Geschiedenis van de Nederlandse letterkunde 1: Middeleeuwen en Vroegmoderne Tijd

Studiegidsnr:1105FLWTLN
Vakgebied:Letterkunde
Academiejaar:2016-2017
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Hubert Meeus
Frank Willaert
Patricia Stoop
Elisabeth de Bruijn
Wouter Haverals

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

De volgende periodes komen aan bod:
Deel 1: Middeleeuwen. Overzicht van de literatuur in de Nederlanden van het begin tot de 15de eeuw, met bijzondere aandacht voor  Hendrik van Veldeke en de literatuur in het Maasland, de Karel-, Artur- en dierenepiek, de mystiek (Beatrijs van Nazareth, Hadewijch en Ruusbroec), de Moderne Devotie en de lyriek, inz. het Gruuthuse-handschrift. De hoorcolleges zijn opgevat als begeleiding bij de lectuur van hoofdstukken en passages uit de literatuurgeschiedenis van Frits van Oostrom, die de eigenlijke leerstof vormen. Bij elk college hoort ook een uur oefening, waarin een representatieve tekstpassage wordt gelezen en genalyseerd. 

Daarnaast wordt één uur per week besteed aan oefeningen in het lezen van Middelnederlandse teksten. Het Middelnederlands wijkt in veel opzichten van het hedendaagse Nederlands af, en daarom wordt in de colleges ook aandacht besteed aan een elementaire kennis van de grammatica van het Middelnederlands en aan het leren gebruiken van de belangrijkste lexicografische hulpmiddelen, inzonderheid het Middelnederlandsch Woordenboek, zowel in de papieren als in de elektronische versie. Deze onderdelen vormen op zich geen examenstof, maar staan ten dienste van een adequate vertaling van de tekst. Elke week zullen de studenten dan ook een verplichte oefening (vertalen en grammaticaal verklaren) meekrijgen die ze tegen de volgende les moeten oplossen. De feedback zal na één week telkens op Blackboard worden meegedeeld. 

Deel 2: Rederijkerstijd en Renaissance. Overzicht van de evolutie van de literatuur in de Nederlanden van de 16de tot het begin van de 18de eeuw. Bij de overgang van de Middeleeuwen naar de Renaissance wordt aandacht geschonken aan de rol van de rederijkers, de gevolgen van de uitvinding van de boekdrukkunst en de invloed van de ideeën van het humanisme. Voor de 16de en 17de eeuw gaat de aandacht vooral uit naar het ontstaan en de evolutie van de populaire genres als emblemata, toneel en lied.

De hoorcolleges zijn opgevat als begeleiding bij de lectuur van hoofdstukken en passages uit de literatuurgeschiedenis van Herman Pleij, Karel Porteman en Mieke Smits-Veldt, die de eigenlijke leerstof vormen.

Daarnaast wordt één uur per week besteed aan oefeningen in het lezen van zestiende- en zeventiende-eeuwse teksten waarbij zowel aandacht gaat naar de eigenaardigheden van de taal, het leren gebruiken van de belangrijkste lexicografische hulpmiddelen, inzonderheid het WNT, en naar het begrijpen van de historische context.  Elke week zullen de studenten een verplichte vertaaloefening meekrijgen die ze tegen de volgende les moeten oplossen.