Oefeningen in de Nederlandse Taal- en Letterkunde

Studiegidsnr:1112FLWTLN
Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
Academiejaar:2017-2018
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Kris Humbeeck
Reinhild Vandekerckhove
Hubert Meeus
Dominiek Sandra
Thom Mertens
Kevin Absillis
Remco Sleiderink
Patricia Stoop
Valerie Rousseau

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Binnen dit vak staan toepassingen en vaardigheden centraal.  Studenten gaan zelf aan de slag op literaire onderwerpen of een taalkundig topic en maken kleine casestudies.  We bieden 6 modules aan, drie in de eerste zes weken van het semester (zie hieronder: 1a, 1b en 1c), drie in de volgende zes weken (2a, 2b en 2c).  Elke student volgt twee modules naar keuze. 

Hieronder presenteren we eerst de zes modules met een beknopte beschrijving van de inhoud.  Vervolgens volgt voor elk van de modules een meer uitvoerige toelichting.

 

(1a) DT-FOUTEN IN CHATCORPORA: mentale processen in een sociolinguïstische context

Dominiek Sandra & Reinhild Vandekerckhove

Binnen deze module brengen we psycholinguïstiek en sociolinguïstiek samen voor de analyse van taalmateriaal uit een chatcorpus (dat ter beschikking gesteld wordt). Welke mentale processen liggen aan de basis van dt-fouten en andere spelfouten. En zijn hierbij gender- of leeftijdsverschillen waar te nemen? De integratie van psycholinguïstiek en sociolinguïstiek in één onderzoek is omwille van een originele invalshoek op taalgebruik een boeiende uitdaging voor de studenten en de docenten. 

 

(1b) MAATSCHAPPIJKRITIEK OP HET TONEEL. Klucht en komedie in de zeventiende-eeuw

Hubert Meeus, Johanna Ferket & Patricia Stoop

Om kennis te maken met een wetenschappelijke benadering van historische teksten onderzoeken we in deze module hoe auteurs in komische toneelstukken uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden kritiek geven op de maatschappij van hun tijd.

 

(1c) ONZE POP-UPEXPO

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module worden de eerder verworven kennis en vaardigheden met betrekking tot de moderne Nederlandstalige literatuur op een geïntegreerde manier getoetst door de studenten in teams een literaire tentoonstelling te laten concipiëren en concreet uitwerken.

 

(2a) Middeleeuwse literatuur in het moderne straatbeeld

Remco Sleiderink & Patricia Stoop

In deze module bestuderen we hoe Middelnederlandse teksten en auteurs via beelden, plaquettes, muurgedichten en straatnamen aanwezig zijn in het straatbeeld. Via moderne media zoals podcasts, vlogs en tweets proberen we die oudere literatuur in de straat om te vormen tot een inspiratiebron voor de maatschappij van vandaag.

 

(2b) TEKSTEDITIE

Thom Mertens

In dit vak leer je middeleeuwse handschriften lezen en op grond daarvan een teksteditie te maken.

 

(2c) NEERLANDICI AAN HET WERK

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module oefenen we een aantal vaardigheden met het oog op het concrete werkveld van de neerlandicus met een specifieke interesse voor moderne Nederlandstalige literatuur en de ambitie om ook beroepshalve met het laatste bezig te zijn.

 

****MEER INFO****

(1a) DT-FOUTEN IN CHATCORPORA: mentale processen in een sociolinguïstische context

Dominiek Sandra & Reinhild Vandekerckhove

In eerder onderzoek liet één van ons (RV) zien dat sociolinguïstische variabelen zoals gender en leeftijd een effect hebben op het taalgebruik tijdens chatsessies. Zo doen jonge tieners en meisjes bv. veel meer aan ‘letterflooding’ (bv. saaaaaai) dan resp. oudere tieners en jongens, hoewel meisjes algemeen gezien net normgevoeliger blijken. In ander onderzoek werd aangetoond (DS) dat dt-fouten volgens een bepaalde systematiek gemaakt worden. De meeste fouten zijn intrusies van de hoogfrequente spelling van een homofoon wanneer de laagfrequente vorm geschreven moet worden. Dit effect van homofoondominantie doet zich vooral voor als de opslagcapaciteit van ons werkgeheugen overschreden wordt. In dit werkcollege zullen de expertises van de twee docenten – de sociolinguïstiek en de psycholinguïstiek – aan elkaar gekoppeld worden. Door het materiaal uit geanonimiseerde chatcorpora te analyseren willen we nagaan of de sociolinguïstische variabelen gender en leeftijd het patroon van dt-fouten mee bepalen. We zoeken dus naar de interactie tussen mentale processen en sociolinguïstische variabelen. Communicatie via een chatkanaal leent zich bij uitstek om dt-fouten te onderzoeken, aangezien de snelheid waarmee gechat moet worden vaak voor een overbelast werkgeheugen zorgt. Daardoor staat tijdens het chatten de dt-val van homofoondominantie wijd open.

