Evelyn Goffin en Jan Vanhoof (respectievelijk teamleider en coördinator van het werkdomein Schoolfeedback binnen het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs) met de inbreng van collega-teamleden Gert Vanthournout, Amber Hoefkens, Ellen De Bruyne, Sabrina Govaerts, Elena Van den Broeck, Glen Molenberghs, Iris Decabooter, Ariadne Warmoes, Isabel Laenen, Els Consuegra, Katrien Struyven en Sven De Maeyer. - December 2025
Voor de periode 2021-2025 sloot het Departement Onderwijs en Vorming een beheersovereenkomst met het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs, een consortium van de vijf Vlaamse universiteiten en twee hogescholen. Het Departement Onderwijs en het Steunpunt leidden de Vlaamse toetsen intussen al twee keer (in 2024 en in 2025) in goede banen.
Nu het vijfde werkingsjaar ten einde is, bevinden we ons op een scharniermoment. Daarom blikken we in deze tekst terug - en ook een beetje vooruit – vanuit het werkdomein Schoolfeedback.
Binnen dit werkdomein hebben onderzoekers van UAntwerpen, AP Hogeschool, UHasselt en VUB de afgelopen vijf jaar samen gestalte gegeven aan verschillende werkpakketten. Eén lijn focuste op het ontwerp van feedback en dashboards bij de Vlaamse toetsen, een andere op gebruikersonderzoek en monitoring, nog een andere op ondersteuning van scholen en begeleiders. Als tijdelijke opdracht verzorgden we bovendien de schoolfeedback bij de paralleltoetsen van peilingen.
Een kleine revolutie
De laatste decennia zijn we steeds sterker gaan beseffen dat data onmisbaar zijn om praktijk- en beleidsbeslissingen te onderbouwen en te verduurzamen. Scholen konden gaandeweg dan ook over een steeds rijker palet aan informatie beschikken om data-geïnformeerd aan de slag te gaan: eigen toetsen en evaluaties uiteraard, maar ook doorlichtingen, peilingsonderzoek en paralleltoetsen, netgebonden instrumenten zoals de IDP, enzovoort.
Een helder, samenhangend systeem van (schoolfeedback uit) centrale toetsen bestond anno 2021 echter nog niet in Vlaanderen. De Vlaamse toetsen zijn in het leven geroepen om scholen precies dat puzzelstuk te geven: wetenschappelijk onderbouwde, net- en koepeloverschrijdende informatie over de mate waarin hun leerlingen bepaalde minimumdoelen bereiken, mét een Vlaanderenbrede vergelijkingsbasis.
Om dergelijke informatie te doen landen en echt bruikbaar te maken voor kwaliteitsmonitoring en -verbetering – kortom: om het potentieel van centrale toetsen te realiseren – is goede schoolfeedback essentieel. Ons werkdomein (“werkdomein H”) kreeg precies die opdracht : mee bouwen aan feedback die scholen echt helpt om hun onderwijs te versterken.
Vijf jaar later is het een goed moment om terug te blikken. Wat is er allemaal gebeurd? Wat hebben we geleerd? En wat geven we mee naar de volgende fase?
Schetsen, scherpstellen en schakelen
In het prille begin lag er vooral één grote vraag op tafel: hoe ziet “goede” schoolfeedback eruit - schoolfeedback die kan worden ingezet voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit? Niet als in: wat is het mooiste dashboard, maar: wat zorgt ervoor dat (school)feedback als relevant en bruikbaar wordt ervaren? Wat hebben scholen nodig om zinvol in gesprek te gaan over hun resultaten?
Van bij de start hebben we daarom talloze gesprekken gevoerd met mensen in het werkveld over hun verwachtingen, drempels en noden. Ook verkenden we internationale voorbeelden: hoe pakken andere landen centrale toetsen aan, en hoe koppelen ze daar terug naar het werkveld? Op basis van de inzichten die we gaandeweg opdeden, bouwden we in Vlaanderen mee aan een referentiekader voor schoolfeedbackgebruik: een taal om te praten over het verzamelen, begrijpen en gebruiken van data zoals resultaten van Vlaamse toetsen.
