Door de corona-crisis zijn afwijkingen in de cursusinformatie mogelijk. Controleer hiervoor de cursusmededelingen in Blackboard!

Probleemoplossend vermogen in dermato-venereologie, deel 3

Studiegidsnr:3026GENDER
Vakgebied:Geneeskunde
Academiejaar:2019-2020
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:0
Studiepunten:15
Studiebelasting:420
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Julien Lambert

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof

3. Inhoud *


3.1.      Inhoud “Gevalsbespreking”:
Tijdens deze sessies worden de praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan dermatologische urgenties, diagnostische problemen en behandelingstechnieken. De onderwerpen die aan bod zullen komen, zijn deze vanuit de stages en hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3 (module 3.4). Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.
 
3.2.      Inhoud “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden”:
De ASO krijgt de kans om tijdens zijn opleiding een breed aantal domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijdens deze stages specifieke kennis en vaardigheden met toenemende complexiteit en past deze toe in de praktijk met toenemende zelfstandigheid.
 
Overzicht kennis en vaardigheden
 
I. Algemene dermatologie
1. Basiskennis

 ·      de wetenschappelijke vakgebieden aan de basis van de dermatologie en venerologie zoals reeds aangeboden tijdens de basisopleiding tot arts (anatomie, embryologie, histologie, microbiologie, biochemie, genetica, fysiologie en immunologie);

 ·      de embryologische ontwikkeling van de huid, en hoe congenitale aandoeningen en afwijkingen ontstaan tijdens dit proces;

 ·      de anatomische en fysiologische basis voor het normale huidonderzoek rekening houdend met de gevolgen van de leeftijd. Hieronder valt ook de anatomie van de huid in termen van locatie van bloedvaten, zenuwen, spieren/pezen, skeletreferentiepunten, lymfedrainage, locaties bevattelijk voor complicaties bij ingrepen, richting van insnijden, en het belang van de cosmetische eenheden van het gelaat;

 ·      klinische genetica zoals gekend door de basisarts en de toepassing op genodermatosen;

 ·      klinische epidemiologie in verhouding tot huidziekten;

 ·      de functie en dysfunctie van het immuunsysteem met bijzondere nadruk op de gevolgen voor de huidziekten.

2. Diagnostiek

·      de klinische eigenschappen, waaronder presenterende symptomen, natuurlijk beloop en prognose van inflammatoire, bulleuze, vasculaire, infectieuze, benigne en maligne neoplastische, degeneratieve en congenitale aandoeningen van de huid en van seksueel overdraagbare aandoeningen;

 ·      de manifestaties van huidziekten bij ouderen en kinderen en alle etnische groepen;

 ·      de huidmanifestaties van systeemziekten bij patiënten van alle leeftijden; 

 ·      de huidafwijkingen die door geneesmiddelen kunnen ontstaan;

 ·      de psychosociale aspecten van huidziekten en van de diagnostiek en behandeling/begeleiding van stoornissen op dit gebied. Daarbij dient ook inzicht verkregen te zijn in de mogelijkheden die instanties als maatschappelijke dienstverlening, psychologische en psychiatrische diensten kunnen bieden;

 ·      de basisprincipes onderliggend aan de belangrijkste klinische huid- en slijmvliesonderzoeken, inclusief microscopische onderzoek, huidkweken, Woods lamp onderzoek, dermatoscopie, diascopie, fotodiagnostische mogelijkheden,plakproeven en fotoplakproeven, en intracutane testen; gegeven de indicaties voor en de potentiële waarde van en de beperkingen en contra-indicaties voor de bovengenoemde onderzoekingen in elke klinische situatie waar het gebruik ervan wordt overwogen;

 ·      de relevante chemische, serologische en cytologische bloedparameters bij dermatologische en venerologische ziekten

; ·      de formulering van een geëigende differentiële en voorlopige diagnose;

 ·      het aanvragen van geëigend laboratoriumonderzoek;

