Jeugdliteratuur

Studiegidsnr:1110FLWTLA
Vakgebied:Letterkunde
Academiejaar:2017-2018
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Vanessa Joosen
Frauke Pauwels

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Jeugdliteratuur is geen vrijblijvende literatuur. Het doelpubliek, kinderen en adolescenten, laat namelijk weinig volwassenen onverschillig. De jeugd draagt de associatie van belofte en hoop met zich mee, maar wordt ook beschouwd als onervaren en zelfs naïef. De geschiedenis van de jeugdliteratuur leert dat de oudere generatie aan jonge mensen dan ook niet graag carte blanche geeft wanneer het over de toekomst van de maatschappij gaat. Integendeel, de volwassenen geven hun eigen waardepatronen, mensbeeld en wereldbeeld graag door aan de volgende generatie. De zeventiende-eeuwse Britse filosoof John Locke onderstreepte dat een les sneller geleerd is en beter onthouden wordt als ze op een onderhoudende manier wordt aangeboden. Deze combinatie van twee aspecten legt een belangrijke ontstaansreden van de jeugdliteratuur bloot: kinderboeken en adolescentenromans spelen een grote socialiserende rol. Spelenderwijs leren ze aan jonge lezers hoe de wereld in elkaar zit en welk gedrag daarbij wenselijk is en welk niet. Voor literatuurwetenschappers en sociologen biedt jeugdliteratuur dan ook ongemeen boeiend bronmateriaal om na te gaan welke visie op de maatschappij een bepaalde groep volwassenen probeert te communiceren aan kinderen en jongeren, en in welke vorm men dat probeert te doen.

In deze cursus gaan we ervan uit dat drie belangrijke functies van de jeugdliteratuur in voortdurende spanning met elkaar staan: de didactische functie, de ontspannende functie en de esthetische functie. In de laatste vier decennia is de klemtoon in steeds grotere mate gaan liggen op de laatste functie: het valt niet te ontkennen dat de inhoudelijke en vormelijke complexiteit van kinder- en jeugdboeken sinds de jaren zeventig opvallend toegenomen is. Voor de analyse van een tiental primaire werken maken we gebruik van begrippen en methodes uit de hedendaagse literatuurwetenschap (o.a. psychoanalyse, intertekstualiteit, cultural studies, gender studies, trauma studies, …), die we toetsen aan recente jeugdboeken uit verschillende leeftijdscategorieën en taalgebieden.