Deze cursusinformatie geeft aan hoe het onderwijs zal verlopen bij pandemieniveau code geel en groen.
Als er tijdens het academiejaar aangepast wordt naar code oranje of rood, zijn er wijzigingen mogelijk o.a. in de gebruikte werk - en evaluatievormen.

Duitse teksten 3

Studiegidsnr:1111FLWTLD
Vakgebied:Letterkunde
Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
Academiejaar:2020-2021
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Duits
Examen:2e semester
Lesgever(s)Vivian Liska
Thomas Ernst

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Duitse Teksten 3: Subversie, Steden en Social Media

Als men cultuur als tekst beschouwt, zijn er een hele reeks mogelijkheden om media-objecten zoals literatuur aan maatschappelijke en politieke ontwikkelingen te koppelen. In dit vak aan het einde van de opleiding verkennen wij drie constellaties van deze verhouding die in de loop van de studie een belangrijke rol hebben gespeeld. Het uitgangspunt is dat de basismethodes van de narratieve analyse, van de drama-analyse en van de poëzie-analyse bekend zijn, maar nog verdiept kunnen worden.

Het gaat er dan vooral om de esthetische reflectie van de complexe historische en hedendaagse wereld in verschillende constellaties literair en cultureel te kunnen analyseren. Daarom herhalen en verdiepen de studenten dus ook hun theoretische, methodologische en analytische vaardigheden die hen helpen bij het schrijven van hun bachelorscriptie. Drie constellaties van literatuur en maatschappij staan centraal in de cursus en zullen besproken worden op basis van literaire en culturele analytische theorieën en methodes en op basis van het voorbeeld van gecanoniseerde en niet-gecanoniseerde teksten uit de 18e tot de 21e eeuw.

Ten eerste zijn wij geïnteresseerd in het ontwerp van literatuur als ‘Aufklärung’ en/of subversie die op een esthetische en specifieke manier met categorieën als geslacht, religiositeit, etniciteit, (meer-)taligheid of taboes omgaat. Wij lezen teksten van Gotthold Ephraim Lessing, Theodor W. Adorno, Irmgard Keun en de Neue Frankfurter Schule en gebruiken in onze analyses theorieën en methodes uit de Gender Studies, de Postcolonial Studies en de Cultural Studies.

Ten tweede onderzoeken we hoe literaire teksten met ruimte en beweging omgaan. Hierbij interesseert ons de reflectie van (industriële) stedelijke ruimtes en revierlandschappen – zoals Antwerpen en het Ruhrgebied. Ten slotte vragen wij ons af in welke intermediale relaties literaire teksten vandaag de dag tegenover elkaar staan. Daarbij concentreren we ons op literaire teksten in de context van sociale media. Wij volgen hierbij de visie van een ‘Netzliteraturwissenschaft’ en gebruiken zowel kwalitatieve alsook (op een basale manier) kwantitatieve methodes.