Visuele narratologie en adaptatie

Studiegidsnr:2400PSWFNR
Vakgebied:Communicatiewetenschappen
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e semester
Contacturen:30
Studiepunten:3
Studiebelasting:84
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Patrick Cattrysse

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

Zoals de titel van het vak het aangeeft behandelt deze cursus twee topics: narratieve studies en adaptatie. Hoewel deze titel enkel verwijst naar het visuele komt ook het auditieve aspect van vertellen en adaptatie aan bod. 
 

Deel I: Visuele narratologie
 

Deel I vangt aan met een bondig historisch overzicht van de narratologie. Narratieve studies komen reeds voor bij sommige Griekse filosofen (bv. Plato, Aristoteles), maar het is vanaf de jaren 1960  dat de narratologie zich als een aparte discipline ontwikkelt. Tijdens de jaren 1980 breekt de zgn. 'structuralistische' narratologie los van haar oorspronkelijke (vaak logo­cen­trische) paradigma's en ontplooit ze zich tot een 'post-klassieke' of ook wel 'contextuele' narratologie. Die leidt tot een interessante diversificatie van invalshoeken. M.n. Cultural Studies, de pragmatiek, de retorica, het cognitivisme, de psychologie, en de neurologie bieden relevante know how ter verrijking van de narratieve studies. Hoewel het leeuwendeel van de aandacht nog steeds gaat naar de literaire vertelling, groeit vanaf de jaren 1980 ook de belangstelling voor de narratieve aspecten van andere media-uitdrukkingen, zoals film, televisie, het beeldverhaal, interactieve spellen, en diverse andere vormen van 'transmedia storytelling'. Omdat veel narratieve begrippen ontwikkeld zijn als medium-onafhankelijke analyse-instrumenten duikt het begrip 'mediumspecificiteit' geregeld op in de debatten. Het visuele staat dus niet (altijd) los van het auditieve, noch het verbale van het non-verbale.
 
Vervolgens legt Deel I enkele basisbegrippen uit van een structuralistische narratieve analyse. Aan bod komen o.m.:
- Van Verhaal naar Geschiedenis: het handelingsverloop en hoe dit kan gestructureerd worden; de participanten ofte personages en hoe die kunnen gekarakteriseerd; de settings en hoe ruimte narratief kan worden aangewend.
- Onder de rubriek Vertelling worden de beeld- en geluid-verteller behandeld en de diverse wijzen waarop die verteller zich kan gedragen (min of meer samenvallend, min of meer opvallend, betrouwbaar, enz.), alsook de begrippen 'focalisatie', 'narratieve tijd', en 'vertelritmes'.
- Tot slot worden twee soorten verteltechnieken onder de loupe genomen die men kan onderscheiden op basis van de gekozen focalisatie: spannings- en verrassingstechnieken.
 
Deel I bevat niet enkel informatie om audiovisuele teksten narratief te analyseren, maar ook om verhalen te schrijven. Speciale aandacht gaat naar de ontwikkeling van een langer verhaal (bv. scenario voor een lange speelfilm). Hierbij wordt nagegaan of en in welke mate bepaalde narratieve concepten niet enkel als analyse-instrument maar ook en misschien zelfs vooral als schrijfinstrument kunnen worden aangewend. Deze cursus biedt derhalve een nuttige aanloop/voor­be­reiding tot het seminar Scenarioschrijven Film en Multimedia.
 
Deel II: Adaptatie
 

Deel II behandelt het fenomeen van de adaptatie. Binnen de humane wetenschappen is de aandacht vooral gegaan naar de filmische adaptatie van (prestigieuze) literaire teksten, hoewel ook studies over adaptatie mbt tot andere audiovisuele media zijn bestudeerd (bv. de theateradaptatie, de 'novelisatie', de radio-adaptatie, de 'remake', de 'game'-adaptatie, enz.). Sinds het begin van de 21ste eeuw heeft adaptatiestudies zich gestaag als een autonoom studieterrein ontwikkeld. Naast de traditionele vaak literair geïnspireerde brontekst-doeltekst verge­lijkingen worden vanuit diverse disciplines voorstellen gedaan om het fenomeen adaptatie op een meer systematische, coherente manier te bestuderen. Deel II start daarom met een bondig overzicht van de input uit enkele van deze disciplines. Aan bod komen o.m. verfilmde literatuur studies, polysysteem studies, descriptieve adaptatie­studies, andere systeem studies (bv. Bourdieu), transmedia storytelling studies, inter­semio­tische vertaal-studies, zgn. transfer studies, intertekstuele en intermediale studies, zgn. multi­modale studies, en convergerende media­studies.
 
 Vervolgens worden enkele sleutelbegrippen uitgelegd en gesitueerd binnenin het bredere debat van de adaptatiestudies:
- de adaptatie als eindproduct vs. de adaptatie als proces
- de posities en functies die adaptaties-als-eindproduct kunnen innemen in een doelcontext
- enkele kenmerken van een selectiepolitiek van bronelementen,
- enkele kenmerken van het adaptatieproces van bronelementen
- mogelijke systemische relaties tussen 1) een selectiepolitiek van bronelementen, 2) een adaptatieproces van bronelementen, 3) de functie/positie van de adaptatie-als-eindproduct in haar oorspronkelijke doelcontext, en 4) de (in)stabiliteit van deze originele doelcontext.
- adaptatie en vergelijkende studies
- het 'tertium comparationis'
- de begrippen 'equivalentie', 'getrouwheid' en 'mediumspecificiteit' (bis)