Theorie mens, object en ruimte

Studiegidsnr:1019FOWIAR
Vakgebied:Interieurarchitectuur
Academiejaar:2019-2020
Semester:2e semester
Contacturen:62
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Inge Somers
- NNB
Johan Van Rompaey
Caterina Verdickt
Stefan Dherdt
Stefan Martens

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Dit opleidingsonderdeel bestaat uit de volgende examenonderdelen:

In het examenonderdeel Materiaal & Techniek 3 (Johan Van Rompaey) worden materialen en bouwwijzen ingeleid en toegelicht in afwerking en ruwbouw. Daarbij wordt een basis aangeleerd om zelf een structuur ( skelet, massieve stapelbouw of gietbouw ), een isolatiesysteem ( inwendig of uitwendig,  binnen-of buitencapaciteit) en een waterdichting  te kiezen en in te zetten in de casus, hierbij rekening houdend met een mogelijke afwerking intern en extern. Via bouwbezoeken wordt aangeleerd om te leren kijken naar bouwcomponenten en hierover gestructureerd te rapporteren. Het op schaal schetsen van constructieve elementen en bouwknopen wordt inleidend geoefend.   

Het examenonderdeel Filosofische interpretatiekaders (Gustaaf Cornelis) legt de nadruk op het positivisme, het existentialisme en het postmodernisme (grosso modo simultaan met drie architectuurstromingen), met aandacht voor kernleer, metafysica, en ethica. Daarnaast is er de focus op de hedendaagse esthetica van de architectuur. Een algemene inleiding (Oudheid-heden) op de filosofie wordt gekoppeld aan de evolutie van het concept 'ruimte' enerzijds en het denken over ‘schoonheid’ anderzijds. Vooral in de zelfstudie komt het begrip 'esthetica' in de context van architectuur ruim aan bod. De gevalstudie linkt ethiek aan esthetiek: maakt mooi gelukkig?

Het examenonderdeel Identiteit 1 (Inge Somers / Caterina Verdickt) bestaat uit drie componenten: geschiedenis, kritiek en theorie. Vanuit deze drie invalshoeken wordt de tijdsperiode 1850-1950 bestudeerd. Er wordt een overzicht gegeven van de verschillende stijlperiodes, met een specifieke focus op het interieur en de algemeen maatschappelijke context. De studenten worden tijdens een activerend college ingeleid in de kenmerken van de opeenvolgende stijlperioden en leren het onderscheid te maken tussen de verschillende  bronnen en teksten die deze perioden belichten. Daarnaast wordt onder begeleiding onderzoek opgezet ter voorbereiding van de Casestudie. Onderwerp van dit onderzoek is een doorgedreven analyse van de kenmerken van vier specifieke stijlperiodes: Arts & Crafts, Art-Déco, Art Nouveau en het Modernisme. In zijn geheel krijgt de student een goede kijk op de eigenheden, evoluties en wijzigingen van de discipline an sich, alsook op de stijlevoluties en de wederzijdse beïnvloeding.

Het examenonderdeel "Beeldcommunicatie 3" bestaat uit twee onderdelen. In een eerstedeel wordt er geoefend op het juist gebruiken van de tekenconventies om het project goed te kunnen communiceren. In een tweede deel worden de grafische aspecten van een document verder belicht.