Aardwetenschappen II

Studiegidsnr:1004WETAAR
Vakgebied:Biologie
Academiejaar:2017-2018
Semester:1e en 2e semester
Inschrijvingsvereisten:Minimum een 8/20 voor Aardwetenschappen I.
Contacturen:62
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e en/of 2e semester
Lesgever(s)Stijn Temmerman
Ivan Janssens

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

In deel 1 Bodemkunde (door prof. Ivan Janssens) worden de basisprincipes van de Bodemkunde behandeld. De vorming van bodems speelt zich af aan het oppervlak van de aardkorst door de verwering van gesteenten. We bekijken eerst welke fysische, chemische en biologische processen komen kijken bij deze verwering van gesteenten en de vorming van bodems. Er wordt aandacht besteed aan de factoren die bepalend zijn voor de water- en nutriëntenhuishouding van bodems, en dus de bodemgeschiktheid voor organismen zoals planten. We bespreken processen die leiden tot de ontwikkeling van bodemhorizonten. Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste bodemtypes die op aarde voorkomen en zoeken we een verklaring voor hun globale verspreiding.

In deel 2 Geomorfologie en Hydrologie (door prof. Stijn Temmerman) wordt begonnen met een inleidend overzicht van de geomorfologische processen die zich aan het aardoppervlak afspelen en die leiden tot de vorming van landschappen, nl. (1) verwering, (2) massabewegingen, (3) erosie en sedimentatie door water, wind, en ijs. Doorheen de cursus wordt bijzondere aandacht besteed aan de interactie tussen landschappen en organismen en ecosystemen, wat relevant is voor studenten Biologie. Een eerste belangrijk hoofdstuk handelt over de basisconcepten van de geomorfologie, die in de rest van de cursus telkens zullen terugkomen en zullen toegepast worden op specifieke geomorfologische processen en landschappen. Ten eerste bekijken we hoe massabewegingen, zoals modderstromen en puinlawines, ontstaan en tot welke reliëfvormen ze leiden. Ten tweede wordt de geomorfologische werking van water bekeken, met inbegrip van een aantal basisprincipes van de hydrologie. Achtereenvolgens behandelen we de vorming en evolutie van hellingen, rivieren en kusten door water. We beantwoorden vragen zoals: Waarom zijn de meeste hellingen op aarde niet verticaal maar eerder glooiend? Waarom zijn rivieren een algemeen fenomeen op aarde? Waarom is een strandkust zo rechtlijnig? Daarna volgt een kort hoofdtuk over de werking van wind, zoals bv. in zandwoestijnen. We gaan ook in op de werking van ijs en gletsjers, met aandacht voor de invloed van ijstijden op de vorming van landschappen. Deze cursus wordt besloten met een case study van een aantal opvallende landschapsvormen in België: we gaan op zoek naar verklaringen voor deze landschapsvormen door de opgedane theoretische kennis toe te passen.

De theoretische kennis wordt verder verbreed door 3 excursies, 1 naar Zuid België in de omgeving van Nismes (kalksteen geologie en geomorfologie), 1 naar Zeeland (kustgeomorfologie), en 1 naar de Scheldevallei in de omgeving van Temse-Bornem (riviermorfologie en Wase cuesta). Tijdens de excursies wordt de studenten aangeleerd om een aantal landschapstypes in het veld te herkennen, en hun geologische en geomorfologische vorming en evolutie te ontleden.