Neerlandistiek in de praktijk

Studiegidsnr:1112FLWTLN
Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
Academiejaar:2018-2019
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Kris Humbeeck
Reinhild Vandekerckhove
Hubert Meeus
Dominiek Sandra
Kees Schepers
Kevin Absillis
Remco Sleiderink
Patricia Stoop
Valerie Rousseau

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Binnen dit vak staan toepassingen en vaardigheden centraal.  Studenten gaan zelf aan de slag op literaire onderwerpen of een taalkundig topic en maken kleine casestudies.  We bieden 6 modules aan, drie in de eerste zes weken van het semester (zie hieronder: 1a, 1b en 1c), drie in de volgende zes weken (2a, 2b en 2c).  Elke student volgt twee modules naar keuze. 

Hieronder presenteren we eerst de zes modules met een beknopte beschrijving van de inhoud.  Vervolgens volgt voor elk van de modules een meer uitvoerige toelichting.

 

(1a) HET SPELLINGSGEDRAG VAN JONGEREN

Dominiek Sandra & Reinhild Vandekerckhove

Vaak wordt beweerd dat de invloed van het Engels en de chatpraktijk een nefaste impact hebben op de spellingsvaardigheid van adolescenten. Recent onderzoek van Vandekerckhove & Sandra (2016) laat zien dat jongeren heel veel problemen ondervinden bij het spellen van samengestelde woorden en dat is nu precies een fenomeen dat daaraan gerelateerd zou kunnen zijn. Maar de topper onder de spellingsfouten blijft de dt-fout.  Deze twee spellingsproblemen en hun sociale en psycholinguïstische determinanten willen we bestuderen door veldonderzoek bij scholieren in het middelbaar onderwijs.

 

(1b) MAATSCHAPPIJKRITIEK OP HET TONEEL. Klucht en komedie in de zeventiende-eeuw

Hubert Meeus, Johanna Ferket & Patricia Stoop

Om kennis te maken met een wetenschappelijke benadering van historische teksten onderzoeken we in deze module hoe auteurs in komische toneelstukken uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden kritiek geven op de maatschappij van hun tijd.

 

(1c) Recenseren van krant tot vlog

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module leren de studenten eerst een roman te bespreken voor de literatuurbijlage van een Nederlandstalige kwaliteitskrant. Vervolgens maken de studenten over de gerecenseerde roman met behulp van eenvoudige apps en technieken een audiovisueel aantrekkelijke videobespreking (die zal worden gepubliceerd op BookTube UAntwerpen). Met o.a. een gastcollege van een door de wol geverfde literatuurrecensent en een ‘hands-on’ workshop over vlogging.

 

(2a) Middelnederlands voor iedereen

Remco Sleiderink & Patricia Stoop

In deze module onderzoeken de studenten in de praktijk hoe ze Middelnederlandse literatuur bij een breder publiek onder de aandacht kunnen brengen. Ze werken in teams een eigen project uit en zorgen ervoor dat daarmee een reële maatschappelijke impact wordt gerealiseerd.

 

(2b) TEKSTEDITIE

Kees Schepers

In dit vak leer je middeleeuwse handschriften lezen en op grond daarvan een teksteditie te maken.

 

(2c) NEERLANDICI AAN HET WERK

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module oefenen we een aantal vaardigheden met het oog op het concrete werkveld van de neerlandicus met een specifieke interesse voor moderne Nederlandstalige literatuur en de ambitie om ook beroepshalve met het laatste bezig te zijn.

 

****MEER INFO****

(1a) HET SPELLINGSGEDRAG VAN JONGEREN

Dominiek Sandra & Reinhild Vandekerckhove

We nemen een dictee af bij scholieren van verschillende leeftijdsgroepen in middelbare scholen. De lessen worden opgevat als werkcolleges waarin we het hele onderzoeksproces samen doorlopen: hoe onderzoeken we dit, hoe stellen we een meetinstrument op, hoe voeren we het veldwerk uit en hoe verwerken we de resultaten?   De verwerking en interpretatie van de gegevens gebeurt in het licht van genderverschillen, leeftijdsverschillen en psycholinguïstische factoren (bv. woordfrequentie). Finaal hopen we een antwoord te vinden op verschillende vragen, bv.: verandert het Engels of bv. de autocorrectie op onze smartphone ons spellingsgedrag, in welke mate veroorzaken dominante woordbeelden in ons mentale lexicon spellingsfouten?

