Historische oefeningen 1

Studiegidsnr:1053FLWGES
Vakgebied:Geschiedenis
Academiejaar:2017-2018
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:60
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Marnix Beyen
Gerrit Verhoeven
Tim Soens
Reinoud Vermoesen
Michael Auwers
Houssine Alloul

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

In de loop van de opleiding worden diverse en uiteenlopende vaardigheden aangeleerd die allemaal deel uitmaken van het historisch metier. De gerichte zoektocht naar historiografische teksten en historische bronnen, de kritische en vergelijkende lectuur daarvan, de formulering van relevante vragen, het operationaliseren van concreet onderzoek, de methodische uitwerking van zulk onderzoek volgens de regels van de kunst en de heldere presentatie van onderzoeksresultaten in de vorm van academische teksten: het zijn allemaal onderdelen van de historiografische praktijk. Doorheen hun traject leren studenten gaandeweg elk van deze vaardigheden beheersen. Die vaardigheden worden geoefend in achtereenvolgens Historische Oefeningen 1, Historische Oefeningen 2, de Bachelorscriptie, en, voor wie nadien ook de Masteropleiding volgt, het Historisch Atelier en de Masterscritptie.

Centraal in die oefeningen staat het contact met de bronnen, vanaf het eerste jaar al. In Historische Oefeningen 1 worden de studenten eerst vertrouwd gemaakt met een aantal elementaire bouwstenen: de aard, opbouw en structuur van academische teksten en de opstelling van het kritische apparaat. Daarna worden de mogelijkheden en beperkingen van verschillende soorten bronnen verkend in de loop van vijf opeenvolgende modules, gespreid over het academiejaar. Eerst staan we stil bij de specificiteit van ambtelijke bronnen, dan bij die van narratieve, materiële, seriële en visuele bronnen. 

Elk van deze modules vertrekt vanuit de concrete behandeling van een specifieke bron en stelt nadien ruimere vragen over de bronnensoort in kwestie: hoe kunnen we ze definiëren en onderverdelen? Op welke vindplaatsen worden ze bewaard? Welke historische vragen kunnen er (niet) mee worden beantwoord? Hoe kunnen we ze kritisch analyseren en interpreteren?