 

(1b) Michiel de Swaen, De Gecroonde Leersse en Willem Ogier, Haet ende Nydt

Hubert Meeus, Johanna Ferket & Patricia Stoop

Michiel de Swaen, De Gecroonde Leersse en Willem Ogier, Haet ende Nydt , een klucht uit de reeks van de Seven Hooftsonden tonen elk op hun manier het leven van de schoenmakers. De studie van deze stukken biedt de mogelijkheid om kennis te maken met een aantal aspecten van het onderzoek van het 17de-eeuwse toneel, waarbij zowel de literaire en de historische achtergrond, de contemporaine toneelopvattingen, de reconstructie van oude opvoeringen, het gebruik van komische elementen, als de vergelijking tussen bewerking en origineel en editietechniek aan bod komen.

 

(1c) ONZE POP-UPEXPO

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module worden de eerder verworven kennis en vaardigheden met betrekking tot de moderne Nederlandstalige literatuur op een geïntegreerde manier getoetst door de studenten in teams een literaire tentoonstelling te laten concipiëren en concreet uitwerken.

Staan daarbij voorop, naast het productief functioneren in grotere groepen: [i] het efficiënt verzamelen en kritisch verwerken van informatie over het ‘onderwerp’ van de expo, [ii] het bedenken van een in wetenschappelijk en maatschappelijk opzicht relevant tentoonstellingsconcept, [iii] het schrijven van achtereenvolgens een synopsis voor de beoogde expo en [iv] een tentoonstellingsscenario dat aan de net geciteerde criteria voldoet en [v] het vertalen van een deel van het scenario in een 3D-presentatie.

Bij wijze van introductie wordt in deze module eerst de totstandkoming van de tentoonstellingen Boon! 2012: Villa Isengrimus en Boon! 2012: Rebellen bestudeerd; daarnaast wordt indien mogelijk onder begeleiding van professionals uit de tentoonstellingswereld een literaire expositie bezocht.

De organisatoren van Onze pop-upexpo kunnen rekenen op het advies en de assistentie van de in de Vlaamse museum- en expowereld gerenommeerde ideeën- en vormgevingsstudio Exponanza uit Gent.

 

(2a) Middeleeuwse literatuur in het moderne straatbeeld

Remco Sleiderink & Patricia Stoop

Straatnamen en standbeelden roepen soms discussie op vanwege de achterliggende politieke of maatschappelijke visie. Zo braken er in Charlottesville (Verenigde Staten) rellen uit rond het beeld van een generaal uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Bij ons woedde er onder meer een discussie over de representatie van koning Leopold II en de daarbij verzwegen uitbuiting van Congo. Maar vaak is er ook enkel onverschilligheid en lijkt er nauwelijks nog sprake van een ‘lieu de mémoire’.

In deze module bestuderen we hoe het literaire verleden in steden, en met name in Antwerpen, is ingezet voor een (al dan niet geslaagde) collectieve herinnering. Dat gebeurt onder meer via standbeelden, plaquettes, muurgedichten en vooral ook veel straatnamen. Denk maar aan de Van Boendalestraat bij de Stadscampus. Een boeiende casus is Linkeroever waar in een nieuwbouwwijk van de jaren zestig veel straten zijn genoemd naar middeleeuwse teksten, zoals de Beatrijs-, Gloriant en Blanchefloerlaan. Men probeert die straatnamen op Linkeroever nieuw leven in te blazen via citaten op stoeptegels en een literaire wandeling (zie www.citaatopstraat.be en vergelijk www.straatpoezie.nl ). Tijdens het college gaan we niet enkel onderzoeken of de oudere literatuur leeft in dergelijke buurten, maar gaan we ook de handen uit de mouwen steken om via moderne media zoals podcasts, vlogs en tweets – of misschien ook een nieuwe stoeptegel – dynamiek te brengen in het letterkundige verleden. Kan de Middelnederlandse literatuur inspirerend zijn voor de multiculturele samenleving van vandaag?

Van studenten die deze module willen volgen wordt aangenomen dat zij de competenties verworven hebben die horen bij Geschiedenis van de Nederlandstalige letterkunde 1.

 

(2b) TEKSTEDITIE

Thom Mertens

De theorie en (vooral) praktijk van de methoden van de wetenschappelijke editie van Nederlandse literaire teksten op grond van handschriften en (eventueel) drukken uit de middeleeuwen en/of de Vroegmoderne Tijd, met name:

de diplomatische editie

de kritisch-corrigerende editie

de kritisch-reconstruerende editie

Dit vak is niet alleen van belang voor degenen die een tekst uitgeven als onderdeel van hun bachelor- of masterscriptie, maar voor iedereen die wil weten wat zij/hij aan een editie ‘heeft’ en in hoeverre hij/zij zelf bestaande edities mag aanpassen voor eigen gebruik.

 

 (2c) NEERLANDICI AAN HET WERK

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module oefenen we een aantal vaardigheden met het oog op het concrete werkveld van de neerlandicus met een specifieke interesse voor moderne Nederlandstalige literatuur en de ambitie om ook beroepshalve met het laatste bezig te zijn. We leren in eerste instantie recensies en interviews schrijven alsook catalogusbijdragen en wervende teksten voor uitgeverijen (aanbiedingsbrochures) en over literaire evenementen van uiteenlopende aard (exposities, literaire avonden, publieksdiscussies etc.). Daarnaast wordt in deze module de nodige aandacht besteed aan het ontwerpen van formats voor leesbevordering en voor de promotie van specifieke auteurs of genres. Tot slot bevat deze module een onderdeel ‘creatief schrijven’, waarbij een beroep wordt gedaan op de expertise van een door de wol geverfd fictieschrijver.