Probleemoplossend vermogen in anesthesie-reanimatie, deel 3

Studiegidsnr:3026GENANE
Vakgebied:Geneeskunde
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:0
Studiepunten:15
Studiebelasting:420
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Vera Saldien

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *


 “Gevalsbespreking” (3 SP):
Tijdens deze sessies worden de praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan internistische urgenties en diagnostische problemen. De onderwerpen die aan bod zullen komen zijn deze vanuit de stages en hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3. Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.
 
3.1.            “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden” (12 SP):
De ASO verdiept zich verder in (krijgt de kans om tijdens zijn opleiding) een breed aantal domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijdens deze stages specifieke kennis en vaardigheden met toenemende complexiteit en past deze toe in de praktijk met toenemende zelfstandigheid.
 
Voorkeursstages zijn dezelfde als vermeld onder niveau 2 doch aangevuld met stages in de volgende subdisciplines:
-          Thoracale heelkunde
-          Cardiale ingrepen
-          Interventionele cardiale en neurochirurgisch ingrepen
-          Neonatale heelkunde
-          Chronische pijntherapie
 
KENNISDOMEINEN
1.   Anatomie: gevorderde anatomische kennis van hart en zenuwstelsel
2.   Farmacologie van supportmedicatie voor het cardiocirculatoir, respiratoir en renaal systeem en het centraal zenuwstelsel
3.   Technologie van de anesthesie.
§       Diepgaande kennis van transoesofagale echografie: meer diepgaande kennis waarbij structuren van het hart en hun functioneren geanalyseerd worden.
§       Gevorderde kennis van apparatuur ter ondersteuning van het cardiovasculaire stelsel: IAB, ECC, ECMO, Cell-Saving, Cardiac Assist
§       Longseparatie/ Bronchoscopie
§       Access onder echogeleide
§       Regionale anesthesie: blocks van afzonderlijke zenuwen en plexus lumbalis en regionale analgesie technieken die gebruikt worden in de setting van de chronische pijntherapie
4.   Pathofysiologie in relatie tot anesthesie
§       Cardiovasculaire aandoeningen: longembool en gecompliceerd kleplijden, congenitale aandoeningen van hart en grote bloedvaten
§       Neurologische congenitale aandoeningen: cerebraal trauma, ruggenmerg trauma en   neuromusculaire ziekten…
§       Gastro-intestinale aandoeningen zoals: pancreatitis, leverfalen en darmischemie…
§       Hematologische aandoeningen: complexe genetisch bepaalde stollingsstoornissen en immuunsupressie
§       Metabole aandoeningen: complexe metabole aandoeningen, bijnierinsufficiëntie
§       Pathologie van zwangerschap en geboorte
§       Pediatrische pathologie
5.      Subdomeingeconcentreerde pathofysiologie en therapie (facultatief)
  a) Pijntherapie: pathofysiologie
§    Pijnkliniek: bekend zijn met de principes van chronische pijntherapie (apart beoordeeld)
§    Anatomie en fysiologie van pijn
§    Pijnanamese en klinisch onderzoek
§    Pijnscoresystemen
§    Medicamenteuze behandelingen
§    Indicaties en mogelijkheden technische behandelingen
  b) Basiselementen in de Intensieve Geneeskunde: conditionering na zware chirurgie en/of trauma en/of bij belangrijk belaste patiënten: behandeling van sepsis ARDS, circulatoir falen, antibioticabeleid, hyperalimentatie beleid.
c)   Basiselementen van de urgentiegeneeskunde.
§    Cardiovasculaire aandoeningen zoals: hartstilstand, myocardinfarct en instabiele angor
§    Respiratoire aandoeningen zoals: status asthmaticus; acute hoge luchtwegobstructie; pneumothorax
§    Neurologische aandoeningen zoals: coma, subarachnoïdale bloeding; status epilepticus
§    Gastro-intestinale aandoeningen zoals: acuut abdomen, gastro-intestinale bloeding; abdominaal trauma
§    Renale aandoeningen zoals: nierkolieken; urineretentie; nier- en blaastrauma
§    Veralgemeende infectieuze aandoeningen zoals: sepsis; meningitis; e.a.
§    Acute psychiatrische aandoeningen zoals: agressie; depressie, delirium
§    Metabole aandoeningen zoals: hypoglycemie, e.a. raumatologische aandoeningen zoals: thoracaal, abdominaal, orthopedisch, schedel en ruggenmerg
§    Intoxicaties  zoals: alcohol; drugs; medicatie; koolstofmonoxide
6.      Diepere kennis van organisatie van de anesthetische zorg
§    Principes van financiering en tarificatie
§    Integratie van de anesthesieactiviteit in de OK en de ziekenhuisactiviteit
 
