Grondslagen van de Europese cultuur

Studiegidsnr:1081FLWFID
Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
Academiejaar:2017-2018
Semester:2e semester
Contacturen:30
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Credit vereist voor behalen diploma:Credit vereist: Ja
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Guy Vanheeswijck

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Uitgangspunt is de vraag naar de inhoud van het concept “Westen als een culturele identiteit”. Doorgaans wordt de Westerse cultuur omschreven als een 'rationele' cultuur. De vraag is dan allereerst waarom de westerse cultuur haar toevlucht heeft genomen tot rationaliteit en vervolgens of er sprake kan zijn van een eenduidig rationaliteitsconcept. Om die dubbele vraag te beantwoorden wordt een historisch overzicht gegeven van de basisvooronderstellingen van het Westerse denken. Daaruit treden vier grote periodes, elk met een eigen rationaliteit, naar voren.

Allereerst is er het klassieke rationaliteitsconcept (Oudheid-Middeleeuwen) dat zich ontwikkelt als reactie op de 'logos' zoals die werkzaam is in de presocratische filosofie en vooral in de tragedie. Een tweede periode situeren we tussen de veertiende en de zestiende eeuw, waarin het klassieke rationaliteitsconcept gaandeweg ongeloofwaardig wordt. Het keerpunt in de richting van een modern rationaliteitsconcept situeren we tussen de 16de en de 17de eeuw, het breekpunt op het einde van de 19de eeuw: daarmee is een derde periode afgebakend (16de-20ste eeuw) waarin het moderne rationaliteitsconcept toonaangevend is. Vandaag bevinden we ons in een vierde periode, de zognaamde postmoderne periode, die bij uitstek getekend wordt door een gevoeligheid voor de grenzen van de (moderne) rationaliteit.

Deze historisch-thematische kennismaking toetsen we aan de hand van belangrijke tekstfragmenten uit de Westerse literatuur (en zijdelings aan documenten uit de beeldende kunsten) en de wijsbegeerte, waarbij we de intern filosofische evoluties telkens opnieuw in verband brengen met corresponderende veranderingen in diverse maatschappelijke domeinen (politiek, economie, samenleving, kunst…).