Probleemoplossend vermogen in anesthesie-reanimatie, deel 1

Studiegidsnr:3017GENANE
Vakgebied:Geneeskunde
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:0
Studiepunten:15
Studiebelasting:420
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Vera Saldien

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *


3.1.  “Gevalsbespreking” (3 SP):
Tijdens deze sessies worden dagelijks praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan urgenties en diagnostische problemen. De ASO presenteert/luistert naar praktijkgevallen die worden voorgesteld en participeert in de discussie. De onderwerpen die aan bod zullen komen zijn deze vanuit de stages en hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 2.
 
3.2. “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden” (12 SP):
De ASO wordt ingewijd in een breed aantal domeinen binnen het specialisme nodig voor toepassingen in de praktijk. De ASO verwerft tijdens deze stages specifieke kennis en vaardigheden en past deze toe in de praktijk.
 
Voorkeursstages tijdens de opleiding op dit niveau zijn gesitueerd in de volgende deeldisciplines :
-          Orthopedie
-          Abdominale heelkunde
-          Traumatologie
-          Urologie
-          Gynaecologie
-          Obstetrie
-          Vasculaire heelkunde
-          Stomatologie
-          Oftalmologie
-          NKO heelkunde
-          Neurochirurgie
-          Plastische heelkunde
-          Pediatrische heelkunde
-          Diagnostische en niet-chirurgische interventionele procedures
 
KENNISDOMEINEN
1.   Anatomie: Anatomische begrippen relevant voor de praktijk van de anesthesie
2.   Fysiologie en veranderingen onder invloed van de anesthesie
§    Centraal en perifeer zenuwstelsel
-  Hart en bloedvaten
-  Longen
-  Nieren
-  Lever en pancreas
-  Darmen
-  Urogenitaal stelsel
-  Endocrien systeem
-  Musculoskeletaal systeem
-  Bloed en immunologisch systeem
§    Fysiologie van de onverwikkelde zwangerschap en geboorte
§    De fysiologie van de groei van het kind
§    Fysiologie van de pijn
§    Fysiologie via temperatuurregeling
§    Fysiologie van vocht en elektrolietenhuishouding
3.   Farmacologie van de anesthesie
§    Farmacokinetiek en –dynamiek van anesthetische farmaca
§    Farmacokinetiek en –dynamiek van anesthesie –adjuvante farmaca
§    Interacties van medicijnen
4.   Technologie van de anesthesie
§    Percutane toegang tot het vaatstelsel
§    Werkingsprincipes van anesthesieapparatuur: het werkstation, bewakingsapparatuur, infuussystemen,…
§    Elementaire kennis van transoesofagale echografie: basisevaluatie van de anatomie en globale werking van het hart
§    Elementaire kennis van apparatuur voor het cardiovasculaire stelsel: defibrillator, pacemaker,…
§    Regionale anesthesie: spinaal, epiduraal, plexus
5.   Pathofysiologie in relatie tot anesthesie
§    Cardiovasculaire aandoeningen zoals: cardiogene shock; acuut longoedeem
§    Respiratoire aandoeningen zoals: lage luchtwegeninfecties; hypercapnisch respiratoir falen; thoraxtrauma; ARDS
§    Neurologische aandoeningen zoals: coma; delirium
§    Gastro-intestinale aandoeningen zoals: peritonitis; maagperforatie
§    Renale aandoeningen zoals: acute nierinsufficiëntie
§    Veralgemeende infectieuze aandoeningen zoals: sepsis van bacteriologische of mycologische oorsprong
§    Problemen met de intravasculaire volume-status zoals: massieve volumeshiften en transfusies
§    Metabole aandoeningen zoals: electrolietstoornissen; diabetes, mellitus, lactaatacidose
 
