Translator's Toolbox

Studiegidsnr:2051FLWVER
Vakgebied:Vertaal- en tolkwetenschappen
Academiejaar:2020-2021
Semester:1e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Nina Reviers
Sabien Hanoulle
Isabelle Robert
Gert Vercauteren

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Week 1: projectmanagement in MemSource, in SDL

  • De student kan een project creëren in verschillende project managementsoftwares, zoals MemSource, SDL
  • De student kan de functie van project manager op zich nemen in het kader van een vertaalproject

Week 2 en 3: CAT-tools (SDL Studio en Multiterm)

  • De student kan in SDL Studio en Multiterm werken.

Week 4 en 5: Digital Humanities voor vertalers

  • De student begrijpt het belang van digitale technologie voor teksverwerking en tekstproductie in het kader van vertalen.
  • De student weet wat Markup Languages zijn en waarvoor ze gebruikt worden.
  • De student kan eenvoudige HTML en XML teksten lezen, begrijpen en verwerken in het kader van een vertaalproject.

Week 6: localisatie (software, interface, website, documentatie, enz.)

  • De student kan een localisatieproject managen.
  • De student kan verschillende localisatietaken uitvoeren.

Week 7 en 8: Terminologieëxtractie en -beheer

  • De student leert termfiches aan te leggen en te reflecteren over de inhoud daarvan.
  • De student leert een Gouden Standaard aan te leggen (=manuele termextractie), automatische termextractie toe te passen en precisie en recall van het automatische systeem te berekenen, een threshold te bepalen en te motiveren.

Week 9: corpuscreatie

  • De student kan gebruikt maken van bestaande corpora voor zijn vertaalproject, zoals sketch engine
  • De student kan een DIY corpus creëren dat gebruikt zal worden voor terminologie- en extractiedoeleinden en/of stilistische doeleinden

Week 10: MT, PE, revisie

  • De student kan de verschillen tussen verschillende soorten MT (machine translation) uitleggen en kan daar rekening meehouden bij het postediten.
  • De student kan een tekst post-editen in een CAT-toolomgeving of in Word.
  • De student kan een typologie revisieparameters benoemen en toepassen in een revisietaak.
  • De student kan de meest gebruikte revisieprocedures benoemen en de juiste procedure selecteren voor een revisietaak in functie van de revisie-instructies.
  • De student kan de voornaamste revisieprincipes benoemen en toepassen in een revisietaak.
  • De student kan de verschillende types revisiehandelingen benoemen die gebruikt worden om de revisiekwaliteit te meten. Hij kan die terminologie gebruiken bij het evalueren van een revisietaak.
  • De student kan het verschil tussen een pragmatische revisie en een didactische revisie uitleggen en toepassen in het kader van een revisietaak.
  • De student kan een vertaling in het Nederlands (uit de B-taal) op een professionele manier reviseren door de verschillende theorieën en principes die eigen zijn aan de discipline, in acht te nemen.

Week 11: Vertaalatelier