Semantiek. Le marquage évidentiel et modal en français

Studiegidsnr:2014FLWTLF
Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
Academiejaar:2020-2021
Semester:1e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Frans
Examen:1e semester
Lesgever(s)Patrick Dendale

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

  • De cursus is opgevat als een onderzoeksseminarie, waarbij de student leert hoe een degelijk klein wetenschappelijk onderzoek wordt gevoerd  naar een geschreven stuk toe dat in de buurt komt van een eenvoudig wetenschappelijk artikel. De student doorloopt, in alle fasen nauw begeleid door de docent, de verschillende handelingen die een linguïst verricht bij een taalkundig onderzoek en bij de rapportering van dat onderzoek.
  • Hij werkt onder begeleiding een eigen, klein (nieuw) onderzoekje uit over een thema dat zich aandient tijdens de cursus en hem/haar interesseert, op basis van concrete taalgegevens (corpusonderzoek) die hij verzamelt en elementen van de bestaande literatuur die hij zoekt of aangereikt krijgt, waarover hij mondeling en schriftelijk rapporteert tijdens en na de cursus.
  • Het thema van het vak is de talige uitdrukking van twee nauw verwante, op dit moment zeer druk bestudeerde theoretische noties, ‘evidentialiteit’ en ‘epistemische modaliteit’ en hun talige markering door een hele reeks uitdrukkingen.
    Deze noties worden gebruikt om te verwijzen enerzijds naar het talige fenomeen dat erin bestaat aan te geven hoe een spreker de informatie die hij in een uiting geeft verkregen heeft (via directe perceptie, via inferentie of door ontlening aan  derden) en anderzijds naar de mate van zekerheid of onzekerheid van de spreker m.b.t. die informatie.
  • We bekijken met concrete voorbeelden waarom die markering zo belangrijk is in ons dagelijks taalgebruik en waartoe het niet respecteren ervan kan leiden.
  • We bekijken en illustreren eerst aan de hand van bestaande analyses van diverse taaluitdrukkingen de problemen die zich stellen rond die theoretische noties en in het bijzonder rond de identificatie van een uitdrukking als evidentiële of modale marker, met name aan welke criteria een taaluitdrukking moet voldoen om als "evidentiële marker" of “epistemisch-modale marker” beschouwd te worden.
  • We bestuderen vervolgens in detail hoe deze noties gebruikt worden in de analyse van een hele reeks Franse uitdrukkingen (bijv. de epistemische conditionnel, de conjecturele futur, het epistemische ‘devoir’, bijwoorden zoals ‘apparemment’, ‘visiblement’, ‘à vue de nez’, certainement, constructies met ‘on dirait’, ‘selon X’  enz.).
  • We blijven langer stilstaan bij markers die de individuele studenten het meest interesseren of die nuttig zijn voor hun scriptie, voor papers in andere cursussen, voor hun andere taal.