VAARDIGHEIDSDOMEINEN
De ASO dient de vaardigheidsdomeinen zelfstandig te kunnen uitvoeren.
1.   IV toegang: perifere veneuze catheters, arterielijnen en centraal veneuze catheters kunnen inbrengen
2.   In staat zijn om een anesthesietoestel en geneesmiddel/intubatiebestek in korte tijd bedrijfsklaar te maken, inclusief checklist procedure, de standaard anesthesiemonitoren en connecties adequaat kunnen aansluiten en bedienen; eenvoudige technische problemen kunnen oplossen
3.   Vertrouwd zijn met technieken van algehele anesthesie (inhalatie, intraveneuze, target-controlled IV)
4.   De courante anesthesietechnieken zonder directe supervisie kunnen uitvoeren
5.   a)In staat zijn een anesthesieniveau te beoordelen en de vitale parameters gedurende een operatieve ingreep te volgen en te interpreteren
b) Accuraat een anesthesieverslag kunnen opmaken en adequaat een pre-, per- en postoperatief verslag kunnen opmaken
6.   Sedatietechnieken kunnen opstarten en de effecten van de sedatie volgen
7.   Regionale anesthesie: de spinale, epidurale en axillaire blokkades en IV regionale anesthesie bij geschikte patiënten kunnen aanbrengen
8.   Alle overige technische handelingen met betrekking tot de algehele anesthesie praktijk deskundig kunnen uitvoeren: maagsonde/ temperatuurbewaking…
9.   Cardio-pulmonaire resuscitatie (CPR)
 
CASEMANAGEMENT
Het deel casemanagement beschrijft een integratie van de kennisdomeinen en de vaardigheidsdomeinen. De ASO dient alle aspecten zelfstandig te kunnen uitvoeren.
1.   De patiënten beknopt en met kennis van zaken aan de staf kunnen presenteren bij de preoperatieve bespreking en de relevante risico’s kunnen aangeven, een adequaat voorstel voor de aanpak van de anesthesie kunnen geven en in detail kunnen beschrijven en beargumenteren.
2.   De vochtbalans kunnen opmaken en de vochtbehoefte (cristalloid, colloïde en bloedproductbehoefte) bij de meest voorkomende ingrepen goed kunnen schatten. Opstellen van een passend vochtbeleid.
3.   Basale perioperatieve problemen (hypertensie, hypotensie, hypoxie, hypercapnie, ritmestoornissen, anurie, acidose, laryngospasme) kunnen onderkennen. Moet een differentiaal diagnose en een therapievoorstel kunnen opstellen.
4.   Bij het opstellen van een anesthesieplan getuigen van inzicht in:
§    Anatomie, fysiologie en fysiopathologie
§    Farmacodynamische en farmacokinetische aspecten van medicaties
§    Technische aspecten van anesthesieapparatuur en monitoring
5.         a) Postoperatieve zorg voor de niet zeer invasieve ingrepen bij de ASA 1 en 2 patiënt
b) De routine complicaties bij patiënten in de PAZA zoals: nausea en braken, restbloeding of postoperatieve pijn op juiste wijze kunnen herkennen en behandelen, een patiënt kunnen beoordelen op de ontslagcriteria
6.   Op klinische problemen kunnen anticiperen en de medische en/of organisatorische maatregelen kunnen treffen om ze optimaal op te vangen voor de ASA 1 en 2 patiënt die komt voor minder agressieve ingrepen.
7.   Toepassing van bovenstaande principes van dagchirurgie


Werkvormen
Gevalsbesprekingen o.v.v. ochtenbreefings dwz 0.5u/d, 200 dagen/2 jaar
1)      Bedside teaching, klinische stage, vaardigheden sessies, zaalronde met supervisie 
         a.      Zaalronde: PAZA, APD, PCT, preoperatief: 4u/week 
         b.      Sessies voor technische vaardigheden: hands-on workshops 5u/j 
         c.      ‘Bedside’ teaching met supervisie (begeleidende stage): dagelijkse stage dwz elke anesthesieprocedure is ‘bedside teaching’ 
2)      Consultatie met supervisie: 5u/week of 250u/jaar 

 

 


Evaluatievormen
Portfolio: 
- De ASO verzamelt minimum 3 KKB's per stageperiode van 6 maanden. Het gaat hier over de KKB patiënt.

- Evaluatieverslagen