’s wel nice!
Ten slotte bestudeerde De Decker de invloed van het Engels op de chattaal van Vlaamse tieners. Zoals verwacht is die aanzienlijk groot: in één post op acht is ten minste één woord van Engelse oorsprong te vinden. “Vlaamse tieners ontlenen nice het vaakst, en ook sucken en dude zijn erg populair.” Vaak gaat het ook om terminologie uit de wereld van ICT, games en muziek, waarvoor geen Nederlands equivalent bestaat. “Chatters vernederlandsen die Engelse ontleningen soms, bijvoorbeeld door de spelling aan te passen: clean en alright kunnen klien en olraajt worden. Dergelijke speelse innovaties blijven minder frequent dan de originele vormen, maar demonstreren wel dat tieners dat Engels graag een eigen tintje geven.”

“Samengevat laat Vlaamse tienerchattaal zich het best omschrijven als een genre op zich, maar wel een inherent variabele variëteit, waarin elementen uit standaardtaal, tussentaal, chatspeak en Engels vloeiend gecombineerd worden. De aantrekkingskracht bestaat er vooral in dat jongeren naar hartenlust van de schools aandoende taalnormen kunnen afwijken, kunnen experimenteren met creatief en innovatief taalgebruik en zo het geschreven Nederlands sterk kunnen personaliseren. Chatten heeft dus absoluut een schrijftaalrevolutie teweeggebracht”, besluit De Decker.