Filosofie en rechtsfilosofie

Studiegidsnr:1001RECFIL
Vakgebied:Rechten
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e semester
Inschrijvingsvereisten:De student moet een credit hebben voor volgende OO of deze in het studieprogramma opnemen: Bronnen en beginselen van het recht EN Personen- en familierecht EN Inleiding tot het privaatrecht EN Gerechtelijk recht EN Rechtsmethodiek
Contacturen:60
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Kristof Van Assche
Michaƫl Bauwens

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

De cursus geeft in een inleidend hoofdstuk een algemeen overzicht van de antwoorden die in de westerse wijsbegeerte zijn gegeven op de drie grote vragen rond de zogenaamde metafysische triniteit: mens-, wereld- en godsbeeld.

Vervolgens wordt dit algemene overzicht geconcretiseerd aan de hand van een grondige kennismaking met de grote wijsgerige stromingen (en auteurs) van het westerse denken. De cursus is dan ook zowel historisch als thematisch opgebouwd. Verspreid over de vier grote tijdvakken (oudheid, middeleeuwen, moderne tijd, hedendaagse tijd) wordt nagegaan hoe de westerse mens gepoogd heeft een antwoord te formuleren op de drie grote wijsgerige vragen en hoe die antwoorden zijn denken en handelen hebben gestuurd.

Daarbij wordt een evenwicht nagestreefd tussen enerzijds een kennismaking met technisch-filosofische kwesties en anderzijds een inzicht in de brede cultuurfilosofische achtergrond van de westerse beschaving. Diverse wijsgerige probleemgebieden (vragen uit de epistemologie, kosmologie, theodicee, ethiek, sociale en politieke filosofie...) komen aan bod. De klemtoon ligt echter op de wijsgerige antropologie als de studie van en de reflectie over de mens in de context van de hedendaagse cultuur en effent op die manier het pad voor de rechtsfilosofie.

In de cursus worden voorts verschillende rechtsfilosofische thema’s besproken. Eerst komt de premoderne wereld en het natuurrecht ter sprake en wordt getoond hoe onze moderne tijd is geboren uit het verdwijnen van een consensus over het natuurrecht (relativisme). Vervolgens worden klassieke pogingen besproken om een verdeelde samenleving samen te houden (Hobbes, Locke, Burke en Paine). Dan gaat de aandacht naar vrijheid (politieke vrijheid (Berlin), morele grenzen aan de vrijheid, verantwoordelijkheid) en gelijkheid (Tocqueville). Ook de zogenaamde kloof tussen de burger en politiek komt aan bod, alsook de eigenheid van publieke instellingen en het rollenspel dat ze veronderstellen. Een bespreking van de ontmaskering van het recht door Foucault en Marx laat vervolgens toe om bewust te worden van grenzen van het recht. Deze kritische visies op het recht worden aansluitend concreet toegepast op de geschiedenis van de mensenrechten. Tenslotte wordt nagegaan in welke mate het lot van vluchtelingen de idee van mensenrechten in vraag stelt, zoals Arendt stelt.