Oefeningen in de Nederlandse Taal- en Letterkunde

Studiegidsnr:1112FLWTLN
Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
Academiejaar:2016-2017
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Kris Humbeeck
Reinhild Vandekerckhove
Hubert Meeus
Dominiek Sandra
Frank Willaert
Thom Mertens
Kevin Absillis
Patricia Stoop
Valerie Rousseau

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Binnen dit vak staan toepassingen en vaardigheden centraal.  Studenten gaan zelf aan de slag op literaire onderwerpen of een taalkundig topic en maken kleine casestudies.  We bieden 6 modules aan, drie in de eerste zes weken van het semester (zie hieronder: 1a, 1b en 1c), drie in de volgende zes weken (2a, 2b en 2c).  Elke student volgt twee modules naar keuze. 

Hieronder presenteren we eerst de zes modules met een beknopte beschrijving van de inhoud.  Vervolgens volgt voor elk van de modules een meer uitvoerige toelichting.

 

(1a) DT-FOUTEN IN CHATCORPORA: mentale processen in een sociolinguïstische context

Dominiek Sandra & Reinhild Vandekerckhove

Binnen deze module brengen we psycholinguïstiek en sociolinguïstiek samen voor de analyse van taalmateriaal uit een chatcorpus (dat ter beschikking gesteld wordt). Welke mentale processen liggen aan de basis van dt-fouten en andere spelfouten. En zijn hierbij gender- of leeftijdsverschillen waar te nemen? De integratie van psycholinguïstiek en sociolinguïstiek in één onderzoek is omwille van een originele invalshoek op taalgebruik een boeiende uitdaging voor de studenten en de docenten. 

 

(1b) MAATSCHAPPIJKRITIEK OP HET TONEEL. Klucht en komedie in de zeventiende-eeuw

Hubert Meeus, Johanna Ferket & Patricia Stoop

Om kennis te maken met een wetenschappelijke benadering van historische teksten onderzoeken we in deze module hoe auteurs in komische toneelstukken uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden kritiek geven op de maatschappij van hun tijd.

 

(1c) ONZE POP-UPEXPO

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module worden de eerder verworven kennis en vaardigheden met betrekking tot de moderne Nederlandstalige literatuur op een geïntegreerde manier getoetst door de studenten in teams een literaire tentoonstelling te laten concipiëren en concreet uitwerken.

 

(2a) TEKST BIJ BEELD. Maerlants Rijmbijbel op het internet

Frank Willaert & Patricia Stoop (in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek van België)

In deze module maken we een reeks geannoteerde vertalingen van Middelnederlandse tekstpassages die horen bij de miniaturen uit een laatdertiende-eeuws prachthandschrift met Jacob van Maerlants Rijmbijbel. Die vertalingen zijn bestemd voor een webtentoonstelling, die in 2017 online gaat. Over dit project is vorig jaar een filmpje gemaakt: kopieer  deze link en plak hem in uw browser: vimeo.com/171750051. 

 

(2b) TEKSTEDITIE

Thom Mertens

In dit vak leer je middeleeuwse handschriften lezen en op grond daarvan een teksteditie te maken.

 

(2c) NEERLANDICI AAN HET WERK

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module oefenen we een aantal vaardigheden met het oog op het concrete werkveld van de neerlandicus met een specifieke interesse voor moderne Nederlandstalige literatuur en de ambitie om ook beroepshalve met het laatste bezig te zijn.

 

****MEER INFO****

(1a) DT-FOUTEN IN CHATCORPORA: mentale processen in een sociolinguïstische context

