Geschiedenis van de Nederlandstalige letterkunde 2: van de Franse Revolutie tot de Grote Oorlog

Studiegidsnr:1107FLWTLN
Vakgebied:Letterkunde
Academiejaar:2017-2018
Semester:1e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Gwennie Debergh
Valerie Rousseau

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Dit opleidingsonderdeel bouwt door op het BA1-vak Cultuurkunde 2: van de Franse Revolutie tot vandaag. Het presenteert een overzicht van de Nederlandstalige literatuur van de ‘lange’ negentiende eeuw, dus van de Franse Revolutie tot de Grote Oorlog. Vanaf 1831 neemt de uiteenzetting de vorm aan van een contrastieve studie literair Vlaanderen - literair Nederland. Behalve de structurele verschillen tussen de Vlaamse en de Nederlandse literatuur in de bestudeerde periode komt natuurlijk ook de interactie tussen beide systemen in deze cursus ruimschoots aan bod. Enerzijds wordt geopteerd voor een institutionele benadering, waarbij de nadruk eerst komt te liggen op de literaire constructie van nationale, sub-nationale en levensbeschouwelijke identiteiten en vervolgens op de verzelfstandiging van het literaire veld. Anderzijds staat de fictionele verwerking van de industriële revolutie en typische moderniseringsprocessen centraal. Speciale aandacht wordt daarbij besteed aan de literaire representatie van moderne technische objecten en de grote stad. De zeven protagonisten van deze literatuurgeschiedenis zijn Willem Bilderdijk, Nicolaas Beets, Hendrik Conscience, Conrad Busken Huet, Lodewijk van Deyssel, Cyriel Buysse en August Vermeylen. Voorts treden onder anderen voor het voetlicht: Rhijnvis Feith, Jan-Baptist Verlooy, Hendrik Tollens, Jan Frederik Helmers, Jan Frans Willems, Karel L. Ledeganck, Theodoor van Ryswyck, Prudens van Duyse, Jan van Beers, Eugeen Zetternam, Isaäc da Costa, Everhardus J. Potgieter, Multatuli, Guido Gezelle, Albrecht Rodenbach, Carel Vosmaer, de oude heer Smits, Marcellus Emants, Frederik van Eeden, Jacques Perk, Willem Kloos, Herman Gorter, Lodewijk van Deyssel, J. Delang, Virginie Loveling, Louis Couperus, Reimond Stijns, Cyriel Buysse, Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, Karel van de Woestijne, Albert Verwey; Ary Prins, Jacob Israël de Haan, Carry van Bruggen, Frans Coenen, Gustaaf Vermeersch, J. van Oudshoorn, Willem Elsschot en Paul van Ostaijen. De lessenreeks bestaat uit twee delen. In een eerste deel worden na een introductiecollege acht hoorcolleges gepresenteerd, één ervan door ‘gastdocent’ Kevin Absillis, die het zal hebben over ‘Arm Vlaanderen’ in de literatuur. Het tweede deel, dat de laatste vier collegeweken zal beslaan, bestaat uit vier keuzemodules waarin evenzovele lijnen zullen worden getrokken van de literatuur van de lange 19de eeuw naar de literatuur van de 20ste en 21ste eeuw: /module 1/ de pseudo-bekentenisroman (Marcellus Emants; Jan Cremer; Jan Wolkers; Louis Paul Boon; Arnon Grunberg); /module 2/ ‘vrouwenliteratuur’ (Virginie Loveling; Carry van Bruggen; Margot Antink; Andreas Burnier; Kristien Hemmerechts); /module 3/ (post)koloniale literatuur: Indië/Indonesië (Louis Couperus; Augusta de Wit; Carry van Bruggen; Maria Dermoût, Adriaan van Dis); 4./ ‘queer’ literatuur (Louis Couperus; Jacob Israël de Haan; Johan de Meester; Edith Werkendam; Anna Blaman; Gerard Reve; Doeschka Meijsing). In de marge van Geschiedenis van de Nederlandstalige letterkunde 2 wordt een tweedaagse studiereis naar Nederland georganiseerd, die meteen ook een goede voorbereiding is op Geschiedenis van de Nederlandse letterkunde 3. Naast het Leiden van Hildebrand/Beets en het Amsterdam van de Tachtigers staat onder meer op het programma: een rondrit langs het IJsselmeer (Lelystad, Urk, Afsluitdijk, Enkhuizen).