Kritiek van de moderniteit in theater en film

Studiegidsnr:2022FLWTHF
Vakgebied:Film en theater
Academiejaar:2017-2018
Semester:2e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder credit- en examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Kurt Vanhoutte
Tom Paulus
Timmy De Laet
Esther Tuypens
Charlotte De Somviele
Lieze Roels

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

We begrijpen de moderniteit als startpunt van een alternatieve geschiedenis van het kijken. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaat een rijk artistiek en intellectueel klimaat dat zijn hoogtepunt vindt in het interbellum. De moderne ervaring denkt zichzelf in eerste instantie als beeld met een verhoogde aandacht voor het fragment, het efemere en het momentane. Protagonisten zoals Benjamin, Breton, Brecht, Epstein, Kracauer en Warburg ontwikkelen een ‘performatieve’ logica die niet uitgaat van lineariteit en voorspelbaarheid maar van contradictie en potentialiteit. We traceren die artistiek-intellectuele logica door oog te hebben voor zowel de kunstpraktijk (populair theater, vroege cinema) als voor de betekenisvelden die ermee samenhangen (allegorie, aura, charisma, pathos, photogénie). Er is tevens een praktische component, waarbinnen theorie moet leiden tot een nieuwe vorm van kritisch denken en schrijven. We toetsen in dat licht een aantal methodes (allegorie, irrationele uitvergroting, beeldenatlas, corps exquis, cinefiele anekdote) op hun bruikbaarheid.