De eerste jaren van het werkdomein Schoolfeedback stonden zo in het teken van denken, luisteren en ontwerpen. We schetsten persona’s om een helder zicht te krijgen op types van gebruikers, we ontwierpen eerste versies van feedbackinstrumenten, en we verdiepten ons in scenario’s over hoe schoolfeedback kan bijdragen aan processen van interne kwaliteitszorg op school.
In de jaren daarna kregen de ideeën steeds concreter vorm. De eerste prototypes van dashboards voor de Vlaamse toetsen zagen het licht – oorspronkelijk in twee varianten voor de leerjaren die de spits zouden afbijten: het tweede jaar secundair onderwijs en het vierde leerjaar lager onderwijs. Daarnaast ontwikkelden we ook individuele feedbackfiches met leerlingresultaten en bijbehorende leeswijzers voor ouders. Een dashboard is immers maar een deel van het verhaal: scholen hebben ook een taal en een instrument nodig om met leerlingen en ouders in gesprek te kunnen gaan.
Stap voor stap bouwden we verder. Aan de hand van functionele analyses gingen we na welke informatie waar moest staan, welke vergelijkingen zinvol waren, wat overbodig of overdadig was. We ontwikkelden prototypes die we samen met scholen, pedagogische begeleiding en administratie verfijnden, en stonden mee in voor de vertaalslag van prototypes naar Tableau-dashboards bij het Departement Onderwijs en Vorming. Vanaf 2024 werden de feedbackinstrumenten effectief in gebruik genomen.
Vinger aan de pols
Een fundamenteel uitgangspunt in ons werkdomein is steeds geweest: “feedback werkt pas als scholen er echt mee aan de slag gaan.” Daarom liep er van bij de start een stevige lijn gebruikersonderzoek.
Diepte-interviews en focusgroepen met schoolleiders en leraren gaven ons een inkijk in hun ervaringen met schoolfeedback en met datagebruik op school. Grootschalige surveys gaven een breedtezicht op hoe onderwijsprofessionals en schoolteams kijken naar centrale toetsen, naar vaardigheidsniveaus, naar “faire” vergelijkingen tussen scholen. Bevragingen, gesprekken en eyetracking-onderzoek leerden ons hoe ouders en leerlingen naar resultaten op de Vlaamse toetsen kijken. Usability-onderzoek hielp ons in de doorontwikkeling van feedbackinstrumenten en ondersteuning: waar kijken gebruikers het eerst naar, waar haken ze af, wat vinden ze verwarrend of juist helpend?
Gebruikersonderzoek, in al zijn vormen en facetten, heeft onmisbare praktische aanbevelingen opgeleverd. Maar het scherpte ook onze eigen overtuigingen aan en gaf voer voor reflectie. Bijvoorbeeld: hoe voorzichtig moet je zijn met ogenschijnlijk simpele vergelijkingen van schoolresultaten? Hoe groot is het verschil (of de kloof) tussen “data raadplegen” en “data gebruiken”? Waar ligt nu precies de balans tussen tegemoetkomen aan de noden van de gebruikers enerzijds, en technologische of praktische overwegingen en beperkingen anderzijds?
Gebruikersonderzoek is een cruciaal proces: door te luisteren naar hen voor wie de data bedoeld zijn, leren we wat ontbreekt, wat scherper kan, wat eenvoudiger moet. Centrale toetsen hebben pas echt een meerwaarde wanneer het onderwijs er in de praktijk mee aan de slag kan.
Hoofd, hart en handen
Ook ondersteuning was een rode draad: welke handvatten kunnen we als Steunpunt bieden aan het werkveld om schoolfeedbackgebruik daadwerkelijk te verankeren in interne kwaliteitszorg? Anders gezegd, wat is er nodig om schoolfeedback écht in te zetten voor het versterken van onderwijskwaliteit?
We hebben een e-cursus ontwikkeld die breed inzetbaar is in Vlaanderen, en die scholen ondersteunt bij het raadplegen en begrijpen van schoolfeedback en bij het doelgericht inzetten ervan voor schoolontwikkeling. Daarbij vertrokken we van de feedbackloop als een manier om schoolfeedback systematisch en cyclisch te gebruiken om interne kwaliteitszorg te versterken.
