Xenobiotica in de voeding

Studiegidsnr:2214MDOXBV
Vakgebied:Milieuwetenschap
Academiejaar:2019-2020
Semester:2e semester
Contacturen:10
Studiepunten:3
Studiebelasting:84
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Harry Robberecht

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

De cursus start met voedselcomponenten. De laatste groep van hierin aanwezige stoffen zijn de lichaamsvreemde stoffen (xenobiotica). Hieronder plaatst men drie variabele groepen: additieven, contaminanten en vreemde genen (transgeen voedsel). Lichaamsvreemd impliceert een risico op schadelijkheid na opname. Biologische beschikbaarheid krijgt aandacht omdat dit de mate van opname na de inname met voedsel weergeeft.
De schadelijkheid is functie van tal van stoffen: structuur, concentratie, dosis, tijd van blootstelling, biobeschikbaarheid, doelgroep en andere. Het grote verschil tussen additieven en contaminanten is het intentioneel gebruik van de eerste groep. De verschillende additieven worden overlopen met voorbeelden en gevaren.
Bij de contaminanten heeft men productie, bereidings-, bewaar- en milieucontaminanten. Pesticiden, dioxines en zware metalen worden in diepte behandeld.
Transgeen voedsel is een recente ontwikkeling en behoort tot de novel foods. Het omvat de inbreng van genen en hieruit resulteren nieuwe eigenschappen. Vaak zijn dit nieuwe eiwitten, die intentioneel tot expressie komen. De plant of het dier krijgt een gensurplus of een gen wordt uitgeschakeld. Productie, voorbeelden en risico's worden overlopen
In het kader van onverwachte reacties op voedsel worden erfelijke afwijkingen (lactose-intolerantie, PKU, enz.) samen met nieuw inzicht in epigenetische fenomenen en voeding aangehaald.Nutritionele imprinting kan als casus worden aangebracht als mogelijke uitdieping voor meer geïnteresseerde studenten.