Profileringsvak met praktijkoefeningen: Meer (-) talig onderwijs

Studiegidsnr:2300ASEMTO
Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:36
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder credit- en examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Lesgever(s)Mathea Simons
Tom Smits
Jordi Casteleyn

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Op masterniveau krijgt elke student de mogelijkheid om hetzij uit noodzaak (bv. onvoldoende domeinspecifieke bagage om een vakdidactiek te volgen), hetzij uit interesse, de tweede vakdidactiek te vervangen door een profileringsvak, in dit geval Meer (-) talig onderwijs. Conform de wensen van het werkveld krijgen àlle studenten over deze thema’s een basis mee, vanuit de vakdidactiek of de onderwijskundige concepten, maar het profileringsvak gaat dieper op de respectieve leerinhouden in.

De keuze voor deze profilering komt voort uit een actuele onderwijsbehoefte en uit prioritaire beleidsthema’s van de overheid, en is bevestigd door de resultaten van een bevraging van studenten en alumni in het academiejaar 2017-2018. Uit die bevraging bleek een grote belangstelling voor zowel de mogelijkheid om een profileringsvak te volgens als de specifieke invulling ervan.

Specifieke leerinhoud

Meer (-) talig onderwijs omvat twee inhoudelijke modules met eigen leerinhouden, waarbij de tweede focus verderbouwt op de eerste. De eerste focus ligt (meer) op taalgericht vakonderwijs en talenbeleid, de tweede  op CLIL (Content and Language Integrated Learning). Na een  introductiesessie die de studenten inzicht verschaft in de mogelijkheden voor talige ontwikkeling en ondersteuning in het onderwijs, volgen zij achtereenvolgens de modules “taalgericht vakonderwijs en talenbeleid” en “CLIL”.

  • Taalgericht vakonderwijs en talenbeleid

Alle leraren, ook van niet-taalvakken, leggen aan hun leerlingen talige eisen op: leerlingen moeten theoretische teksten lezen en samenvatten, informatie opzoeken, schriftelijk en mondeling vragen beantwoorden, hun eigen mening formuleren enz. Daarnaast moeten ze het vakmatig discours van wiskunde, aardrijkskunde, economie enz. leren beheersen. Ze moeten vaktermen leren hanteren. Ze moeten van elk vak het specifieke denken en formuleren onder de knie krijgen. Leraren van niet-taalvakken staan er niet altijd bij stil dat ze dergelijke talige vaardigheden van hun leerlingen vragen. En leraren van taalvakken denken soms dat de vaardigheden die zij aanleren, als vanzelf worden meegenomen naar andere vakken. Velen overschatten hun leerlingen op dat vlak nog al eens.

Een aantal leerproblemen van leerlingen zijn eigenlijk taalproblemen: schooltaal die te veraf staat van thuistaal, onduidelijk geformuleerde vragen en opdrachten, vage of dubbelzinnige feedback, niet aan het niveau van leerlingen aangepaste taal in schoolboeken, onvoldoende ontwikkeling van taalvaardigheden enz.

Inhoud: via actieve werkvormen met veel concrete voorbeelden zoeken naar manieren om elk vak taalgerich(ter) te geven en daarrond een beleid te voeren met het hele schoolteam; lesfragmenten observeren met kijkwijzers, instructie- en examentaal, teksten analyseren en toegankelijker maken; niet-talige leerstof integreren in diverse taalopdrachten; manieren verkennen om effectieve feedback te geven; de didactiek van ‘sprekend leren’ integreren in alle vakken; een talenbeleid analyseren, beoordelen van en vormgeven aan  van een talenbeleidsplan.

  • CLIL (Content and Language Integrated Learning)

CLIL  betekent dat een zaakvak (bv. economie, biologie, geschiedenis) in een andere taal (Frans, Engels of Duits) wordt gegeven. Een jaarlijks groeiend aantal Vlaamse scholen zijn hier sinds 2014 mee aan de slag. In de Educatieve Master aan UAntwerpen bieden we CLIL-didactiek Frans en Engels aan. In de opleiding bieden we CLIL-didactiek Frans en Engels aan. CLIL leent zich uitstekend om het ‘teach as you preach’-principe toe te passen. Enerzijds zijn de docenten ook taaldocenten:  geselecteerde lessen worden in één van de doeltalen (Frans, Engels) gegeven zodat de studenten zelf de effectiviteit ervan ervaren en zich bewust worden van struikelblokken, uitdagingen en succesfactoren. Anderzijds wordt er maximaal gewerkt met activerende en taalontwikkelende werkvormen. Op deze manier ervaren de studenten zelf wat de kenmerken van CLIL-onderwijs zijn en kunnen zij hierop reflecteren.

Inhoud: via gerichte oefeningen (incl. oefenles) en (inter)actieve werkvormen leren de studenten leerdoelen en de beginsituatie voor CLIL te bepalen; CLIL-lesmaterialen te verkennen, deze toegankelijk te maken en desgewenst aan te passen; activerend en taalontwikkelend les te geven tijdens praktijkoefeningen en daarbij talige ondersteuning te voorzien; ICT-toepassingen voor CLIL in te zetten en gerichte feedback en evaluatie te geven in een CLIL-context

Om CLIL-onderwijs te geven, moet een leerkracht een C1-niveau hebben in de beoogde taal (Europees Referentiekader). Voor het profileringsvak gaan we uit van een aanvangsniveau B1/2 en werken we progressief aan de beheersing van de instructietaal.