Institutionele context van de sociale zorg

Studiegidsnr:2350PSWICS
Vakgebied:Sociaal werk
Academiejaar:2017-2018
Semester:1e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Bernard Hubeau
Margot Van Leuvenhaege

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Na een algemene inleiding en situering van de institutionele context van de sociale zorg, wordt ingegaan op een drietal soorten processen die de institutionele context van de sociale zorg beheersen, met name de macro-, de meso- en de micro-processen. Voor elke dimensie wordt een gastspreker uitgenodigd om vanuit de eigen praktijkervaring toelichting te komen geven over het proces. Zo komen achtereenvolgens aan bod: de invloed van de Europese dimensie op sociale zorg (macro), bestuurlijk (armoede)beleid in de sociale zorg (meso) en de verhouding van de individuele gebruiker ten opzichte van de sociale zorg (met daarbij o.m. de rol van het beroepsgeheim) (micro). De gastsprekers hebben tijdens hun uiteenzetting aandacht voor de theoretische onderbouw alsook voor de concrete toepassingen binnen elk domein.

Aangezien voor dit opleidingsonderdeel geen examen wordt georganiseerd, dienen studenten een aantal opdrachten te maken die hen telkens vanuit een andere invalshoek laten kennismaken met het onderwerp. Zo zullen zij de gastcolleges voorbereiden door vragen te formuleren waarvoor zij inspiratie kunnen vinden in teksten uit de cursusmap. De gastdocent zal hierop antwoorden en medestudenten aanmoedigen om kritisch na te denken. Daarnaast dient de student een eigen standpunt (pro/contra) te verdedigen ten aanzien van een aantal trends in de sociale zorg. De keuze om voor- of tegenstander te zijn in het debat ligt overigens niet bij de student. Zodoende leert men een argumentatie uit te werken die mogelijk niet overeenstemt met de eigen overtuiging. Tot slot schrijven de studenten in groep aan een zgn. ‘instellingspaper’ waarin zij op een wetenschappelijk verantwoorde wijze onderzoek doen naar de werking van een zelf gekozen instelling in de sociale zorg. Zowel de trendsopdracht als het werkstuk rond de instellingspaper worden in groep gepresenteerd en bediscussieerd.