Dominiek Sandra & Reinhild Vandekerckhove

In eerder onderzoek liet één van ons (RV) zien dat sociolinguïstische variabelen zoals gender en leeftijd een effect hebben op het taalgebruik tijdens chatsessies. Zo doen jonge tieners en meisjes bv. veel meer aan ‘letterflooding’ (bv. saaaaaai) dan resp. oudere tieners en jongens, hoewel meisjes algemeen gezien net normgevoeliger blijken. In ander onderzoek werd aangetoond (DS) dat dt-fouten volgens een bepaalde systematiek gemaakt worden. De meeste fouten zijn intrusies van de hoogfrequente spelling van een homofoon wanneer de laagfrequente vorm geschreven moet worden. Dit effect van homofoondominantie doet zich vooral voor als de opslagcapaciteit van ons werkgeheugen overschreden wordt. In dit werkcollege zullen de expertises van de twee docenten – de sociolinguïstiek en de psycholinguïstiek – aan elkaar gekoppeld worden. Door het materiaal uit geanonimiseerde chatcorpora te analyseren willen we nagaan of de sociolinguïstische variabelen gender en leeftijd het patroon van dt-fouten mee bepalen. We zoeken dus naar de interactie tussen mentale processen en sociolinguïstische variabelen. Communicatie via een chatkanaal leent zich bij uitstek om dt-fouten te onderzoeken, aangezien de snelheid waarmee gechat moet worden vaak voor een overbelast werkgeheugen zorgt. Daardoor staat tijdens het chatten de dt-val van homofoondominantie wijd open.

 

(1b) Gerbrand Adriaensz Bredero, De Klucht van de Koe (1612) en Willem Ogier, Belachelyck Misverstant Ofte Boere geck (1680)

Hubert Meeus, Johanna Ferket & Patricia Stoop

Gerbrand Adriaensz Bredero, De Klucht van de Koe (1612) en Willem Ogier, Belachelyck Misverstant Ofte Boere geck (1680), een klucht geschreven na de reeks van de Seven Hooftsonden tonen elk op hun manier de gevolgen van domheid en bedrog. De studie van deze stukken biedt de mogelijkheid om kennis te maken met een aantal aspecten van het onderzoek van het 17de-eeuwse toneel, waarbij zowel de literaire en de historische achtergrond, de contemporaine toneelopvattingen, de reconstructie van oude opvoeringen, het gebruik van komische elementen, als de vergelijking tussen bewerking en origineel en editietechniek aan bod komen.

 

(1c) ONZE POP-UPEXPO

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module worden de eerder verworven kennis en vaardigheden met betrekking tot de moderne Nederlandstalige literatuur op een geïntegreerde manier getoetst door de studenten in teams een literaire tentoonstelling te laten concipiëren en concreet uitwerken.

Staan daarbij voorop, naast het productief functioneren in grotere groepen: [i] het efficiënt verzamelen en kritisch verwerken van informatie over het ‘onderwerp’ van de expo, [ii] het bedenken van een in wetenschappelijk en maatschappelijk opzicht relevant tentoonstellingsconcept, [iii] het schrijven van achtereenvolgens een synopsis voor de beoogde expo en [iv] een tentoonstellingsscenario dat aan de net geciteerde criteria voldoet en [v] het vertalen van een deel van het scenario in een 3D-presentatie.

Bij wijze van introductie wordt in deze module eerst de totstandkoming van de tentoonstellingen Boon! 2012: Villa Isengrimus en Boon! 2012: Rebellen bestudeerd; daarnaast wordt indien mogelijk onder begeleiding van professionals uit de tentoonstellingswereld een literaire expositie bezocht.

De organisatoren van Onze pop-upexpo kunnen rekenen op het advies en de assistentie van de in de Vlaamse museum- en expowereld gerenommeerde ideeën- en vormgevingsstudio Exponanza uit Gent.

 

(2a) TEKST BIJ BEELD. Maerlants Rijmbijbel op het internet

Frank Willaert (in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek van België)

Op 25 maart 1271 voltooide Jacob van Maerlant een werk van bijna 35.000 verzen, de Rijmbijbel. Heel juist is deze benaming niet:  Maerlant vertaalde immers niet de Bijbel, maar een toonaangevend commentaar in het Latijn op de historische boeken van de Bijbel voor studenten in de theologie: de toen al één eeuw oude Historia scolastica van de Parijse theoloog Petrus Comestor (ca. 1100-1179). Toen Maerlant  na Jezus’ hemelvaart aan de Handelingen van de apostelen moest beginnen, schakelde hij echter over op een andere Latijnse bron: de Bellum Judaicum (Joodse oorlog) van de joodse auteur Flavius Josephus (37-ca. 100 na Christus). Daarin wordt de voor de joden noodlottige opstand (66-70 na Christus) tegen de Romeinen verhaald die zou uitlopen op de verwoesting van de tempel te Jeruzalem.

