Theorie atmosfeer

Studiegidsnr:1022FOWIAR
Vakgebied:Interieurarchitectuur
Academiejaar:2019-2020
Semester:2e semester
Contacturen:92
Studiepunten:9
Studiebelasting:252
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Nathalie Vallet
Dirk Laporte
Eva Plasmans
Saskia Gabriël
Eveline Slijper

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Scenografie: kleurscenografie (E. Slijper en E. Plasmans)

Scenografie is een ruim begrip. Het is vooral de kunde om informatie binnen een gestelde ruimte helder te organiseren. Scenografie is bij evidentie verwant met de (interieur) architectuurwetenschappen. Beelddenken (creativiteit), organigram (informatie en structuur) en kennis van materialen (realiseren) zijn essentiële elementen van de scenografie. Aan de hand van enkele ‘best practice’ voorbeelden krijgt de student inzicht in creatieve processen, methodes en technieken. Deze seminaries worden verder in een specifieke praktijkoefening uitgewerkt met aandacht voor de toepassing van semantische codes. Het verband tussen het type lichtbron en kleurstelling wordt onderzocht in het lichtlab.

Academische schrijfvaardigheid (N.Vallet)

In dit examenonderdeel leer je hoe je op een academische manier schriftelijk kunt communiceren over een onderwerp dat verband houdt met interieurarchitectuur. Het eindresultaat is een tekst die voldoet aan de vereisten van een academische paper.

Elektriciteit en verlichting (S. Gabriël)

De basisbegrippen rond elektriciteit en verlichting worden aangeleerd. De student wordt alle nodige kennis en informatie rond elektriciteit en verlichting aangereikt om een kwalitatief, realistisch en uitvoerbaar lichtconcept en elektriciteitsplan te kunnen uitwerken en advies te kunnen aanleveren aan een klant met specifieke wensen. 

Volgende onderwerpen komen aan bod:

  • Basisbegrippen wisselspanning en gelijkspanning, stroom, vermogen, impedantie, energie.
  • Specifieke berekeningen bv de wet van Ohm en impedantie, de bepaling van een minimale kabeldoorsnede en de omzetting naar een bestaande kabelsectie.
  • De gevaren van elektriciteit, belang voor de ontwerper en hoe deze gevaren te vermijden.
  • De minimale onderdelen van de elektrische installatie worden aangereikt volgens de AREI: basis, symbolen, situatieschema en ééndraadschema.
  • De werking van het menselijk oog.
  • Fotometrie: verlichtingssterkte, lichtsterkte, lichtstroom, luminantie en hun onderlinge relatie;
  • Kleur: chrominantie en luminantie adaptatie.
  • Toepassing van een zwarte straler; kleurweergave-index en kleurtemperatuur.

Identiteit 3 (D. Laporte)

De behandelde periode situeert zich vanaf 1200 tot 1940, stijlanalyse, toegepast op exterieur, interieur en meubilair vanaf de gotiek tot het modernisme. De volgende aspecten komen aan bod:

  • afbakening en opvolging van de verschillende stijlperiodes en verband met de politieke en economische geschiedenis van Vlaanderen
  • terminologie van gebouwonderdelen, van stilistische en ornamentieke details en gebruik per stijlperiode
  • specifiek materiaalgebruik en constructiemethode per stijlperiode
  • invloed van de Italiaanse en Franse bouw- en interieurkunst op deze van de Lage Landen
  • het historisch interieur en meubilair in de Lage Landen
  • licht in het historisch interieur: venstertypes, haarden, lusters, petroleumverlichting, gasverlichting, elektrische verlichting

Daarnaast is er ook een excursie van een volledige dag naar Gent.