Architectuur en cultuur: casus

Studiegidsnr:1064FOWARC
Vakgebied:Architectuur
Academiejaar:2020-2021
Semester:1e semester
Inschrijvingsvereisten:De student die zich inschrijft voor 1064FOWARC moet zich gelijktijdig inschrijven voor 1053FOWARC + 1052FOWARC + 1011FOWARC.
Contacturen:84
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Jan Thomaes
- NNB
Inge Bertels
Gert Van Echelpoel
Geert Driesen
Jan Meersman

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

module cultuur - casus

Het opleidingsonderdeel casus vormt het essentieel voorbereidend deel van de module Architectuur en Cultuur. Enkele theoretische opleidingsonderdelen zijn thematisch aan de casus gekoppeld, en vormen in belangrijke mate de thematische onderlegger voor het onderdeel ontwerp. Op die manier zal de theoretische kennis steeds getransfereerd worden naar de (professionele) realiteit waardoor een competentiegerichtheid verzekerd is. De theorie staat dus in relatie met casus die op zijn beurt het architectonisch ontwerp onderbouwt.

De casus verwijst altijd naar de werkelijkheid. De casus laat studenten de cultuur-dimensie, of het waarom van de gebouwde omgeving, en hun eigen positie hierin, verkennen en leert onderzoekend te ontwerpen met voldoende aandacht voor precisie, intuïtie en emotie.

Het aanleren van verschillende tools om te onderzoeken en te ontwerpen zit verweven in de opleidingsonderdelen. Het zijn geen afzonderlijke opleidingsonderdelen maar worden systhematisch opgebouwd doorheen de hele bachelor opleiding.

Daar de opleidingsonderdelen binnen een module zowel inhoudelijk als organisatorisch nauw met elkaar samenhangen, moeten deze gelijktijdig worden gevolgd. Casus en ontwerp worden afzonderlijk begeleid en beoordeeld, en kunnen afzonderlijk worden herkanst.

Inhoud casus

De theorie en de casus van deze module initiëren een op cultuur gebaseerde ontwerphouding. In de casus wordt typologisch, fenomenologisch en historisch onderzoek verricht.

Het onderzoek naar de intentionele keuze – of het waarom – van het bouwen,  en naar de verschijningsvorm, in een brede context , van een bestaand architectuurobject (en kunstwerk), vormt het concrete vraagstuk. Aan de hand  van architectuur thema's wordt een concept van ruimte en tektonische samenstelling onderzocht en nader geduid.

Het zich ontwikkelend referentie- en begrippenkader legitimeert een theorievorming en modelleert een identiteit. In elk werkstuk en bij de presentatie hanteert de student de juiste terminologieën met de gepaste communicatievaardigheden.

De thematische introductie van het semester handelt over cultuur gerelateerde objecten, over kunstgeschiedenis en -actualiteit, over woorden en gedachten.

De casus is opgebouwd uit drie met elkaar gerelateerde oefeningen (verder “opdrachten” genoemd) die inzetten op de uitbouw van een (internationaal) referentiekader m.b.t. architectuur (en kunst), en op een methode om voorbeeldprojecten te beschouwen (opdracht 1 - tekst), te begrijpen (opdracht 2 - analyse), te bewerken (opdracht 3 - uitvergroting en manipulatie).

Opdracht 1 “Kijken en Schrijven en lezen” start in de eerste lesweek en omvat een individueel geschreven verslag over bezoeken in Antwerpen en  Brussel. De wandelingen en tentoonstellingen verbreden de kennis en inzicht in stad en cultuur, en stimuleren een kritische reflectie en maatschappelijke betrokkenheid. Het lezen van teksten verbreedt het inzicht in het debat over architectuur en haar concepten, bovendien stimuleert het de taalvaardigheid. Opdracht 1 sluit af op het einde van het semester.

Opdracht 2 start eveneens tijdens de eerste lesweek. Een architectuurobject , en eventueel een kunstobject, uit de westerse geschiedenis, worden door een groep studenten opgezocht, bekeken, vergeleken en beschreven, indien mogelijk geschetst en gefotografeerd.

Teksten en artikels over beide worden geanalyseerd, kritisch gesynthetiseerd en herschreven, wezenlijke concepten worden handmatig geschetst.

Cultuur-gerelateerde objecten (cfr. colleges kunstgeschiedenis), concept-gerelateerde begrippen (cfr. colleges kunstgeschiedenis en filosofie) en bouwkunde-gerelateerde elementen (cfr. colleges kunstgeschiedenis en stijlanalyse), zijn de thematische onderleggers. De referentie gebouwen uit de oude en recente geschiedenis worden onderzocht in hun representatie en relevantie ifv de maatschappelijke conditie, in hun betekenis voor het bredere filosofisch-cultureel discours, in de bouwkundige samenstelling en -detaillering.

Deze analyse oefening stimuleert het mentaal breed situeren van architectuur tussen de andere uitingen van cultuur in, evenals  het kunnen peilen naar het wat en waarom van een architectuurobject in een bepaalde periode op een bepaalde plek, het kunnen duiden en verwoorden van bijvoorbeeld 'gepast bouwen', het kunnen hanteren van begrippen als grondvorm, maat, hiërarchie, precisie, tijdloosheid, autonomie, generositeit, decorum, schoonheid, enz...

Opdracht 3 : Tijdens lesweek 7 werken studenten in een grotere groep. Er wordt gefocust op architectuur gerelateerde elementen. Gevraagd wordt een binnenruimte van een  geanalyseerd gebouw (opdracht 2) op basis van een bestaand document te bekijken, na te maken in een maquette op vrij grote schaal, de ruimte vervolgens wezenlijk te veranderen, en die fases te fotograferen.

tools

Het gebruik van de analoge en digitale bibliotheken werd uitgelegd in 1BA..

De student kan op elk moment het MOM “academisch Nederlands” van UA inschakelen.

De eerste werksessies schetsen (ressorteert onder 1011 FOWARC cultuur ontwerp)

De werksessies Adobe/digitale beeldvorming zetten verder in op de vaardigheid om de analyse te ontwikkelen en vorm te geven.