Deze cursusinformatie geeft aan hoe het onderwijs zal verlopen bij pandemieniveau code geel en groen.
Als er tijdens het academiejaar aangepast wordt naar code oranje of rood, zijn er wijzigingen mogelijk o.a. in de gebruikte werk - en evaluatievormen.

Stage

Studiegidsnr:2024FOWERF
Vakgebied:Architectuur
Academiejaar:2020-2021
Semester:1e semester
Contacturen:322
Studiepunten:12
Studiebelasting:336
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Credit vereist voor behalen diploma:Credit vereist: Ja
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e en/of 2e semester
Lesgever(s)Dirk Laporte

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

De student zoekt zelf een stageplaats in het erfgoedwerkveld nadat hij een lijst heeft ontvangen met mogelijke stageplaatsen in Vlaanderen, Brussel of Nederland. De stage kan zowel nationaal als internationaal.De stage in Vlaanderen, Brussel of Nederland of elders in Europa of in de wereld duurt 40 dagen.  De stage kan opgedeeld worden in twee afzonderlijke stages van 20 dagen. De stagegever zorgt ervoor dat de student diverse aspecten van de gevoerde werkzaamheden in het werkveld leert kennen., o.a. vergaderingen met opdrachtgevers, ontwerpers, uitvoerders, het volgen van werfvergaderingen, , een subsidiedossier opvolgen, een inventarisatieopdracht, een waardebepaling, een opmeting, een kadasteronderzoek, een beperkt bouwhistorisch onderzoek, bijdragen aan de organisatie van de Open monumentendag of erfgoeddag, een beheers-, herbestemmingsplan of ontsluitingsplan opmaken of een combinatie hiervan. De student kan een stageplaats kiezen in functie van het onderzoek dat hij/zij wil verrichten voor zijn/haar masterproef. 

Voor aanvang van de stage wordt een werkplan (POP) opgemaakt, met  de doelstellingen en onderzoeksmethodieken die tijdens de stage dienen te worden behaald en de opdrachten die tijdens de stage dienen te worden volbracht.  Het werkplan wordt voor het begin van de stage besproken met de stagegever.

De student maakt een verslag van de stage, met daarin informatie met organogram van de stageplaats, verantwoording en uitwerking van het werkplan, een evaluatie van de (algemene en specifieke) doelstellingen en de gevolgde methodologie, (toegepaste onderzoeksmethoden, uitleg over gebruikt instrumentarium, gegevensverzameling en –verwerking, resultaten en conclusies), en een self-assessment via SWOT. Hierbij hoort een logboek van alle stageactiviteiten (per dag) en bibliografie.

Afsluitend presenteert de student de afgelopen stage in 10 minuten voor de titularis en medestudenten waarna vragen worden gesteld.