VAARDIGHEIDSDOMEINEN
De ASO dient de vaardigheden zelfstandig te kunnen uitvoeren.
1. Plaatsen van pulmonaliscatheter en gelijkgestelde
2. High frequency ventilation; inverse ratio ventilation;separate- lung ventilation, high frequency oscillatie,…
3. Advanced life support (ALS) niveau beheersen, inclusief noodintubatie, cardioversie
4. Noodzakelijke vaardigheden bij kinderen:
§       Beademing met masker en intubatie, inbrengen van een larynxmasker, aspiratie van longsecreties
§       Inbrengen van perifere infusen
§       Accuraat kunnen beoordelen van de circulatoire, respiratoire en hydratatietoestand van het kind
§       Toedienen van caudale anesthesie bij kinderen
§       Pediatrisch life support
5.   De “moeilijk luchtweg” beheersen o.a.bronchoscopie, noodtracheotomie
6.   Vaardigheden in subspecialiteiten (facultatief)
a)         Vaardigheden in de chronische pijnbestrijding en palliatieve zorg
§    Indicaties kennen voor eenvoudige chronische pijnprocedures (zinvol voorschrijven van analgetica, epidurale corticoiden)
§    Indicaties kunnen stellen van proefblockades (o.a lumbale facet, perifere zenuw, spinale wortel, stellatum en lumbale sympathicus blokkade)
b)  Technieken in Intensieve Zorgen
§    Kunstmatige ventilatie: de verscheidene beademingsmodaliteiten
§    Weaningtechnieken
§    Hemodynamische monitoring en ondersteuning, arteriële monitoring, centraal veneuze en pulmonalis catheter, pacemaker; cardioversie, Assist Devices/ ECMO…
§    Neurologische monitoring, intracraniële monitoring en behandeling
§    Sedatie
§    Transport van kritische patiënten binnen het ziekenhuis
c)  Technieken in Urgentiegeneeskunde:
§    Advanced life support
§    Polytransfusie en vaatvulling
§    Stabilisatie en immobilisatie van traumapatiënten
§    Maagspoeling
§    Transport van kritische patiënten tussen ziekenhuizen
§    MUG uitruk en Prehospital care
§    Moeilijke luchtweg: noodtracheotomie…
 
 
CASEMANAGEMENT
Het deel casemanagement beschrijft een integratie van de kennisdomeinen en de vaardigheidsdomeinen. De ASO dient alle aspecten zelfstandig te kunnen uitvoeren
1.   In staat zijn voor alle patiënten een allesomvattende preoperatief bilan met voorbereiding op de anesthesiezorgverlening op te stellen.
2.   In staat zijn patiënten met ernstig orgaanlijden aangepaste perioperatieve anesthesiezorgen te verlenen
3.   Rationeel plan kunnen ontwikkelen en uitvoeren voor spoedeisende entrotrachale intubatie van patiënten die niet nuchter zijn en een probleemstellende luchtweg hebben.
4.   Effectief de behandeling van trauma- en andere patiënten in acute nood op de juiste wijze en in de juiste volgorde kunnen aanvangen en voortzetten inclusief patiënttransport naar specifieke onderzoeken/ behandelingsafdelingen
5.   Postoperatief beleid voor ASA 3-4 en/of na zware chirurgie
6.   Met betrekking tot kinderen:
§    Het efficiënt en volledig kunnen uitvoeren van zowel het preoperatieve bezoek bij klinisch opgenomen kinderen en kinderen die in dagbehandeling worden behandeld
§    Op basis van deze informatie een anesthesieplan kunnen opstellen
§    Uitvoeren van de anesthesie bij kinderen ouder dan een maand voor alle ingrepen die in een algemeen ziekenhuis voorkomen.
§    Opstellen van een passend beleid voor peri-operatieve vochttoediening
§    Het kunnen voorschrijven van een beleid voor de volledige postoperatieve zorg voor kinderen van alle leeftijden
§    Het veilig vervoeren van een kind van de OK naar de PAZA en adequaat kunnen overdragen. Herkennen en adequaat behandelen van de meest voorkomende postoperatieve problemen bij kinderen.
7. Anesthesie voor een electieve en dringende keizersnede kunnen opstarten; een analgesie voor vaginale bevalling kunnen opstarten en volgen
8.Casemanagement in de subspecialtiteiten = facultatief.
a) Chronische pijnbestrijding en palliatieve zorgen, opvang en begeleiding van de patiënt en zijn omgeving met een chronisch pijnsyndroom of met moeilijk behandelbare pijn tegen het levenseinde aan.
b) Intensieve Zorgen: behandeling van patiënten met langdurig levensbedreigende orgaandisfunctie c) Urgentiegeneeskunde: opvang en conditioneren van de acuut zieke ter verdere diagnostiek en behandeling door volgende gezondheidswerkers

 

Werkvormen

Gevalsbesprekingen ovv ochtenbreefings Anesthesie, Chronische Pijn dwz 0.5u/d, 100 dagen/3 jaar . 
1)      LOKs, Multidisciplinaire stafvergaderingen en gevalsbesprekingen (Intensieve Zorgen, Urgentiegeneeskunde (?), Chronische pijn, Chronische Pijn en palliatieve geneeskunde) 
2)      Bedside teaching, klinische stage, vaardigheden sessies, zaalronde met supervisie  
a.      Zaalronde: PAZA, APD, PCT, preoperatief: 4u/week 
b.      Sessies voor technische vaardigheden: hands-on workshops 5u/j 
c.       ‘Bedside’ teaching met supervisie (begeleidende stage) 
3)      Consultatie met supervisie (zie niveau 2) 
4)      Portfolio  
  
Weinig tot geen informatie omtrent de aard of frequentie van stafvergaderingen en gevalsbespreking van de Diensten Intensieve Zorgen  en Urgentiegeneeskunde waar obligatoir 9-12 maanden in totaal stage wordt gelopen. 


Evaluatievormen 

Portfolio: 
- De ASO verzamelt minimum 3 KKB's per stageperiode van 6 maanden. Het gaat hier over de KKB patiënt.

- Evaluatieverslagen