Probleemoplossend vermogen in urologie, deel 1

Studiegidsnr:3017GENURO
Vakgebied:Geneeskunde
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:0
Studiepunten:15
Studiebelasting:420
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Lucien Hoekx

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *

 

 

3.1.           Inhoud OLA “Gevalsbespreking” (3 SP):

 

Tijns ze sessies worn praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worn besteed aan internistische urgenties en diagnostische problemen. De onrwerpen die aan bod zullen komen zijn ze vanuit stages en hebben betrekking op eindtermen zoals gefinieerd onr ‘medicus’ niveau 2.

 

 

 

3.2.           Inhoud OLA “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardighen” (12 SP):

 

De ASO krijgt kans om tijns zijn opleiding een breed aantal domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijns ze stages specifieke kennis en vaardighen en past ze toe in praktijk.

 

 

 

Voor een overzicht van vaardighen niveau 2 specifieke ingrepen wordt verwezen naar lijst in bijlage (V) van afstuerrichting urologie.

 

 

 

1. Algemene urologische kennis en vaardighen

 

1.b. Kennis:

 

Om de klinische kennis te ondersteunen is een basiskennis van de fysiologie, pathofysiologie en farmacologie van de genito-urinaire tractus noodzakelijk.

 

 

 

De hiernavolgende lijst vermeldt de meeste ziektebeelden of afwijkingen die tot het deelspecialisme van de urologie behoren. Deze lijst moet beschouwd worden in zijn totaliteit en is niet limitatief.

 

 

 

1.1         Congenitale en ontwikkelingsanomalieën

1.1.1        Nier en ureter

·          Cystische ziekten van de nier

·          Hoefijzernier en andere ligginganomalieën

·          Ontdubbelingen, retrocavale en andere ureterafwijkingen

1.1.2        Blaas en urethra

·         Vesico-ureterale reflux

·         Epispadias en extrofie

·         Hypospadias en chordee

·         Andere anomalieën

1.1.3        Externe genitale anomalieën

·          Intersex status

·          Cryptorchidie en/of anorchie

·          Scrotale en andere afwijkingen van de externe genitaliën

1.2         Obstructieve ziekte van de hogere urinewegen

1.2.1        Obstructieve uropathie, hydronefrose en postrenale nierinsufficiëntie

1.2.2        Obstructie van de pyelo-ureterale junctie

1.2.3        Fistels van de urinaire tractus

1.3         Obstructieve ziekte van de lage urinewegen

1.3.1        Functionele obstructie van de blaas

1.3.2        Benigne prostaathypertrofie

1.3.3        LUTS

1.3.4        Posterieure urethrakleppen

1.3.5        Functionele obstructie secundair aan neurogeen lijden

1.4         Urinaire steenziekte

1.4.1        Lithiase van nier en ureter

1.4.2        Blaasstenen

1.5         Urinaire en genitale infecties en SOA

1.5.1        Bacteriële (banale of gecompliceerde), niet-bacteriële cystitis en urethritis

1.5.2        Pyelonefritis en andere nierinfecties

1.5.3        Prostatitis, inclusief prostatodinie

1.5.4        SOA

1.5.5        Genito-urinaire tuberculose

1.5.6        Genito-urinaire parasitaire ziekten

1.5.7        Schimmelinfecties van de urinewegen

1.5.8        Andere granulomateuze infecties (inclusief xanthogranulomateuze ziekte)

1.5.9        Andere genitale infecties (inclusief het gangreen van Fournier)

 

 

 

 

 

 

1.6         Trauma

inclusief de behandeling en evaluatie van de genito-urinaire tractus bij een patiënt met een politrauma) 

1.6.1        Niertrauma

1.6.2        Trauma van de ureter

1.6.3        Blaastrauma

1.6.4        Trauma van de urethra

1.6.5        Trauma van de uitwendige genitaliën

1.7         Andrologie

1.7.1        Seksuele functie en disfunctie bij de man

1.7.2        Fertiliteit en mannelijke infertiliteit

1.8         Urologische oncologie

De arts uroloog in opleiding moet in staat zijn voor alle tumoren (zowel goed- als kwaadaardige) van de genito-urinaire tractus de etiologie, de preventie, de voedings- en de omgevingsaspecten van kwaadaardige urologische ziekte, de natuurlijke geschiedenis, de histologie en de pathologie, de oppuntstelling en de diagnostische technieken, de stadiumbepaling en de stagingtechnieken te bepalen. Hij kent de behandelingsmodaliteiten: het belang van de heelkunde, de radiotherapie (externe en/of interstitiële en brachytherapie), de chemotherapie, de immunotherapie, de angioinfarctie en de minimaal invisieve ablatieve technieken voor elk stadium van de ziekte en/of specifieke kanker. Tevens de principes van behandeling, zelfs indien genezing niet meer het voornaamste doel is.

Hierna volgt een gedetailleerde lijst van specifieke tumoren, die de kandidaat hoeft te kennen.