Om na te gaan hoe dat proces nog verder kan worden verdiept en versterkt, voerden we aanvullend onderzoek uit naar het doorlopen en begeleiden van de feedbackloop. We zoomden in op lerende netwerken, waarin scholen samen reflecteren op hun eigen en elkaars aanpak, om te zien hoe dat soort van samenwerking het gebruik van schoolfeedback kan ondersteunen. We verdiepten ons ook in data coaching: wie kan trekkersrollen opnemen, en welke ondersteuning is daarbij dan nodig? De verzamelde bouwstenen ontsloten we in een derde module van de e-cursus.
De e-cursus werd getest met verschillende stakeholders zoals student-leraren en pedagogisch begeleiders. Hun feedback en input zorgden ervoor dat de verschillende modules concreter en scherper werden, en bruikbaarder voor de praktijk.
Samenwerken… en afscheid nemen
“Werkdomein H” was nooit een soloproject. Niet van één medewerker, niet voor één werkpakket, en ook niet binnen één instelling. Verschillende academische partners hebben hun schouders onder dit werkdomein gezet, de samenwerking binnen het Steunpunt opgezocht, gesprekken gevoerd met de administratie en het veld, en de praktijk een stem gegeven.
Welke “lessons learned” nemen wij zelf mee uit de afgelopen vijf jaar, en welke spanningsvelden stippen we graag nog aan voor de toekomst?
1. Schoolfeedback is geen product maar een proces.
Dat proces botst soms op heel concrete grenzen: de gebruikte software, de gebruiksvriendelijkheid, en de vraag hoeveel eenvoud mogelijk is zonder te veel nuance te verliezen.
Een centrale vraag blijft: Hoe zorg je ervoor dat feedbackinstrumenten zoals dashboards een startpunt zijn en geen eindpunt?
2. Betekenisgeving staat centraal.
Cijfers worden pas krachtig als teams er samen bij stilstaan. Dat vraagt feedback met voldoende diepgang en context, met concrete input voor mogelijke verklaringen en met duidelijke aanknopingspunten naar de klaspraktijk van leraren.
Tegelijk blijft de vraag: hoe blijf je alert voor de risico’s van ongewenste prestatievergelijkingen, terwijl je toch transparante en betekenisvolle feedback biedt?
3. Professionalisering blijft een noodzakelijke pijler.
Scholen hebben blijvend nood aan ondersteuning om met toetsdata te werken: van heel concrete wegwijzers in dashboards en feedbackfiches tot bredere trajecten rond kwaliteitszorg en datagebruik.
Een open vraag die ons daarbij blijft bezighouden: hoe ondersteun je scholen die weinig tijd of expertise hebben om zich in cijfers te verdiepen, zonder alles voor hen te willen “invullen”?
4. Co-creatie met het veld is geen luxe, maar een voorwaarde.
Feedbackinstrumenten worden pas als bruikbaar ervaren én daadwerkelijk gebruikt als ze tot stand komen in dialoog met scholen, begeleidingsdiensten en administratie.
In die dialoog blijven vragen op tafel liggen als: hoe vergelijken we scholen op een faire manier? Hoe passen de Vlaamse toetsen in bestaande evaluatiepraktijken? En hoe vermijden we ongewenste neveneffecten, zoals ‘teaching to the test’?
Het Steunpunt gaat in 2026 een nieuwe fase in. Binnen het werkdomein Schoolfeedback zetten enkele partners nog een jaar een deel van het werk voort, anderen nemen afscheid. De rol van gebruikersonderzoek werd noodgedwongen sterk gereduceerd in het volgende werkingsjaar van het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs. Toch zijn we tevreden en dankbaar om mee te hebben mogen schrijven aan het verhaal en de visie van de Vlaamse toetsen, en willen we in het bijzonder de scholen, begeleidingsdiensten, beleidsmedewerkers en Steunpuntcollega’s bedanken die in de afgelopen vijf jaar tijd maakten om met ons mee te denken, percepties te delen, tools te testen, en “feedback te geven op de feedback”.
In de volgende jaren zal verder gebouwd worden op de bestaande fundamenten. Met nieuwe toetsen, nieuwe dashboards, nieuwe vragen. Met dezelfde ambitie ook: scholen ondersteunen om van cijfers tot betekenisvolle gesprekken en doordachte keuzes te komen. Zonder een afzonderlijke lijn voor gebruikersonderzoek, evenwel. Des te belangrijker dus om wat we de afgelopen jaren samen met het veld geleerd hebben, als kompas te bewaren.