Een afbrokkelend Avondland? Het beeld van Europa in de Nederlandse literatuur

Studiegidsnr:2018FLWTLN
Vakgebied:Letterkunde
Academiejaar:2020-2021
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Gwennie Debergh

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Eurocrisis, Brexit, opkomend nationalisme, migratie… wie de media volgt wordt dagelijks geconfronteerd met maatschappelijke discussies waarin Europa een centrale rol speelt. In die discussies lijken de standpunten van voor- en tegenstanders steeds verder uit elkaar te groeien: 'believers' en 'non-believers' zetten de hakken in het zand en gaan steeds minder met elkaar in dialoog. Intussen plooit Amerika op zichzelf terug en neemt Azië het voortouw in de digitale revolutie. 

Hoeveel van die actualiteit sijpelt door in de Nederlandse literatuur? Welk beeld van Europa krijg je als lezer van Nederlandstalige romans, verhalen, gedichten en essays? Welke rol zien onze auteurs weggelegd voor Europa? Wentelen ze zich vol nostalgie in het verleden of zijn ze ondanks alle sombere berichtgeving optimistisch over de toekomst van het "oude continent"? Kijken auteurs met een migratie-achtergrond op een andere manier naar de verschuivende wereldorde? Dachten auteurs van vroeger anders over Europa dan auteurs van nu? Hoe zag de Europese toekomst er honderd jaar geleden uit? 

We beginnen de colleges met de bespreking van een aantal historische en actuele opinieartikelen waarin de belangrijkste ideologische breuklijnen duidelijk tot uiting komen. Vervolgens gaan we op zoek naar de literaire verwerking van deze discussies. We zullen daarbij stilstaan bij de manier waarop Europa thematisch aan bod komt, maar ook kijken naar de formele technieken waarmee auteurs deze thema's tot literatuur verwerken. 

Van de studenten die deelnemen aan dit college wordt verwacht dat ze de actualiteit volgen, kritisch kunnen reflecteren en op een open en constructieve manier kunnen discussiëren. 

Hoorcolleges, oefeningen, opdrachten, discussies en gastcolleges wisselen elkaar af.