 ·      verwerven van technische vaardigheden die nodig zijn om dermatologische praktijk te voeren, inclusief microscopisch onderzoek, Woods lamp onderzoek, plakproeven, intracutane testen en dermatoscopie; gegeven de indicaties voor en de potentiële waarde van en de beperkingen en contra-indicaties voor de bovengenoemde onderzoekingen in enige klinische situatie waar het gebruik ervan wordt overwogen;

 ·      klinische vaardigheden in het op een systematische wijze diagnosticeren van huidziekte (huid en huidadnexen, subcutis en aangrenzende slijmvliezen) gebruikmakend van anamnese, lichamelijk onderzoek en de benodigde aanvullende onderzoeksmethoden.

3. Therapie

·      de therapeutische mogelijkheden in de dermatologie en venerologie (percutane resorptie, farmacologie en bijwerkingen van lokale en systemische medicatie) en de toepassing en complicaties van fysische behandelingen en chirurgie;

 ·      de indicaties, werkingsmechanismen, bijwerkingen, doseringen en voorzorgsmaatregelen volgens geldende richtlijnen van de belangrijkste behandelingsmodaliteiten voor lokale en systemische toepassing in de dermatologie;

 ·      de mogelijke geneesmiddeleninteracties en de teratogene effecten van de belangrijkste geneesmiddelen toegepast in de dermatologische therapie;

 ·      de normale fasen van wondgenezing, alsmede de noodzakelijke voorwaarden die nodig zijn om normale wondgenezing te laten plaatsvinden;

 ·      de indicaties en contra-indicaties van wondzorgtechnologieën die beschikbaar zijn voor acute en chronische wonden;

 ·      het opstellen en uitvoeren van een geëigend zorgplan rekening houdend met zaken zoals leeftijd van de patiënt, algemene gezondheidstoestand, indicaties en kosten van bijkomend onderzoek, kansen en kosten van therapeutische interventies en epidemiologie en natuurlijk beloop van de ziekte;

 ·      het opzetten en uitvoeren van een behandelplan voor lokale en systemische therapie.   Volgende onderdelen bouwen verder op de kennis en vaardigheden zoals beschreven onder I ‘Algemene dermatologie’.  

II. Venerologie, andere infectieziekten en importdermatosen 

1. Basiskennis 

·      de voor infectieziekten van de huid en slijmvliezen toepasselijke microbiologie;

 ·      de basisprincipes van klinische epidemiologie, specifiek voor venerologie, andere infectieziekten en importdermatosen. 

 2. Diagnostiek

·      de microbiologische methoden en daarbij op de hoogte zijn van de geëigende relevantie;

 ·      de relevante chemische, serologische en cytologische bloedparameters bij dermatologische en venerologische ziekten.
3. Therapie

·      de epidemiologie, registratie, contactopsporing en “caseholding” van seksueel overdraagbare aandoeningen;

 ·      het kunnen toepassen van de verschillende behandelingsmogelijkheden die voor seksueel overdraagbare aandoeningen, infectieziekten en importdermatosen kunnen worden ingesteld.   III. Allergologie en omgevingsdermatologie

1. Basiskennis

·      de huidveranderingen die door arbeidsomstandigheden ontstaan;

 ·      de sociale wetgeving betrekking hebbende op problemen bij allergische dermatosen en omgevingsdermatosen. 

 2. Diagnostiek

·      uitvoeren van cutane en serologische testen;

 ·      uitvoeren van fotobiologische testen;

 ·      het kunnen interpreteren van de gevonden resultaten van allergietesten in relatie tot de huidafwijkingen en werkomstandigheden. 

 3. Therapie

·      zelfstandig een plan opstellen voor het uitvoeren en beoordelen van de hogergenoemde testen en het opstellen van een beleidsplan (preventief en therapeutisch) op basis van de gevonden resultaten. 

IV. Dermatopathologie

1. Basiskennis

·      de histologie van normale huid; 

 ·      het histopathologisch beeld van frequente dermatosen;

 ·      adequaat afnemen van histopathologisch materiaal. 

