Farmacotherapie en farmaceutische zorg I

Studiegidsnr:2001FBDFGO
Vakgebied:Farmaceutische wetenschappen
Academiejaar:2019-2020
Semester:2e semester
Inschrijvingsvereisten:Niet te volgen in combinatie met vakken uit 2de bachelor
Contacturen:57
Studiepunten:7
Studiebelasting:196
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Guido De Meyer
Hans De Loof

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *


In dit opleidingsonderdeel worden farmacotherapie en farmaceutische zorg geïntegreerd onderwezen. Farmaceutische zorg is de verantwoorde aflevering van voorgeschreven geneesmiddelen of van geneesmiddelen die zonder voorschrift kunnen afgeleverd worden, met het oog op, in overleg met andere zorgverstrekkers en de patiënt, het bereiken van algemene gezondheidsdoelstellingen zoals het voorkomen, het identificeren, en het oplossen van problemen verbonden aan het geneesmiddelengebruik. Farmaceutische zorg is erop gericht om op een continue wijze het gebruik van geneesmiddelen te verbeteren en de levenskwaliteit van de patiënt te bewaren of verbeteren. Het interprofessioneel overleg omvat onder meer het eventuele doorverwijzen naar een arts en het informeren van de behandelende arts.

Dit opleidingsonderdeel wordt zoveel mogelijk gedoceerd uitgaande van de meest voorkomende ziektebeelden. De voor de behandeling in aanmerking komende geneesmiddelen, zowel zelfzorggeneesmiddelen als voorschriftplichtige, worden grondig besproken met de nadruk op advies voor verantwoord geneesmiddelengebruik.

Volgende onderwerpen komen aan bod:

(1) Indicaties, posologie en tijdstip van inname van geneesmiddelen.
(2) Therapieopbouw en instellen van een behandeling.
(3) Neveneffecten van geneesmiddelen en hoe deze behandelen.
(4) Geneesmiddeleninteracties (klinische relevantie, verklaring, voorstel van alternatief) en interacties met voeding.
(5) Vergelijking van geneesmiddelen binnen een klasse. Leidraad voor de motivering van een bepaalde keuze.
(6) Co-morbiditeit.
(7) Contra-indicaties.
(8) Afbouwen en/of overschakelen op een ander geneesmiddel.
(9) Nieuwe geneesmiddelen binnen een klasse.
(10) Medicatiebewaking en therapietrouw.
(11) Gebruik van geneesmiddelen tijdens zwangerschap en lactatie.