            Maerlant was fier op dit werk dat volgens hem was ghespreet verre ende na. Nu nog  zijn 15 (vrijwel) complete handschriften en daarnaast fragmenten van een vijftigtal andere bewaard, wat voor een Middelnederlands werk zeldzaam veel is. Het oudste en ook wel het belangrijkste handschrift wordt in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel onder het signatuur 15.001 bewaard. Naar alle waarschijnlijkheid dateert het uit de laatste twee decennia van de dertiende eeuw zodat het nog tijdens Maerlants leven kan zijn ontstaan. Het is het oudste geïllustreerde handschrift in het Nederlands.

            Tot voor kort droeg de doos waarin dit kostbare handschrift wordt bewaard een post-it met de vermelding: “Ne peut plus être communiqué”. Het  overvloedige bladgoud en de verflagen dreigden bij verder gebruik los te komen. Het handschrift wordt nu echter gerestaureerd en is met het oog daarop nu ook gedigitaliseerd (zie http://www.kbr.be/actualites/projets/rijmbijbel/nl.html). De Koninklijke Bibliotheek wil het handschrift nu tentoonstellen op haar website. En aan die tentoonstelling mogen we meewerken!

            Daarvoor gaan we ons eerst verdiepen in de figuur van Maerlant, in zijn Rijmbijbel en uiteraard ook in het handschrift. Onze rol zal er voornamelijk in bestaan bepaalde passages, in het bijzonder die welke met miniaturen zijn geïllustreerd, te vertalen en waar nodig op een publieksvriendelijke manier toelichten. Bij de hele onderneming zullen we nauw samenwerken met de handschriftenafdeling van de Koninklijke Bibliotheek. Een bezoek aan deze instelling staat uiteraard ook op het programma. ook werken we samen met dr Martine Meuwese van de Universiteit Utrecht, kunsthistorica, die samen met haar studenten onderzoek over de miniaturen zelf (heeft) verricht.

            Over het project is door de audiovisuele dienst van de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht een korte documentaire gemaakt, die kan worden bekeken via deze link: https://vimeo.com/171750051. Wie met het Brusselse Rijmbijbel-handschrift kennis wil maken, kan na inschrijving voor het vak een kijkje nemen op Blackboard, waar het manuscript integraal te zien is. Daar kun je ook kennismaken met het werk dat een groep Bachelorstudenten vorig jaar voor dit project heeft gepresteerd. Wij nemen de draad op waar zij hem vorig jaar moesten neerleggen: bij het begin van het Nieuwe Testament.

Van studenten die deze module willen volgen wordt aangenomen dat zij de competenties verworven hebben die horen bij Geschiedenis van de Nederlandstalige letterkunde 1.

 

 

 

 

(2b) TEKSTEDITIE

Thom Mertens

De theorie en (vooral) praktijk van de methoden van de wetenschappelijke editie van Nederlandse literaire teksten op grond van handschriften en (eventueel) drukken uit de middeleeuwen en/of de Vroegmoderne Tijd, met name:

de diplomatische editie

de kritisch-corrigerende editie

de kritisch-reconstruerende editie

Dit vak is niet alleen van belang voor degenen die een tekst uitgeven als onderdeel van hun bachelor- of masterscriptie, maar voor iedereen die wil weten wat zij/hij aan een editie ‘heeft’ en in hoeverre hij/zij zelf bestaande edities mag aanpassen voor eigen gebruik.

 

 (2c) NEERLANDICI AAN HET WERK

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module oefenen we een aantal vaardigheden met het oog op het concrete werkveld van de neerlandicus met een specifieke interesse voor moderne Nederlandstalige literatuur en de ambitie om ook beroepshalve met het laatste bezig te zijn. We leren in eerste instantie recensies en interviews schrijven alsook catalogusbijdragen en wervende teksten voor uitgeverijen (aanbiedingsbrochures) en over literaire evenementen van uiteenlopende aard (exposities, literaire avonden, publieksdiscussies etc.). Daarnaast wordt in deze module de nodige aandacht besteed aan het ontwerpen van formats voor leesbevordering en voor de promotie van specifieke auteurs of genres. Tot slot bevat deze module een onderdeel ‘creatief schrijven’, waarbij een beroep wordt gedaan op de expertise van een door de wol geverfd fictieschrijver.