2. Diagnostiek

·      clinicopathologische correlaties en relevanties kunnen maken aan de hand van het resultaat door de patholoog gebracht;

 ·      courante histopathologische technieken zoals H&E kleuring, (in)directe immuunfluorescentie, immuunhistochemie kunnen plaatsen;

 ·      weten bij welke diagnose welk onderzoek past (keuze materiaal en fixatief) en bijgevolg weten aan welke kwaliteit het materiaal moet voldoen voor goed histopathologisch onderzoek; ·      weten of een biopt lesioneel of perilesioneel moet worden genomen;

 ·      a.d.h.v. dermatopathologie incl. immunohistochemie zelf op een systematische wijze de belangrijkste inflammatoire en neoplastische aandoeningen kunnen diagnosticeren. 

3. Therapie

·      zelfstandig een beleidsplan opstellen op basis van de klinische en de histopathologische bevindingen.   

 V. Flebologie, lymfologie en proctologie

1. Basiskennis

·      de fysiologie en pathofysiologie van het veneuze, arteriële en lymfatische stelsel in relatie tot huidafwijkingen;

 ·      basisproctologische semeiologie. 

 2. Diagnostiek

·      de methoden die bestaan om het functioneren van de vaatstelsels te kunnen onderzoeken;

 ·      interpretatie van de resultaten. 

 3. Therapie

·      de behandelingsmodaliteiten van veneuze insufficiëntie, waaronder compressietherapie, sclerocompressietherapie, ambulante flebectomie volgens Muller en echogeleide sclerotherapie, intralumenale technieken kunnen plaatsen;

 ·      de verschillende compressietherapiemodaliteiten waaronder therapeutisch elastische kousen;

 ·      de behandeling van aandoeningen en hun behandeling van het proctum, het anale- en perianale gebied;

 ·      het bedreven zijn in het functioneel onderzoek van het vaatstelsel. Kunnen omgaan met en interpreteren van gangbaar instrumenteel niet-invasief vasculair onderzoek;

 ·      het kunnen behandelen van een ulcus cruris, waaronder invasieve en niet-invasieve methoden;

 ·      het implementeren van een lymfologisch therapieplan.   

 VI. Kinderdermatologie

1. Basiskennis 

·      Kennis hebben van de specifieke eigenschappen van een normale kinderhuid en van de belangrijkste dermatosen in de kinderleeftijd. 

 2. Diagnostiek 

 ·      Zie I, rekening houdend met de specifieke eigenschappen van de kinderhuid. 

 3. Therapie

·      de leeftijdsgebonden toxicologische eigenschappen van lokale en systemische therapieën hanteren; 

 ·      inzicht in ideale timing van therapeutische opties.   

  VII. Dermato-oncologie 

1. Basiskennis 

 ·      kennis van ontstaan, risicofactoren, groeigedrag en natuurlijk verloop van goedaardige en kwaadaardige tumoren van de huid;

 ·      kennis van de behandelingsopties. 

 2. Diagnostiek 

 ·      de acties kennen om tot een accurate diagnose te komen;

 ·      indicatiestelling tot bijkomend diagnostisch onderzoek en stadiëringsonderzoek. 

 3. Therapie

·      opstellen van beleidsplan dat al bovenstaande gegevens incorporeert.   

  VIII. Lichtdermatologie 

1. Basiskennis

·      kennis van therapeutische en toxische effecten van monochromatisch en polychromatisch licht op de huid al dan niet in combinatie met fotodynamische stoffen.

 2. Diagnostiek

·      de basisprincipes, indicatiestelling en uitvoeren van fotodiagnostische mogelijkheden, gegeven de potentiële waarde van en de beperkingen en contra-indicaties voor de bovengenoemde onderzoekingen in die klinische situatie waar het gebruik ervan wordt overwogen. 

