Studium generale in de biomed wet. deel 3: klinische casus en het wetenschappelijk onderzoeksproject

Studiegidsnr:1031FBDBMW
Vakgebied:Biomedische wetenschappen
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e en 2e semester
Inschrijvingsvereisten:Credit behaald of gelijktijdige inschrijving voor Fysiopathologie en ziekteleer en Algemene en experimentele oncologie. Niet te volgen in combinatie met vakken uit 1ste bachelor.
Contacturen:32
Studiepunten:3
Studiebelasting:84
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Filip Lardon
Johan Bosmans
An Wouters
Frans Van Meir

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

De Academischevaardighedenportfolio van de 3e bachelor biomedische wetenschappen traint, middels twee grote opdrachten, een aantal vaardigheden die van cruciaal belang zijn voor een competente biomedicus. Deze vorming is voornamelijk gericht op het
-  opzoeken, uitdiepen en interpreteren van gespecialiseerde (medisch-)wetenschappelijke literatuur
-  plaatsen en interpreteren van beschreven klinische casussen
-  communiceren van deze wetenschappelijke en klinische gegevens
-  opstellen en verdedigen van een beperkt wetenschappelijk onderzoeksproject
Er kunnen twee luiken onderscheiden worden, beide kaderen in een vak of onderdeel van een vak dat in dit bachelorjaar gedoceerd wordt.
Een eerste opdracht bestaat erin een beschreven klinische casus (ziektebeeld), beschreven in de New England Journal of Medicine, te verwerken. Doelstelling is dat de student deze informatie in een kleine groep (2-3) verwerkt, ze kadert t.o.v. het algemene leskader van de cursus Fysiopathologie en ziekteleer, en de belangrijkste elementen op een bevattelijke wijze door een mondelinge presentatie overbrengt aan de medestudenten.
Een tweede opdracht heeft als finale doelstelling het kunnen opstellen en verdedigen van een (beperkt) wetenschappelijk onderzoeksproject. Uit een aantal wetenschappelijke vraagstellingen rond oncologische problemen kiezen de studenten in een kleine groep (3-4) een onderwerp dat ze verder wensen uit te diepen. De opdracht bestaat er in om een onderzoeksproject op te stellen om een antwoord te zoeken naar deze vraagstellingen. Daarvoor moeten de studenten een zelfstandige literatuurstudie opzetten, samenvatten, en deduceren tot een doelstelling van een nieuw onderzoeksprogramma met passende experimentele opzet. Dit “onderzoeksproject” moet ingediend worden volgens gestelde richtlijnen en in groepjes mondeling verdedigd worden voor docent en medestudenten (co-assessment).