 

1.8.1        Nierkanker

·          Adenocarcinoma van de nier - etiologie (inclusief von Hippel Lindau syndroom)

·          Wilms' tumor

·          Overgangsepitheelcarcinoom van het nierbekken en de ureter

·          Angiomyolipoma – oncocytoma

·          Andere tumoren

1.8.2        Blaaskanker

·          Overgangsepitheelcarcinoom

·          Plaveiselcelcarcinoom

·          Adenocarcinoom

 

1.8.3        Tumoren van de prostaat

1.8.4        Tumoren van de testis

1.8.5        Tumoren van de penis

1.8.6        Tumoren van de urethra

1.9         Afwijkingen van de mictie en de relevante neuro-urologie

1.9.1        Urinaire incontinentie

1.9.2        Dysfunctioneel plassen door neurologische aandoening

1.9.3        Enuresis

1.9.4        Functionele afwijkingen van de mictie

1.10     Systemische aandoening en andere ziekten die de urinewegen aantasten

1.10.1    Urologische symptomen van systeemaandoeningen zoals suikerziekte, sepsis, AIDS, immuungecompromitteerde patiënten.

1.10.2    Urineafwijkingen tijdens de zwangerschap.

1.11     Varia

1.11.1    Afwijkingen van de externe genitaliëen.

1.11.2    Torsie van de testis en appendix testis.

1.11.3    Liesbreuk

1.11.4    Courante dermatologische afwijkingen van de uitwendige mannelijke genitaliën.

 

 

 

 

 

 

 

 

1.c. Vaardighen:

 

1.12     Diagnostische procedures en technieken

1.12.1    Naast een goede kennis van de routine onderzoeksmethodes dient de uroloog ook de indicaties te begrijpen van onderzoeksmethodes die belangrijk zijn in de urologische praktijk. Hij zal de fysiologische achtergrond van deze studiemethodes begrijpen en resultaten kunnen interpreteren.

1.12.2    Urineonderzoek

·          Routine urineonderzoek

·          Urinekultuur

·          Urineverzameling voor metabole studies

·          Urinaire cytologie

1.12.3    Sperma-onderzoek:

·          Kwalitatief en kwantitatief

1.12.4  Biochemische analyses in het bloed

·          Nierfunctietesten

·          Tumormerkers zoals Alfafoetoproteïne, Beta HCG, PSA, ….

 

1.13     Beeldvorming

1.13.1    Radiologische onderzoeken: De uroloog moet kennis hebben over de toepassing van elk van de volgende technieken wat betreft indicatie, de interpretatie, mogelijk complicatie en hun behandeling en tenslotte het gebruik van contrastmiddelen wanneer aangewezen:

·         Intraveneus pyelogram

·         Retrograde urethrografie, cystografie en pyelografie

·         Antegrade pyelografie

·         Angiografie van de nieren

·         Grafie van vervangblaas

·         Mictiogram

1.13.2    Echografie: principes en toepassing van echografie van:

·          Nier

·          Blaas

·          Prostaat

·          Scrotum

1.13.3    Onderzoek met radio-isotopen: indicatie en toepassingen in de urologie en het principe van het gebruik van radio-isotopen:

·          Isotopenonderzoek van de nier met functietesten

·          Isotopenonderzoek van het skelet voor staging van tumoren

·          Scans voor lokalisaties van inflammatoire letsels

1.13.4    CT scanning en MRI van de nieren, blaas, prostaat en testes

 

 

1.14    Urodynamische onderzoeken

1.14.1    Cystomanometrie

1.14.2    Uroflowmetrie

1.14.3    Pressure-flowonderzoek

1.14.4    Interpretatie van de Elektromyografie van de bekkenbodem

1.14.5    Video-urodynamische studies

 

 

1.15    Onderzoeken in verband met erectiele dysfunctie

1.15.1    Diagnostische injectie van vaso-actieve stoffen en de behandeling van de complicaties

 

 

1.16    Histopathologie

1.16.1    De uroloog moet in staat zijn om de verslagen van de patholoog te interpreteren en te begrijpen.

 

 

1.17    Therapeutische technieken

 

De resident zal bekwaam zijn de basisfysica en de technologische toepassing van de volgende therapeutische modaliteiten te beschrijven. Hij/zij is in staat de indicaties, contra-indicaties, peri-operatieve en postoperatieve complicaties van elk van de volgende technieken te beschrijven:

 

 

 

1.17.1    elektrochirurgie

1.17.2    extracorporele schokgolf lithotripsie

1.17.3    lasers voor urologie: CO2, Nd/YAG, Holmium-YAG, …

1.17.4    Alternatieve modaliteiten die gebruikt worden in de behandeling van benigne prostaathypertrofie

 

 

3. CHIRURGISCHE BEKWAAMHEDEN

3.1.           Chirurgische ingrepen lijst A

 

De lijst van chirurgische bekwaamheden is ingedeeld in verschillende categorieën die de frequentie weergeeft waarmee deze procedures worden toegepast in de urologische praktijk en gedurende de trainingsperiode. Alle assistenten moeten in staat zijn om onafhankelijk de procedures uit te voeren van lijst A en de patiënt te volgen voor, tijdens en na de volgende procedures. De assistenten moeten in staat zijn de behandeling te beschrijven van de gangbare complicaties volgens de op deze lijst voorkomende ingrepen.