 3. Therapie

·      indicatiestelling en uitvoeren van therapie met monochromatisch en polychromatisch licht incl. fototherapie, fotodynamische therapie en lasertherapie.                   

IX. Dermatochirurgie 

1. Basiskennis

·      de normale fasen van wondgenezing, alsmede de noodzakelijke voorwaarden die nodig zijn om normale wondgenezing te laten plaatsvinden;

 ·      het gebruik van chirurgische instrumenten, anaesthetica, hechtmaterialen, hemostatische toepassingen en agentia, antiseptische technieken, instrument sterilisatie en onderhoud van de steriliteit in de operatiekamer; ·      het uitvoeren van een preoperatieve beoordeling om te bepalen welke therapeutische modaliteit het meest geschikt is;

 ·      het begrijpen en toepassen van de principes van lokale anesthesie. 

 2. Diagnostiek Niet van toepassing 

 3. Therapie

·      indicaties en mogelijke complicaties van een biopsie van huid en mondslijmvlies, curettage, cryochirurgie, elektrochirurgie, primaire en secundaire wondsluiting, schuif, rotatie en transpositie plastieken en split skin en full thickness huidtransplantaten en Mohs micrografische chirurgie;

 ·      de indicaties, beperkingen en verwachtingen ten behoeve van gerichte verwijzing voor cosmetisch dermatologische procedures;

 ·      het uitvoeren van excisie technieken met adequate steriele chirurgische techniek zoals ponsbiopsie, curettage, elektrodissecatie, cryochirurgie, fusiforme excisie en gelaagde operatieve sluiting met gebruikmaking van basis hechttechnieken;

 ·      het verlenen van postoperatieve zorg en wondbehandeling.   

 X. Systeemgebonden huidaandoeningen. Onder dit punt worden alle immunologische en inflammatoire huidaandoeningen al dan niet geassocieerd voorkomend met een inwendige pathologie gecatalogeerd. 

 1. Basiskennis

·      Immunologische dysfuncties en semiologie van interne geneeskunde. 

 2. Diagnostiek

·      Herkennen en kunnen plaatsen van de huidmanifestaties en aanverwante symptomen met betrekking tot het algemene ziektebeeld;

 ·      Relevantie kennen van histopathologische, immunofluorescente en immuunhistochemische bevindingen;

 ·      Relevantie van medische beeldvorming en biochemische, serologische, en cytologische bijkomende onderzoeken. 

 3.Therapie

·      opstellen van beleidsplan dat al bovenstaande gegevens incorporeert;

 ·      efficiëntie en veiligheid kennen van het specifiek therapeutisch armamentarium.   

 XI. Erfelijke en congenitale huidaandoeningen

1. Basiskennis

·      de embryologische ontwikkeling van de huid, en hoe congenitale aandoeningen en afwijkingen ontstaan tijdens dit proces;

 ·      de toepassing van de principes van de klinische genetica op genodermatosen. 

 2. Diagnostiek 

·      Specifieke huidmanifestaties kunnen plaatsen in een breder syndromaal kader;

 ·      Kennis van de diagnostische mogelijkheden;

 ·      Relevantie van de onderzoeken. 

 3. Therapie

·      Genetische ‘counseling’ kunnen leveren, al dan niet in multidisciplinair verband;

 ·      Een optimaal therapeutisch beleid opstellen rekening houdend met de  beperkingen eigen aan de aandoening; 

 ·      Psychosociale omringing voorzien. 

 

Werkvormen


·          Gevalsbesprekingen
·          Zaalronde
·          Bedside teaching
·          Consultatie met supervisie
·          Sessies voor technische vaardigheden
·          Chirurgische technieken op de huid
·          Vaardigheden met belichtingstoestellen en lasers
·          Vaardigheden voor allergische testen
·          Portfolio 

Mogelijkheid voor invulling

- dermatologische wetenschappelijke toer

- dermatopathologische toer

 

Evaluatievormen


Portfolio: de ASO verzamelt de KKB's die elke drie maanden worden ingevuld.