 

(1b) G.A Bredero Moortje en Willem Ogier, Onkuysheydt

Hubert Meeus, Johanna Ferket & Patricia Stoop

In 1618 is Gerbrand Adriaenszoon Bredero overleden in Amsterdam en in datzelfde jaar is Willem Ogier geboren in Antwerpen. In dit  herdenkingsjaar lezen we Bredero's Moortje (1615) en Willem Ogiers, Onkuysheydt (1646), een klucht uit de reeks van de Seven Hooftsonden. Beide stukken geven op een komische manier een kijk op  de seksuele moraal en de maatschappijopvattingen over prostitutie in de zeventiende eeuw. De studie van deze stukken biedt de mogelijkheid om kennis te maken met een aantal aspecten van het onderzoek van het 17de-eeuwse toneel, waarbij zowel de literaire en de historische achtergrond, de contemporaine toneelopvattingen, de reconstructie van oude opvoeringen, het gebruik van komische elementen, als de vergelijking tussen bewerking en origineel en editietechniek aan bod komen.

 

(1c) Recenseren van krant tot vlog

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module verdiepen de studenten zich in het metier van de recensent of literatuurcriticus. Doelstelling is drieledig:

a/ bewustwording van diverse (impliciete en expliciete) poëticale benaderingswijzen van literatuur

b/ leren schrijven van een beknopte literatuurkritiek voor een dag- of weekblad

c/ leren creëren van een aantrekkelijke digitale bespreking van een roman

Voor de eindopdracht gaat elke student gaat aan de slag met één recente roman, waarover zowel een korte recensie als een vlog wordt gemaakt. 

 

 

(2a) Middelnederlands voor iedereen

Remco Sleiderink & Patricia Stoop

In deze module onderzoeken de studenten in de praktijk hoe ze Middelnederlandse literatuur bij een breder publiek onder de aandacht kunnen brengen (hashtag: #Mnl4all). Tijdens de contactmomenten worden voorbeelden van geslaagde (en minder geslaagde) wetenschapspopularisering bediscussieerd en de studenten voeren een aantal verkennende opdrachten uit. Daarnaast gaan ze in teams aan de slag met een eigen project waarbij het erom gaat een zelfgekozen tekst, auteur of thema bij een specifiek doelpubliek onder de aandacht te brengen en een reële maatschappelijke impact te realiseren. Zowel oude als nieuwe media kunnen hierbij worden aangewend: in 2017-2018 realiseerden studenten binnen deze module o.a. clickbait met literaire voornamen, een twitter- en instagramaccount (Maerlant en Christine de Pizan), een podcast over Walewein, een stripverhaal over Mariken van Nieumeghen, een prentenboek voor kleuters op basis van een abel spel (met website), een brievenactie rond de Reynaert en een project waarbij Middelnederlandse citaten op straat werden aangebracht (Diets in Diest).

Van studenten die deze module willen volgen wordt aangenomen dat zij de competenties verworven hebben die horen bij Geschiedenis van de Nederlandstalige letterkunde 1.

 

(2b) TEKSTEDITIE

Kees Schepers

De theorie en (vooral) praktijk van de methoden van de wetenschappelijke editie van Nederlandse literaire teksten op grond van handschriften en (eventueel) drukken uit de middeleeuwen en/of de Vroegmoderne Tijd, met name:

de diplomatische editie

de kritisch-corrigerende editie

de kritisch-reconstruerende editie

Dit vak is niet alleen van belang voor degenen die een tekst uitgeven als onderdeel van hun bachelor- of masterscriptie, maar voor iedereen die wil weten wat zij/hij aan een editie ‘heeft’ en in hoeverre hij/zij zelf bestaande edities mag aanpassen voor eigen gebruik.

 

 (2c) NEERLANDICI AAN HET WERK

Kevin Absillis, Kris Humbeeck & Valerie Rousseau

In deze module oefenen we een aantal vaardigheden met het oog op het concrete werkveld van de neerlandicus met een specifieke interesse voor moderne Nederlandstalige literatuur en de ambitie om ook beroepshalve met het laatste bezig te zijn. We leren in eerste instantie recensies en interviews schrijven alsook catalogusbijdragen en wervende teksten voor uitgeverijen (aanbiedingsbrochures) en over literaire evenementen van uiteenlopende aard (exposities, literaire avonden, publieksdiscussies etc.). Daarnaast wordt in deze module de nodige aandacht besteed aan het ontwerpen van formats voor leesbevordering en voor de promotie van specifieke auteurs of genres. Tot slot bevat deze module een onderdeel ‘creatief schrijven’, waarbij een beroep wordt gedaan op de expertise van een door de wol geverfd fictieschrijver.