 

3.1.1.      Endoscopische procedures:

·          Cystoscopie en urethroscopie, ureterale catheterisatie met eventuele plaatsing en verwijdering van ureterale stent, retrograde pyelografie

·          Dilatatie van de urethra en endoscopische urethrotomie

·          Transurethrale biopsies van blaas en urethra

·          Transurethrale resectie van de prostaat

·          Transurethrale resectie van blaastumoren

·          Transurethrale resectie/incisie van ureterocoele

·          Transurethrale incisie van de externe sfincter

·          Litholapaxie van blaasstenen

·          Ureteroscopie, lithotripsie en extractie van ureterstenen

·          Extracorporele schokgolflithotripsie

·          Percutane nefrostomie

·          Transrectale echografisch geleide biopsie van de prostaat

 

 

3.1.2.      Open chirurgische ingrepen:

·          Circumcisie

·          Suprapubische cystostomie

·          Urethrale meatotomie, meatoplastie

·          Meatale correctie voor glandulaire hypospadias

·          Fulguratie van condylomata accuminata, biopsie van peniele letsels

·          Behandeling van priapismus

·          Testisbiopsie

·          Vasectomie

·          Scrotale chirurgie: hydrocoele, zaadstrengcyste, epididymectomie, orchidectomie

·          Liesbreukcorrectie, varicocoele, herniotomie, orchidopexie

·          Radicale orchidectomie

·          Behandeling van een torsiotestis

 

 

·          Orchidopexie voor niet-ingedaalde testikel

·          Insertie van een testisprothese

·          Penectomie

·          Urethrectomie

·          Procedures ter behandeling van stressincontinentie

·          Uretero-neocystostomie

·          Urinaire derivatie: darmblaas

·          Radicale cystectomie en anterieure pelvische exenteratie

·          Procedure voor renale, ureterale en blaastrauma behandeling

·          Pelvische lymfadenectomie

·          Vesicale diverticulectomie

·          Retropubische prostatectomie

·          Radicale prostatectomie voor tumor

·          Pyeloplastie

·          Nefrectomie

·          Partiële nefrectomie

·          Radicale nefrectomie voor tumor

·          Nefro-ureterectomie

 

 

3.2.            Chirurgische ingrepen lijst B

 

Van de ingrepen uit lijst B wordt de assistent verondersteld te weten hoe ze moeten uitgevoerd worden, incl. indicatie en de postoperatieve behandeling. Het is mogelijk dat de resident geen van deze procedures onafhankelijk heeft gedaan gedurende zijn trainingprogramma.

 

3.2.1.      Nierbiopsie

3.2.2.      Open nefrolithotomie en ureterolithotomie

3.2.3.      Ureterolyse, ureteroplastie, uretero-pyelostomie

3.2.4.      Cutane ureterostomie/pyelostomie

3.2.5.      Vesicostomie

3.2.6.      Uretero-ureterostomie

3.2.7.      Procedures voor correctie van peniskromstand

3.2.8.      Inguinale lymfadenectomie voor peniscarcinoom

3.2.9.      Resectie van urethrale kleppen

3.2.10.  Perineale urethrostomie

3.2.11.  Augmentatie cystoplasty

3.2.12.  Percutane nefrolithotomie

3.2.13.  Endoscopische pyeloplastie

 

 

3.2.14.  Drainage van perinefrisch, perivesicaal of retroperitoneaal abces

3.2.15.  Marsupialisatie van renale cyste

3.2.16.  Laparoscopische nefrectomie en pelvische lymfeklierdissectie

3.2.17.  Laparoscopische prostatectomie, pyeloplastie, orchidopexie/orchidectomie

3.2.18.  Insertie van een peniele prothese

3.2.19.  Insertie van een artificiële urinaire sfincter

3.2.20.  Retroperitoneale lymfeklierdissectie

3.2.21.  Radicale nefrectomie met vena cava thrombus onder het diafragma

3.2.22.  Correctie van een midden of distale peniele hypospadias

3.3.           Chirurgische ingrepen lijst C

 

De procedures van lijst C zijn deze waarvan de assistent de principes kent, de indicaties voor de verwijzing en de peri-operatieve problemen die er bij kunnen voorkomen.

 

 

 

3.3.1.      Correctie van proximale hypospadias en epispadias

3.3.2.      Reconstructie van extrophia vesicae

3.3.3.      Vena cava resectie en verwijderen van een thrombus van een niercarcinoom boven het diafragma

3.3.4.      Open urethroplastie voor urethrastrictuur

3.3.5.      Epididymo-vasostomie onder microscoop

3.3.6.      Vaso vaso stomie

3.3.7.      Perineale prostatectomie

3.3.8.      Post-chemotherapie retroperitoneale lymfeklierdissectie


Werkvormen