Grondige studie wijsgerige psychologie

Studiegidsnr:2005FLWFIL
Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
Academiejaar:2017-2018
Semester:1e semester
Contacturen:30
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Peter Reynaert
Erik Myin

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

In deze cursus wordt diepgaand ingegaan op onderwerpen uit de hedendaagse wijsgerige psychologie. In het bijzonder wordt de relatie tussen het wetenschappelijk begrijpen van het mentale  en de manifestatie van het mentale in de pretheoretische ervaring gethematiseerd: kan de waarneming,  het bedoelen en willen, zoals het 'van binnenuit' gekend is in de concrete ervaring, in al zijn aspecten genaturaliseerd worden via de (neuro-)wetenschap? Vormt het (neuro-)wetenschappelijk begrijpen een bedreiging voor ons traditioneel zelfbeeld, of is het omgekeerd, en toont onze directe ervaring aan dat er principiële beperkingen zijn aan het wetenschappelijk begrijpen van het mentale?  Deze vragen worden benaderd vanuit zowel het standpunt vanuit een hedendaagse fenomenologie, de hedendaagse analytische filosofie als de filosofie van de cognitieve wetenschappen. In de behandeling staan, naast een synthetische behandeling door de docenten van deelaspecten, hedendaagse teksten centraal.

In een eerste deel van de cursus (. P. Reynaert) wordt ingegaan op de fenomenologische kritiek op het naturalisme - verstaan als de poging om de menselijke bestaanswijze te verklaren door deze op te vatten als een deel van de natuur. Eerst wordt het naturalismeproject uiteengezet (betekenis, vooronderstellingen, transcendentaal statuut, concept natuur). Daarna wordt met Husserl en voornamelijk Merleau-Ponty aandacht besteed aan de controverse omtrent de naturalisatie van subjectiviteit (fenomenaal bewustzijn, subjectieve beleving) en lichamelijkheid.

In een tweede deel (E. Myin) wordt het naturalisatieproject benaderd vanuit de op de cognitiewetenschappen georiënteerde hedendaagse naturalistische analytische filosofie.  Enactieve en sensomotorische benaderingen van de waarneming en cognitie worden besproken. Volgens enactivisten moeten perceptie en cognitie begrepen worden als een belichaamde interactie met de buitenwereld. Er zijn echter verschillende vormen van enactivisme, in het bijzonder autopoetisch enactivisme, sensomotorisch  enactivisme en radicaal enactivisme. Na een korte behandeling van autopoetisch enactivisme, dat een continuïteit ziet tussen leven, bewustzijn en cognitie, wordt in detail gekeken naar sensormotorisch enactivisme (O'Regan en Noë). Sensomotorisch enactivisme richt zich vooral op perceptie en stelt dat perceptie niet iets is dat "in ons gebeurt, maar iets is wat we doen". Sensomotorisch enactivisme beschrijft waarneming en de ervaring van het waarnemen als een vaardige ("skillful") wisselwerking met de omgeving die bemiddeld wordt door impliciete kennis van hoe perceptuele indrukken veranderen met beweging. Deze sensomotorische opvatting over waarneming pretendeert een opvatting over perceptueel bewustzijn te bieden die recht doet aan ons gevoel van contact met de werkelijkheid die meer omvat dan ons momentaan zintuiglijk contact, alsook aan de fenomenale aspecten van de waarneming ("hoe het voelt om rood te zien"), zonder van het fenomenale een mysterie te maken.  Het sensomotorisch enactivisme vormt de hoofdmoot van dit deel van de cursus. Het radicaal enactivisme (Hutto & Myin, Radicalizing Enactivism, MIT Press 2013; Evolving Enactivism, MIT Press 2017) beziet perceptie  eveneens als een interactie met, in plaats van een representatie van, de buitenwereld. Radicaal enactivisme verdedigt dit idee op filosofische gronden en argumenteert dat een interactieve, niet-representationele benadering  van "basic cognition" toelaat niet alleen perceptie, maar ook verbeelding en geheugen te beschrijven zonder dat onoplosbare problemen in het leven worden geroepen. In de cursus worden sensomotorisch en radicaal enactivisme vergeleken, en wordt de kritiek van radicaal enactivisme, namelijk dat sensomotorisch enactivisme deels schatplichtig blijft aan een representationalistsche opvatting, behandeld.