Geschiedenis van het economisch denken

Studiegidsnr:1201TEWKOO
Vakgebied:Economische wetenschappen
Academiejaar:2019-2020
Semester:2e semester
Inschrijvingsvereisten:De student dient een credit behaald te hebben voor het volgende OO:
- 'Inleiding tot de algemene economie' of 'Economie'
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Guido Erreygers

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

In de inleiding wordt aangegeven wat de belangrijkste bronnen zijn voor de geschiedenis van het economisch denken. Deel I behandelt de ‘pre-klassieke’ periode, met vooral aandacht voor auteurs als Petty, Mandeville en Cantillon, en de fysiocraten. Deel II gaat over de periode van de ‘klassieke politieke economie’. Het werk van Adam Smith, Thomas Robert Malthus, David Ricardo, John Stuart Mill en Karl Marx wordt beproken.  Er wordt eveneens bondig aandacht besteed aan de inzichten van Jeremy Bentham en de vroege socialisten (Saint-Simon, Fourier, Owen, …). In Deel III komt de ‘neo-klassieke’ periode aan bod. Hier betreft het de neo-klassieke voorlopers (Cournot, Dupuit, Gossen) en de neo-klassieke revolutie (Jevons, Menger, Walras). We besteden ook bondig aandacht aan de Historische School, het ontstaan van de welvaartseconomie, de theorie van het algemeen economisch evenwicht, enzovoort. Ook de rol van John Maynard Keynes en van enkele andere belangrijke figuren van de 20ste eeuw wordt onderzocht: van econometrie (Frisch en Tinbergen), van speltheorie  (von Neumann en Nash), van Harvard (Schumpeter en Leontief), van Cambridge - U.K. (Keynes, Sraffa, Robinson en Kahn), van Chicago (Friedman, Fogel en Becker) en van MIT (Samuelson, Solow).